Oppositie in Zweden bereid tot een coalitie

STOCKHOLM, 16 SEPT. Als de Zweedse sociaal-democraten zondag de verkiezingen winnen maar geen absolute meerderheid behalen, wil hun leider, Ingvar Carlsson, een coalitie met de liberalen of de Centrumpartij “niet uitsluiten”. Dat heeft Carlsson voor de Zweedse radio verklaard.

Carlsson die tussen 1986 en 1991 aan het hoofd stond van een sociaal-democratische minderheidsregering, acht de problemen van Zweden zo groot dat er stabiele politieke verhoudingen dienen te worden geschapen. “We hebben nog altijd kans om zelf een meerderheid te behalen. Als dat niet het geval blijkt zondag, dan kijk ik naar andere partijen”, zo zei hij. Samenwerking met de Conservatieven van de huidige premier Carl Bildt sloot Carlsson uit, maar de vorming van een centrum-linkse coalitie met liberalen en/of Centrumpartij zei hij wel mogelijk te achten. Hoewel de vier 'burgerlijke' partijen van de zittende centrum-rechtse coalitie voor de verkiezingen één front vormden, hebben de liberalen de afgelopen weken al te kennen gegeven dat zij een coalitie met de sociaal-democraten niet bij voorbaat uitsluiten.

Tot eind augustus zag het ernaar uit dat de sociaal-democraten op eigen houtje over een meerderheid in het parlement zouden kunnen beschikken. De afgelopen twee weken is de partij echter in de peilingen teruggezakt naar 43 procent. Vooral vrouwen en jongere kiezers zouden zijn weggelopen. Daardoor lijkt coalitievorming onvermijdelijk te worden. De vakbondsvleugel in de partij, die vanouds sterk is, vindt dat het best een coalitie gesloten kan worden met de ex-communistische Vänsterpartiet, die volgens de laatste peilingen ruim boven de kiesdrempel van vier procent zou blijven. Ook een coalitie waarin de Groenen zijn vertegenwoordigd wordt aan die kant niet uitgesloten, nu zij na drie jaar afwezigheid weer in het parlement lijken te kunnen terugkeren.

Carlsson zelf lijkt de voorkeur te geven aan een coalitie over de traditionele links-rechts lijn heen, aangezien hij daarmee op meer steun van het bedrijfsleven zou kunnen rekenen. Eerder deze week dreigden vier grote Zweedse bedrijven in een open brief dat ze niet meer zouden investeren als hun lasten nog verder zouden stijgen. Er is Carlsson veel aan gelegen om deze dreiging onschadelijk te maken. Inmiddels is van de kant van de vakbeweging al aangedrongen op onderhandelingen tussen werkgevers, vakbeweging en de nieuwe regering om te komen tot een sociaal akkoord. Zweden heeft een lange traditie van dergelijke vormen van samenwerking.

Waarnemers geven de huidige centrum-rechtse regering vrijwel geen kans op prolongatie, aangezien de christen-democraten zondag mogelijk onder de kiesdrempel belanden. Ook de populistische partij Nieuwe Democratie, die de afgelopen periode de regering-Bildt wel eens bijstond, lijkt aan de grote interne twisten te zullen ondergaan.

De Gothenburgse politicoloog Sören Holmberg wees er gisteren op dat het mogelijk tot het laatste toe onzeker zal zijn hoe de samenstelling van het nieuwe parlement er uiteindelijk zal uitzien, aangezien een aantal partijen in de buurt van de gevarenzone van vier procent zit.

De indruk bestaat dat de partijen erin geslaagd zijn de kwestie van het lidmaatschap van de Europese Unie buiten de campagne te houden. De meerderheid van de partijen is voor toetreding, maar onder de aanhang is een meerderheid tegen. Vooral de sociaal-democraten hebben hiervan te lijden, maar zowel voor- als tegenstanders binnen die partij gaven deze week te verstaan dat bij alle meningsverschillen hun loyaliteit jegens de sociaal-democratie voorop staat. Op 13 november kunnen de Zweden naar de stembus om zich in een referendum uit te spreken over toetreding. Hoewel dat referendum officieel slechts als aanbeveling geldt, hebben de partijen zich op voorhand aan de uitkomst gebonden. “Als het 50,5 procent tegen is, dan blijven we buiten de EU, als het 50,5 procent vóór is, dan treden we toe”, zo vatte Ingvar Carlsson de situatie gisteren samen.