Navolgbare moorden

J.P. Guépin: Het verschil van mening. Uitg. Ambo, Prijs ƒ 59,50 De Oresteia van Aeschylos, door de Schaubühne, in een regie van Peter Stein; Rotterdamse Schouwburg, 17 en 18 sept. Een voorbeeldige Hamlet (van de Rus Kozintsov) is op video verkrijgbaar bij Moskwood in Haarlem

Deze rubriek heet net als vorig seizoen 'Scènes', want het uitgangspunt blijft ongewijzigd: wat je ook beweert, uiteindelijk moet je handelen, en iedere handeling (zelfs als die inhoudt dat je afziet van handelen) levert een scène op. Op deze gedachte stoelt drama, en over drama zal het dan ook gaan; er zijn tragedies, televisieseries en films opdat we weten wie we zijn. En anders dan in filosofie of wetenschap gaat het in drama niet om uitspraken die 'de' mens definiëren, maar om handelingen die emoties en oordelen loswoelen. Misschien leert drama uiteindelijk wel dat we alleen maar weten 'wie we zijn' zolang we het over concrete situaties en scènes hebben. Je wordt gevraagd je in te leven. Zou ik ook zo zijn geweest als de held van het stuk? De kennis die je opdoet is concreet. Na afloop kun je over jezelf praten door over Hamlet te praten; je kunt jezelf onder de loep nemen door je in Hamlet te verdiepen. Waarom stak hij zijn schurkachtige stiefvader niet dood?

Zelf heb ik geen uitgesproken schurkachtige stiefvader. Meer in het algemeen heb ik nooit met een dolk in de hand vlak achter iemand hoeven staan die ik haatte. Toch kan ik over Hamlet praten alsof ik hem gedurende de scène in kwestie ben geweest. Of beter: ik kon hem een tijdlang volgen, dankzij Shakespeare's onnavolgbare vermogen mij te betrekken bij personages door ze te laten belichamen door acteurs die tijdens de scènes doen alsof ze een ander zijn. 'Ik bevond me in Hamlet'. Tegelijkertijd bleef ik op afstand, als een soort rechter, en keek ik, vanuit mijn eigen wereld, naar de scène.

Inleving en oordeel - het zijn begrippen waarover je in abstracto, buiten de scènes om, eigenlijk niet kunt spreken. Je hebt de scènes, de voorbeelden, nodig, want zonder hen zou er van personages, en van gedrag, geen sprake zijn. De dramatische literatuur, en haar halfzuster de film, is een verzameling krasse voorbeelden, terwijl mijn eigen leven een moeilijk te grijpen stroom ervaringen is, veroorzaakt door scènische gebeurtenissen die ik vooral 'van binnen uit' heb meegemaakt. Die twee, buiten en binnen, werken op elkaar in. Je wordt op een geheimzinnige manier 'Hamlet van binnen', terwijl je zelf, op een al even geheimzinnige manier, ook de scène 'van buiten' blijft bekijken. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de Grote Scènes, uit vooral de tragedies, je leren wat je voelde toen je, vóór de voorstelling, iets meemaakte. En ik weet zeker dat de kleine scènes, die we in mindere films of stukken zien, afgeleid zijn van de grote.

'Voelen' is te eenzijdig, te passief. Het gaat in tragedie immers ook om oordelen. Hamlet talmt en terwijl hij steeds maar zijn wraak niet neemt, wordt hij egocentrisch, onberekenbaar, een misogyn. Maar ook zijn vrouwenhaat is, hoe onbillijk ook, navolgbaar. Had je je in het leven van alledag ernstig voorgenomen om nooit meer over 'de' vrouw te spreken, - wanneer je ziet hoe slap Hamlets moeder is, dan steken oude, bijna archaïsche generaliseringen, die de kracht van een sentiment hebben, de kop weer op.

Kribbigheid

Hamlet bruskeert, door zijn inleefbare kribbigheid, Ophelia zó grondig dat ze zelfmoord pleegt. De tragedie (die voor haar laatste daad nog wel andere motieven geeft) vraagt je dus een oordeel te hebben over iets waar je je tijdens de voorstelling verrassend goed in kon inleven: de neiging om introspectie en zoeken naar essenties hoger aan te slaan dan bloedig handelen. Zonder Hamlet zou ik deze neiging ook heus wel kennen. Maar sinds ik enigszins vertrouwd ben met dit stuk, dat bovendien één van de meest besproken stukken sinds de renaissance is, fungeert Hamlets gedrag als een bedding waar mijn ervaring door stroomt. De ervaring heeft een naam gekregen, Hamlet, en die naam is gehecht aan iemand wiens (wan)daden alleen in, dikwijls moeilijk te interpreteren, handelingen, in scènes, verbeeld zijn.

Ik geloof niet dat je de wedervaardigheden van Oidipoes, Hamlet, Hedda Gabler of Harvey Keitels Bad Lieutenant kunt toepassen op het leven van alledag. Daar waarschuwt J.P. Guépin voor, in zijn net verschenen boek Het verschil van mening. Het boek gaat onder meer over de onuitroeibare neiging van mensen om het altijd maar weer te hebben over 'de' mens, en daar gruwelijke consequenties uit te trekken. Literatuur zou de aangewezen manier kunnen zijn om je tegen deze neiging tot essentialisme te wapenen. Maar juist tegen de 'voorbeeldfunctie' van literatuur waarschuwt Guépin: literatuur geeft zijn morele lessen 'met zoveel context, dat de toepasbaarheid in andere situaties twijfelachtig wordt, want er zijn geen echt vergelijkbare situaties'.

