Van het ijs kun je niet winnen; Gewone thriller in ongewone vorm van Peter H⊘eg

Peter H⊘eg: Smilla's gevoel voor sneeuw.Vertaling: Gerard Cruys. Uitg. Meulenhoff, 429 blz. Prijs: ƒ 49,90

Is Smilla's gevoel voor sneeuw, de tweede roman van de Deense schrijver Peter H⊘eg, een literaire thriller of een thrillerachtige roman? Het onderscheid is belangrijk: een thriller beweegt zich doorgaans binnen de beperkte grenzen van zijn eigen genre, terwijl het er in een roman met thriller-elementen nu juist om gaat die grenzen te overstijgen, zodat thema's voelbaar worden die achter het verhaal liggen. De vraag anders gesteld: wil H⊘eg in de eerste plaats een spannend verhaal vertellen of vormen de avonturen van de sociaal onaangepaste Deense Smilla Jaspersen niet meer dan een behendig verpakte aanleiding tot wat H⊘eg eigenlijk wil vertellen?

Dat laatste, lijkt het aanvankelijk. De intrige van Smilla's gevoel voor sneeuw, dat in de twee jaar na zijn verschijning de status van internationale bestseller heeft gekregen, heeft veel weg van die van een gemiddelde Amerikaanse misdaadroman, waarin een goedgebekte vrouwelijke speurder haar huiselijke problemen opzij zet om een behoorlijk vuil complot te ontrafelen. Maar H⊘eg lijkt iets anders na te streven dan vermaak alleen. Hij zet de conventies van het misdaadgenre naar zijn hand.

Zoals haar Amerikaanse collega's vertelt Smilla Jaspersen, weerbarstige dochter van een Groenlandse zeehondenvangster en een Deense luxearts, haar verhaal zelf, maar ze schroomt niet voortdurend allerlei natuurwetenschappelijke (meestal over sneeuw en ijs) en licht-filosofische mijmeringen door haar relaas heen te weven ('Als je jong bent, denk je dat seks de culminatie van vertrouwelijkheid is. Naderhand ontdek je dat het amper een begin is'). Bovendien slaat ze onbekommerd zijpaden in en husselt ze de chronologie van belangrijke ontwikkelingen door elkaar, zodat de lezer van een scène vaak eerder de afloop krijgt te horen dan het begin. Ook het einde van het boek - dat hier vanzelfsprekend niet naverteld kan worden - zou geen enkele doorsnee-misdaadschrijver aan een thriller durven geven.

En dan is er het decor. Smilla's gevoel voor sneeuw begint in Kopenhagen, met de dood van een klein jongetje, dat in de sneeuw wordt aangetroffen en vermoedelijk van een hoog dak is gevallen. Maar zijn buurvrouw heet Smilla Jaspersen, die een sterke verwantschap voelt met ijs en sneeuw en uit de voetsporen van het jongetje Esajas concludeert dat er iets niet in de haak is. De moeder van Esajas is een aan lager wal geraakte alcoholica, die niet in staat is meer dan een kleine bijrol in het verhaal te vervullen, zodat Smilla er alleen voor staat. Ze komt snel - een beetje al te snel, eerlijk gezegd - op het juiste spoor en brengt langzaam maar zeker een behoorlijk gecompliceerd complot aan het licht, wat haar uiteindelijk in de bevroren hel van een Groenlandse gletsjer doet belanden. Dan heeft ze al heel wat mensen geschoffeerd, is ze een paar keer flink in elkaar gemept en aan een paar gemene aanslagen ontkomen. Wat dan inmiddels ook al duidelijk is, is dat veel mannen in de wereld van de wetenschap door motieven worden gedreven die allesbehalve zuiver zijn.

Smilla's gevoel voor sneeuw staat of valt met het dwarse personage van Smilla Jaspersen zelf. Wie voor haar valt, holt vast en zeker meer dan vierhonderd bladzijden ademloos achter haar aan. Wie - zoals ik - haar allesoverheersende persoonlijkheid weerstaanbaar vindt, krijgt halverwege de roman last van een groeiende onvrede. H⊘eg is duidelijk verliefd op zijn schepping en geeft Smilla ruim baan, wat het boek een nogal zelfgenoegzame toon geeft. Haar eindeloze uitweidingen over Groenland, sneeuw en ijs ('Je kunt niet winnen van het ijs'), haar brutale bon-mots over leven en liefde, waarmee ze het verhaal telkens onderbreekt, doen dan ineens getruct aan. Gaandeweg kreeg ik het gevoel dat H⊘egs roman niet veel anders dan een gewone thriller was, in een ongewoon jasje gestoken. De eigenzinnige verwijzingen naar de wereld van sneeuw en ijs verlenen het verhaal een suggestie van diepgang, maar in laatste instantie blijken het versierselen waarmee een nogal smakeloze taart is opgetuigd.

Er is niets tegen gewoon een spannend boek, maar is Smilla's gevoel voor sneeuw dat ook? De intrige is ingenieus genoeg, de onthullingen worden zorgvuldig gedoseerd, Smilla zorgt voor het wij-gevoel bij de lezer dat onontbeerlijk is voor een goede speurdersroman, maar het verhaal is te lang uitgesponnen; zeker het een na laatste deel, dat aan boord van het schip naar Groenland speelt.

De Nederlandse vertaling heeft een vlotte toon, maar is hier en daar vreemd, zeker als je haar vergelijkt met de Engelse. In het Nederlands draagt Smilla 'zwarte alpacawollen slobkousen', terwijl ze in het Engelse gewoon leggings (of beenwarmers) aanheeft. Wanneer Smilla tegen iemand zegt dat ze hem in de gaten houdt, staat er in cryptisch Nederlands: 'Hoor's, Pukkie, als je maar weet dat mijn ogen op je rusten.'

Een bondgenoot van Smilla die een opmerking niet begrijpt, 'ziet er gedesoriënteerd uit.' En in een geheim doosje van het vermoorde jongetje treft ze onder andere het volgende aan: “Verder is er een buskaart. De papierstrook is eruit gehaald zodat de kaart nu dienst doet als omslag voor een foto.' Pardon? Wat er in het Deens staat, weet ik niet, maar het gaat ongetwijfeld om een plastic hoesje waar de buskaart is uitgehaald. Als H⊘egs boek echt spannend was geweest, zou ik daar mijn ogen niet op hebben laten rusten.