Waakhond beurshandel op de vingers getikt

ROTTERDAM, 16 SEPT. Voor een toezichthouder op de financiële markten, die bekleed is met het gezag van het ministerie van financiën, is het al niet leuk in het beklaagdenbankje te zitten, laat staan ook nog veroordeeld te worden. Dat lot treft de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), die onder meer de Amsterdamse beurs controleert, een cruciale rol speelt in onderzoeken naar misbruik van voorkennis en tevens belast is met de uitvoering van de Wet Melding Zeggenschap (WMZ) in beursgenoteerde bedrijven.

Over haar publicatiebeleid bij deze WMZ, zoals de meldingswet in de wandeling heet, werd de stichting gisteren gevoelig op de vingers getikt door de Amsterdamse rechtbank-president mr. R. Gisolf. De stichting mag geen gegevens uit de WMZ aan derden meer verstrekken, tenzij de betrokkenen daar toestemming voor geven of uitwisseling van informatie tussen internationale toezichthouders daarom vraagt. De STE vertrekte tot nu toe tegen geringe vergoeding, zoals zij het zelf omschrijft, passief gegevens uit de WMZ. Het beleid was passief, omdat de Registratiekamer, de collega-waakhond die de persoonlijke privacy hoedt, twee jaar geleden een actief publicatiebeleid afgewezen had.

De rechtbank maakt duidelijk dat het belang van de doorzichtigheid van de kapitaalmarkt, dat de stichting als argument geeft voor haar publicatiebeleid, ondergeschikt is aan de privacy-argumenten en de potentiële schade die de Stichting Waakzaamheid WMZ-persoonsregistratie aanvoert. Deze stichting, die in het leven is geroepen door de advocaat mr. G. Hoff, vertegenwoordigt anonieme WMZ-beleggers. De wetgever wilde een zo klein mogelijke rol van de Stichting Toezicht Effectenverkeer, constateert Gisolf. Zonder het “passieve” publicatiebeleid van de STE komt volgens hem de beoogde transparantie van de financiële markten ook tot stand.

Het feit dat de STE zichzelf meer beleidsruimte heeft toegekend door zijn statutaire doel ruim te interpreteren, betekent niet dat de toezichthouder “zich meer bevoegdheden zou kunnen toeëigenen dan door de wetgever in het kader van de WMZ-meldingen oorspronkelijk aan haar zijn verschaft”, zo constateert Gisolf droogjes. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar in zijn vonnis klinkt door dat de STE niet de eerste toezichthouder of opsporingsinstantie is, die met een beroep op zijn maatschappelijke rol of het algemeen belang meer bevoegdheden opslorpt dan de wetgever bedoeld had. In de “concurrentie” met de effectenbeurs, die toezicht houdt op zijn eigen beursleden en zich niet compleet wil laten overvleugelen door de STE, is de reprimande van de Amsterdamse rechtbank-president een tegenslag.

De stichting heeft het lot van de nederlaag bewust over zich afgeroepen. Een recent rapport van de Registratiekamer waarin het publicatiebeleid werd gekraakt, legde de STE naast zich neer. Ook een compromisvoorstel van de Stichting Waakzaamheid van Hoff wees de STE van de hand. Dit compromis voorzag in bevriezing van het publicatiebeleid totdat de wetgever begint met de reparatiewetgeving van de nog prille (in 1992 ingevoerde) WMZ.

Verbetering van de Wet Melding Zeggenschap is hard nodig. In de praktijk zijn legio kleine en grote manco's tevoorschijn gekomen, die de STE eind 1992 geïnventariseerd heeft ten behoeve van reparatiewetgeving. Het zwaarst weegt de omvangrijke bestandsvervuiling die ontstaan is omdat beleggers alleen maar hoeven te melden als zij zelf transacties uitvoeren. Beleggers die niets doen, terwijl het aantal aandelen bij voorbeeld bij een emissie wordt uitgebreid, worden tot in lengte van dagen meegeteld. Als gevolg daarvan stapelen belangen zich op papier op, terwijl een deel in werkelijkheid steeds geringer wordt. Met zijn kort geding heeft Hoff ook het ontbreken van een openbaar register met meldingsgegevens blootgelegd. Deze tekortkomingen vertroebelen nu de nagestreefde doorzichtigheid terwijl de WMZ juist helderheid moest bieden.