Namen

In Spanje noemt iedereen elkaar bij de voornaam. De dokter noemt mij Elsa, maar zegt wel U tegen me. Zelfs je beste vrienden weten vaak niet hoe je achternaam is. Die is alleen belangrijk voor officiële dingen. En Spanjaarden hebben er nog wel twee: die van hun vader en die van hun moeder. Je zegt 'U' tegen mensen waar je respect voor hebt, of die je niet goed kent. Maar het is een gebruik dat verdwijnt - net als in Nederland. De kinderen in de buurt zeggen meestal 'jij' tegen me, maar hun moeder zegt 'U'.

Sommige namen komen heel veel voor: Antonio, Manolo, José, Carmen, Conchi, Trini, Lola. Daarom is het makkelijk dat veel mensen ook nog een bijnaam hebben. Je hoeft dan niet uit te leggen welke Antonio of welke Conchi je bedoelt. Antonio hier verderop wordt bijvoorbeeld Macacú genoemd. Maar geen mens zal dat ooit recht in zijn gezicht tegen hem zeggen. Dan zou hij wel eens kwaad kunnen worden. Want een macacú is een soort aap, en die Antonio heeft ook echt zo'n gezicht. Ik ken ook een man die Longaniza genoemd wordt. Een longaniza is een heel dun worstje, die naam past uitstekend bij hem. Maar waarom heet een zekere Mighel Cazarola? Het is iemand met een geweldig grote mond en hij is een veelvraat. Hij eet uit de pan (een cazarola is een kookpot van aardewerk), hij heeft het geduld niet het eten eerst op een bord te scheppen. Zeggen ze.

Van veel bijnamen weet niemand meer hoe ze ontstaan zijn; bovendien gaan ze van de ouders op de kinderen over. Waarom noemen ze Carmela la Bota (laars of wijnzak)? Omdat haar man el Bota werd genoemd, maar waarom?

Bijna altijd past een naam bij degene die hem draagt zoals een handschoen om een hand past. Of het nu mensen zijn of dieren of dingen. De rijnaak “De Volharding” stoomt tegen de stroom op, langzaam en gestaag, en je weet zeker dat hij over een aantal uren in Keulen aan zal komen. Onze hond Coco is heel anders dan Bunker, een hond die we vroeger hadden. Bunker was een woeste hond waar kinderen bang voor waren. Coco is een eigenwijze blaffer.

Als je geen naam hebt ben je niemand. Vroeger was het in sommige streken van China gebruik meisjes geen naam te geven, want die waren onbelangrijk. Ze werden aangeduid met “meisje twee” of “meisje drie”. Wat klinkt dat armzalig: “meisje twee”! Vergelijk dat eens met bijvoorbeeld Montserrat Caballé. Zo heet een operazangeres uit Barcelona.

Onlangs is een trein naar haar genoemd. Een van de treinen die door de tunnel rijden van Frankrijk naar Engeland. Wat een schitterende naam voor zo'n gestroomlijnde moderne trein: Montserrat Caballé! Haar landgenoten, de Catalanen, noemen haar Bacalao (kabeljauw). Als je haar ziet begrijp je het.

Het is een soort wonder, maar het is waar: mensen, dieren en dingen hebben bijna altijd de naam die bij ze past.