Vrijdag 16; Rutger

De Nederlandse Filmdagen gaan hun veertiende jaargang in en heten nu, met meer zelfvertrouwen dan ooit, Nederlands Film Festival. Nederland doe je niet informeel af met een zooitje dagen, de Nederlandse film is een Festival waard.

Juist.

Maar nee hoor. 't Is bluf. Dit Nederlands Film Festival wijdt een van haar belangrijkste programmasecties, het jaarlijkse retrospectief, niet aan een indrukwekkende loopbaan of aan een vergeten dan wel ten onrechte onopgemerkt gebleven figuur uit de Nederlandse cinema. Het koos voor een terugblik op een carrière die in Nederland nog geen tien jaar, duurde: die van Rutger Hauer.

De laatste echt Nederlandse filmrol van Hauer (weinig meer dan een Verschijning, in Spetters), dateert van voor de geboorte van de Nederlandse Filmdagen, de laatste Nederlandse co-produktie met zijn naam in de titelrol was nauwelijks Nederlands te noemen (Flesh and Blood). Maar dat dondert niet. Hauer is een Nederlander met het stempel van de Hollywoodse vleesverwerkende industrie op zijn bil en dat maakt hem onweerstaanbaar.

Hauer maakte het in Amerika. Verhalen over en interviews met hem zijn er te over, maar nooit geven ze iets substantieels prijs over zijn relatie tot het acteursvak. Er rollen bekende Amerikaanse namen en er wordt melding gemaakt van grote, altijd in dollars uitgedrukte, bedragen. Wat hij doet en waarom en hoe, wat hij wil, wat hij verwacht en waar hij naar streeft, het blijft mistig.

Maar Rutger Hauer MAAKTE het. In AMERIKA!! Ja, dat weten we nu, maar wat maakte Rutger Hauer eigenlijk in Amerika? Wat gaan we zien daar op het Nederlands Film Festival?

In het Hauer-retrospectief ondervinden we hoe Rutger Hauer begon als een talentvolle jonge branieschopper in de televisieserie Floris (1969-70), hoe hij school maakte als een vat vol ongecontroleerde energie in Turks Fruit (1973), hoe hij zich ontwikkelde tot een gerijpt acteur die niet langer was aangewezen op zijn geslaagde uiterlijk maar beschikking toonde over melancholie en duistere diepte in Soldaat van Oranje (1979).

Hauer vertrok in 1981 naar de Verenigde Staten, waar hij in dat jaar drie bijrollen speelde onder de regie van drie interessante regisseurs, Ridley Scott, Nicolas Roeg en Sam Peckinpah. Maar wat het ideale begin leek voor een schitterende loopbaan vol veelkantige rollen onder de hoede van Amerikaanse genieën als Scorsese, Coppola of Robert Altman, bleek een opstapje naar glijbaan zonder weg terug.

En zo komt het dat het Nederlands Film Festival nu derderangs actiefilms en romantische draken programmeert, die voor het grootste deel de Nederlandse bioscopen niet bereikten en in het beste geval figureren op de schappen van de videotheken. Want Rutger Hauer heeft na 1983 nog heel veel rollen in Amerikaanse produkties gespeeld, maar bijzonder waren ze nooit. En die schaarse keer dat hij heel voorzichtig een stapje waagde naar de Europese filmkunst, belandde hij in een ongeïnspireerde film van Ermanno Olmi - een gerenommeerd Italiaans cineast, maar toen net even niet op zijn best.

Een retrospectief op de films met Rutger Hauer is het verslag van een gefnuikt talent. Een retrospectief op de films van Rutger Hauer is een rotstreek.