Wat heeft het CDA plotseling met het IKV?

Er zijn weer contacten tussen het CDA en het IKV. In zijn column van 2 september ziet J.L. Heldring dit als een teken van de malaise waarin het CDA zou verkeren. Die interpretatie is onjuist. Het CDA schaamt zich niet voor contacten met het IKV. Dat deed het niet in de tijd van de kruisraketten en ook nu niet. Niet alleen omdat het IKV “een uiterst honorabel gezelschap” is (zoals Heldring zelf toegeeft). Ook omdat het een politieke partij nooit misstaat om in gesprek te blijven met belangrijke vertolkers van opinies en gevoelens in de Nederlandse samenleving, ook al deelt men die niet. Het zou bovendien wel bijzonder hovaardig zijn een dialoog te weigeren met een beweging die de christelijke inspiratie deelt.

Maar wat de grote miskleunen van het IKV in het verleden ook geweest mogen zijn, de kerkelijke vredesbeweging in ons land, in haar samenwerkingsverband als in de constituerende onderdelen (met name Pax Christi), maakt een verrassende ontwikkeling door.

Het verzoek van het IKV aan het Wetenschappelijk Instituut van het CDA om morgen de Vredesweek 1994 te openen (samen met de secretaris-generaal van de hervormde kerk, dr. Blei) was een klop op de deur. Die deur gaat dan niet automatisch open. Daarvoor is er tussen de vredesbeweging en de christen-democratie te veel voorgevallen. Ik heb het dan niet op de eerste plaats over de kruisraketten. Wat ik persoonlijk erger vond van de politieke actie van sommige kerkelijke en para-kerkelijke organisaties in de jaren zeventig en tachtig, was dat het een Ersatz-politiek engagement was: de protesten en de demonstraties leidden niet tot partijpolitieke participatie en beïnvloeding van de politieke partijen. Het was een protest tegen de politiek, het schiep afstand en het heeft de illusie bij velen gevestigd, dat de deelname aan een demonstratie een volwaardig middel tot politieke participatie was.

Ik wil nu niet spreken van een nieuw bondgenootschap met de kerken of meer in het bijzonder met het IKV. Het CDA is niet uit op een of andere vaste vorm van samenwerking. Maar als de vredesbewegingen vanuit de terechte verontrusting over de onmacht om zelfs op het Europese continent vrede te herstellen en bloedvergieten te beperken, als die vredesbewegingen zich de vraag stellen, hoe de malaise doorbroken kan worden, en of de verdwenen veldwachters van weleer door andere vervangen kunnen worden, dan blijft de deur niet bij voorbaat gesloten.

Er zijn twee belangrijke redenen voor een intensivering van de contacten tussen CDA en IKV. In de eerste plaats weten de kerken nog steeds honderdduizenden burgers te bereiken, die kunnen worden aangesproken op verantwoordelijkheden die verder strekken dan direct eigenbelang. Bij die burgers moet ontvankelijkheid zijn voor de visie dat de politiek niet noodzakelijkerwijze moet kiezen voor hetzij het getuigen voor een betere wereld, hetzij het berusten in de realiteit van alledag. Het CDA beschouwt het als zijn opdracht tussen die twee uitersten een brug te slaan. Als de kerken weer geïnteresseerd zijn in de visie van het CDA op verantwoordelijkheid uit de christelijke inspiratie, dan is dat winst.

Ten tweede heeft de vredesbeweging ook iets goeds overgehouden aan haar acties in de afgelopen twintig jaar: de vele, gespreide en intensieve contacten met Midden-en Oost-Europa. Ons land heeft in zijn relatie met die andere helft van Europa een hypotheek af te lossen. Of we het als Atlantische natie leuk vinden of niet, de Europese politiek wordt steeds meer continentale politiek. Nederland heeft met zijn rug naar het continent gestaan en nu het gaat om de vraag hoe we onze relatie met die andere helft van Europa kunnen 'helen'. Daarbij zijn de door de vredesbeweging opgebouwde kennis en banden van onschatbare waarde. Als we de bronnen van die kennis niet benutten, kunnen we de Duitsers nauwelijks verwijten, dat zij ons meeslepen in hun continentale politiek. In het leggen van verbindingen, in het bevorderen van contacten, soms in het bijeenbrengen van tegenstanders knoopt de vredesbeweging aan bij een oorspronkelijke traditie: het was Pax Christi, die eind jaren veertig en begin jaren vijftig een pioniersrol speelde bij de opbouw van contacten tussen Fransen en Duitsers en hun latere verzoening.