Het oordeel dat je over Hamlet kunt vellen - zoiets als: alle mensen geneigd tot intellectuele introspectie maken slachtoffers in de liefde - heeft geen universele geldigheid. Als het boek van Guépin één ding duidelijk maakt, dan is het hoe hondsmoeilijk het is om niet toch zulke algemene lessen te willen trekken. Ofschoon ik Het verschil van mening nog aan het lezen ben, besef ik wel al dat het zijn waarde ontleent aan het feit dat het je ervan doordringt dat de neiging tot essentialisme bestreden moet worden met oefening. Je kunt niet zomaar zeggen: essentialisme is slecht. Het is zozeer verweven met onze cultuur en opvoeding, dat het bestreden moet worden met iets wat op onthouding lijkt: puntsgewijze, intensieve verzaking, inderdaad, alsof het een neiging is. Dat maakt de lectuur van Guépins boek tot iets heel anders dan die van een filosofisch traktaat of systeem. Komende weken kon ik erop terug.

Toch houd ik vast aan het denkbeeld dat drama een voorbeeldfunctie heeft, zij het op de tegenovergestelde wijze. Een tragische scène maakt dat je als toeschouwer van toepassing wordt op het drama.

Dat klinkt een beetje gratuit, een omkering om de omkering, maar wat ik bedoel is: de inleving in Hamlet is mogelijk, juist omdat hij een eenzijdig personage is dat rondloopt door een doolhof van eenzijdige gebeurtenissen. Hij is een keuze van Shakespeare, die met Macbeth heeft kunnen kiezen voor een tegenpersonage van Hamlet: een figuur die nimmer talmt en altijd toeslaat. Hoe sterk je je ook met Hamlet hebt geïdentificeerd - na afloop keer je weer terug in je eigen leven. Als het goed is ben je na afloop om te beginnen verbaasd dat je je de vragen van een ánder was gaan stellen.

Oresteia

Je eigen toepasbaarheid, en dus: je eigen veranderlijkheid - zodra je die, vooral dankzij het drama, leert kennen, heb je volgens mij een eerste stap gezet weg van de neiging om essentialistische uitspraken te doen. Dit geldt heel speciaal voor drama's die je een misdaad in sleuren, zoals bijvoorbeeld het eerste deel van de Oresteia die dit weekend, in de Rotterdamse Schouwburg, gespeeld wordt door de Berlijnse Schaubühne. Clytaemnestra's moord met voorbedachte rade op Agamemnon is hoe dan ook iets waar de meesten van ons niet van dromen. Toch herinner ik me de eerste, en enige uitvoering van dat stuk die ik zag, in 1974, met Peter van der Linden als Clytaemnestra, als zó meeslepend, dat ik meende te begrijpen waarom de moord gepleegd moest worden.

Het verontrustende is natuurlijk dat hetzelfde ook voor het tweede deel van de Oresteia geldt: de moord van Orestes op Clytaemnestra is al eveneens tot op onverwacht grote hoogte navolgbaar. En wanneer je, misschien wel tot je eigen verbazing, bloeddorstiger en vendetta-achtiger gemaakt bent dan ooit tevoren komt deel Drie, dat voor eens en voor al duidelijk maakt hoe ongelooflijk moeilijk het is om rechtspraak, met hoor en vooral wederhoor, te vestigen in een samenleving die nog maar nauwelijks de era van de bloedwraak achter zich heeft gelaten.

Juist het vermogen van drama om je een misdaad uit hartstocht in te sleuren, is haar wapenfeit. Guépins boek is uiteindelijk een pleidooi voor bezonnenheid, - voor datgene waar de Oresteia mee eindigt. Aeschylos' onsterfelijke verdienste is dat hij de razende onbezonnenheid van alle partijen gelijkelijk inleefbaar heeft gemaakt, en van alle gedragingen is blijven erkennen dat zij 'menselijk' zijn.

Het voorbeeldige van drama zit 'm, geloof ik, in de wijze waarop elk groot drama opnieuw, datgene wat we geneigd zijn onmenselijk te noemen, misdadig, beestachtig, meeslepend weet te maken. En wat mij blijft intrigeren is het vermogen van tragedie mij van een misdaad - van iets dat ik, met een koeler hoofd, 'misdadig' zou noemen (b.v. Agamemnons executie van Iphigenia), te laten zien dat het tòch kennelijk moest gebeuren.

In een tragedie moet 'het', de barbaarse, bloeddorstige daad, gebeuren. De moeder vergiftigt haar kinderen, de vader vermoordt zijn zoon, de prins gaat maar door met talmen tot het liefste meisje eraan gaat - wat is dat voor moeten? Waarom willen we op toneel, en in film, een wereld zien waarin de dingen, zolang we kijken, noodzakelijk zo moeten gaan zoals ze gaan - 'geen speld tussen te krijgen', terwijl we in werkelijkheid willen dat er rechtspraak is, en Guépins bezonnen oordelen, stoelend op ampele, rationele overwegingen?