Thomassen ondanks 'dipje' naar beurs

RHEDEN, 16 SEPT. De Amsterdamse beurs krijgt er midden volgend jaar weer een onvervalst industrieel fonds bij. Thomassen International Holding uit Rheden, fabrikant van zware kapitaalgoederen als gasturbines en -compressoren, komt dan terug in de notering. Gisteren werd die herintroductie nog eens formeel bevestigd door directeur W. Magendans tijdens een toelichting op de halfjaarcijfers. Ondanks het feit dat Thomassen momenteel wordt geconfronteerd met “een dipje in de resultaten”, zoals Magendans dat formuleert, is men er bij Thomassen van overtuigd dat het bedrijf tegen een stootje kan. Bovendien ziet de toekomst er volgens Magendans dermate gezond uit dat de stap naar de beurs verantwoord lijkt. “Je moet een stukje beleid durven voeren”, legt hij uit. “Dat heb ik ook gezegd tegen die directeur van ABN Amro die langs zijn neus weg constateerde: 'heeft u maar drie procent van de wereldmarkt? Dat is niet veel.' Ik heb hem er toen op gewezen dat ABN Amro aan een dergelijk percentage in de bankwereld bij lange na nog niet toe is. Dus dat valt wel mee.”

Mogelijk zal ook een deel van de aandelen van het Deutsche Babcock in Oberhausen op de beurs worden aangeboden. Het Duitse concern - dat nu 40 procent van Thomassen bezit, maar een optie heeft op de resterende 60 procent - zal in elk geval een meerderheidsbelang (minimaal 51 procent) in Thomassen behouden. Alpinvest, NPM en ABN Amro-participaties hebben ieder ongeveer 9,5 procent in handen van Thomassen, dat momenteel ruim 700 werknemers heeft.

Volgens Magendans zal Thomassen nooit volledig worden opgeslokt door Babcock (omzet 9 miljard D-mark en 40.000 werknemers) dat terdege de voordelen ziet van een succesvolle dochter die naar de beurs gaat. Een betere toegang tot de kapitaalmarkt stelt Thomassen in staat nog alerter te opereren op niche-markten die giganten als General Electric, Asea Brown Boveri, Siemens en Mitsubishi/Westinghouse links moeten laten liggen. Een klein maar flexibel bedrijf als Thomassen kan beter op de specifieke wensen van de klant inspringen dan “de reuzen op de markt die zich voornamelijk bezighouden met massa-produktie”.

Maar ook op het gebied van grote projecten koestert Thomassen de nodige ambities. Samen met Babcock is een joint-venture opgericht die complete zogenoemde turn-key warmtekracht en combined cycle-installaties aanbiedt. De eerste grote order uit Denemarken voor 56 miljoen gulden is al binnen. Bovendien heeft Thomassen de zakelijke relatie verlengd met General Electric, waarvan Thomassen in licentie turbines betrekt.

Met dit soort activiteiten denkt Thomassen met name de omzet de komende jaren spectaculair op te voeren. Want algemeen directeur Magendans is realist genoeg te beseffen dat de huidige gang van zaken bij zijn bedrijf tot enige relativering stemt. De netto winst liep in de eerste zes maanden zelfs terug met 3,1 miljoen gulden naar 5,4 miljoen, terwijl de netto omzet met 11 procent is toegenomen tot 157 miljoen.

Toegenomen concurrentie op de wereldmarkt (Thomassen genereert 75 procent van zijn omzet via export), de sterke daling van de dollar en de teruglopende vraag op de thuismarkt hebben de resultaten van Thomassen het afgelopen halfjaar sterk onder druk gezet. De bouw van een omvangrijk aantal kleinere warmtekrachtcentrales is in Nederland uitgesteld vanwege de dreigende overcapaciteit in de elektriciteitsopwekking. Magendans wil over dit soort nagatieve ontwikkelingen niet “al te veel zeuren” maar het “moratorium” op de thuismarkt is duidelijk “een brug te ver”, volgens Magendans die daarmee refereert aan de slag bij Arnhem, die momenteel wordt herdacht.

Niettemin is Thomassen ondanks de marktproblemen onder leiding van Magendans duidelijk in rustiger vaarwater terecht gekomen. Want Thomassen heeft een bewogen historie achter de rug. Opgericht in 1906 als smederij door Geurt Thomassen leverde de latere machinefabriek jarenlang motoren voor Shell, dat in 1924 eigenaar van Thomassen werd. Pas in 1955 heeft het olieconcern de meerderheid van de aandelen van de hand gedaan waardoor Thomassen een beursfonds werd. Twaalf jaar later verdween Thomassen van de beurs toen het bedrijf opging in het scheepsbouw- en machinebouwconcern Rijn-Schelde-Verolme.

Na de ondergang van RSV was Thomassen in 1983 een van de eerste dochters die werden verzelfstandigd. Op eigen benen slaagde het bedrijf er in weer sterk en gezond te worden. Toch werkte het 'trauma' RSV nog lang door binnen het bedrijf dat eind jaren tachtig bovendien werd geconfronteerd met een aantal onverkwikkelijke bestuursaffaires. Maar sinds Magendans het roer in handen heeft is het “rustig in de tent.” “Ze waren hier door alle affaires even het ondernemen een beetje vergeten”, zegt de directeur. “Dat hebben we in het bedrijf teruggebracht. We gaan de boer op. Het Verre Oosten, het Midden-Oosten, Afrika, we zijn overal waar wat te verdienen valt. Ik heb me dat nooit zo gerealiseerd maar laatst kreeg ik een onderzoek onder ogen waaruit bleek dat Thomassen wat de hoeveelheid reizen van het personeel betreft tot de top twintig bedrijven in Nederland hoort.”