Traditie en vernieuwing toneel in harmonie verenigd

Theatermaker Ton Lutz, Ned.3, 23.16-0.00u.

Krijn ter Braak begint het programma dat de NOS vanavond uitzendt over de nu 75-jarige acteur en toneelleider Ton Lutz met een ietwat laffe mededeling. “Dit programma is te kort om alles te laten zien wat ik wilde laten zien,” zegt hij, terwijl hij in beeld samen met de hoofdpersoon van diens Amsterdamse huis in de richting van het Leidseplein loopt. Tja, dat hoort men een programmamaker wel vaker verzuchten - dat hij nog genoeg materiaal had om zijn programma twee keer zo lang te maken. Maar door de manier waarop Ter Braak zijn verzuchting slaakt, niet pas na afloop tegen collega's of critici maar expliciet en in het openbaar, klinkt het bijna als een excuus: sorry hoor, ik kan 't óók niet helpen dat dit alles is.

Ton Lutz, in wie de traditie en de vernieuwing van vijftig jaar Nederlands toneel op wonderbaarlijk harmonieuze wijze zijn verenigd, heeft zich in eerdere tv-interviews (onder meer met Ischa Meijer) niet laten kennen als een theatraal verteller van anecdotes uit een glanzende acteurscarrière. Het liefst spreekt hij zijn interviewers op docerende toon toe over het denken als basis van toneelspelen. Ook hier; als hem wordt gevraagd hoe hij in staat was een bepaalde rol te spelen, antwoordt hij: “Denken.” En even later bezigt hij nadrukkelijk het woord “indenken” in plaats van het gebruikelijke “inleven”. Ter Braak is er niettemin, méér dan anderen, in geslaagd om Lutz uit zijn pedagogenrol los te weken en tot persoonlijker uitspraken te bewegen die tegelijk iets duidelijk maken over 's mans vakopvatting. Bijvoorbeeld over de keer dat moeder Lutz haar zoon ontmaskerde als aansteller, en - ontroerend - de opmerking die Ank van der Moer maakte nadat Lutz haar had geregisseerd: “Je hebt mij aan mezelf teruggegeven.”

Het gesprek is gelardeerd met beelden die niet altijd even relevant zijn en hooguit illustreren dat Ton Lutz het nog altijd druk heeft: met collega's in de trein naar Rotterdam voor repetities van de aanstaande RO-produktie Heartbreak House en in een radiostudio tijdens opnamen voor de dagelijks uitgezonden Odysseia-vertelling. Met de losse hand zijn er bovendien fragmenten doorheen gestrooid uit het archief, van Fanfare (1958), Suiker (1959) en Poker (1960) tot even uiteenlopende voorstellingen als Pitten en Koning Lear van een paar jaar geleden. Om de chronologie heeft Ter Braak zich niet bekommerd; hij was blijkbaar eerder op zoek naar de veelzijdigheid dan naar de ontwikkeling. Dat maakt zijn Lutz-portret tenslotte tot een ietwat vormeloze verzameling impressies, een grabbelton die echter heel wat meer moois bevat dan veel andere grabbeltonnen.