Ook veteraan Van der Poel te goed voor wielerjeugd

BRUSSEL, 16 SEPT. Gisteren waren in Brussel aan het front geen jonge nationale beroepsrenners te bekennen toen Rolf Sörensen in de Brusselse wijk Anderlecht de najaarsklassieker Parijs-Brussel op zijn naam bracht. Wél de oudste Nederlandse professional: Adri van der Poel, inmiddels 35 jaar en bezig aan zijn veertiende seizoen. De 'veteraan' eindigde als zevende op ruim één minuut van de Deense winnaar. De overige landgenoten kwamen ver in de achterhoede binnen, op zeven minuten en meer.

“Waar was de jeugd?”, werd Van der Poel gevraagd. Aanvankelijk omzeilde hij de vraag. Maar na lang aandringen brandde hij los en leverde felle kritiek op de huidige generatie. “Ze moeten eens beseffen dat ze eerst dienen te presteren en dan pas over geld mogen praten. En niet omgekeerd.”, hekelde Van der Poel de instelling van de jeugd. “Eerst trappen en dan eisen.”

Van der Poel zal zolang hij op de fiets zit altijd de volle honderd procent geven. Hij geeft pas op als alle energie is opgebrand. Aan stoppen denkt hij voorlopig nog niet. Over zijn toekomst behoeft hij zich vooralsnog weinig zorgen te maken. Mercatone Uno heeft hem benaderd om volgend seizoen terug te keren. “Zolang ik conditioneel in orde ben, blijf ik fietsen. Ik dacht in alle bescheidenheid als wegkapitein nog altijd een woordje mee te kunnen spreken.”

Dat bewees Van der Poel in de finale van Parijs-Brussel, die pas na 130 van de 257 kilometer een echte wedstrijd werd toen een groep van elf met onder anderen Sörensen en Maassen vijftig kilometer lang voorop bleef. Direct na de hergroepering ontstond een nieuwe kopgroep van zes waar Van der Poel ook deel van uitmaakte. De groep kreeg na de beklimming van de Mont Saint Roch gezelschap van nog acht renners.

Dertig kilometer voor de aankomst sprongen Sörensen, Ballerini en Yates weg. Van der Poel probeerde tevergeefs het gat te dichten. Sörensen liet vijf kilometer voor de finish zijn medevluchters in de steek en won met tien tellen voorsprong op Ballerini, zeventien op Yates en een minuut op de groep met Van der Poel.