Wegens te hoge loonkosten; Philips-dochter ontslaat 82 werknemers

DORDRECHT, 16 SEPT. Philips heeft 82 werknemers van de Dordtse vestiging Philips Megatronics ontslag aangezegd. Dat heeft de Industriebond FNV in Dordrecht meegedeeld. Er blijven na de sanering 235 mensen werkzaam.

De Dordtse vestiging werd in november vorig jaar met sluiting bedreigd. Werknemers kondigden toen een 24-uursstaking af en ketenden zich uit protest tegen de overheveling van de produktie naar Hongarije vast aan de machines. Ze protesteerden daarmee tegen de dreigende overname van Consumenten Service door de Berlo Service Groep. Die overname bracht slecht nieuws voor de ruim driehonderd medewerkers. Een verlaging van het salaris met zes procent, minder vakantiedagen en geen dertiende maand.

Als reden voor de overplaatsing van de produktie gaf Philips de hoge loonkosten in Nederland aan. Het minutieus in elkaar zetten van de onderdelen is een arbeidsintensief werk dat in Dordrecht veelal door allochtone vrouwen (“dikke worstvingers kunnen we niet gebruiken”) wordt gedaan. En de Hongaarse vrouwen priegelen volgens Philips evengoed als hun Nederlandse collega's, maar kosten beduidend minder.

Niettemin bracht de acties bonden en directie rond de tafel, wat tot een saneringsplan leidde. In juni van dit jaar bereikten de partijen hierover een akkoord. De werkgelegenheid in Dordrecht lijkt volgens een FNV-woordvoerder voor twee jaar te zijn gegarandeerd.

Bij Philips Megatronics worden elektro-motoren gemaakt voor cd-spelers en videorecorders. Ook maakt de fabriek volgens een Philips-woordvoerder “iets samengestelds” waar de elektro-motoren worden ingebouwd. Volgens de woordvoerder van Philips staan de bedrijfsresultaten in deze sector al jaren onder druk door scherpe concurrentie uit Japan en andere landen uit het Verre Oosten. Hoewel Philips er naar streeft Philips Megatronics, dat door het bedrijf werd overgenomen onder de naam Johan de Wit, overeind te houden verwacht de bedrijfsleiding in Eindhoven dat de toekomst van het bedrijf in Dordrecht op de tocht blijft staan omdat de loonkosten voor dit werk in Nederland te hoog zijn. Zeker ten opzichte van het Verre Oosten waar een leger van goedkope werkkrachten zich heeft gespecialiseerd in dit precisiewerk.

Niettemin is R. van den Bergh van de Industriebond FNV tevreden met het bereikte resultaat. “Het is hard voor de mensen die weg moeten, maar ze weten nu wel waar ze aan toe zijn. We zullen ons inspannen om hen naar nieuw werk te begeleiden. Daar is ook tijd voor, de eerste vertrekt pas in mei.”