Moorden bevorderen strijdlust in Rwanda

NAIROBI, 16 SEPT. De volkerenmoord in Rwanda heeft de wereld geschokt, maar níet de Rwandezen. Misschien wel één miljoen burgers werden doodgeschoten, verbrand, opengesneden, in stukjes gehakt of levend begraven. Hutu- en Tutsi-buren gingen elkaar te lijf en zelfs binnen families moordden Hutu's en Tutsi's elkaar uit. De massaliteit, de snelheid en de beestachtige methoden maakten de bloedbaden in Rwanda tot een van de ernstigste genocides van deze eeuw. Toch is Rwanda geen land vol berouw, schaamte en bezinning. Integendeel. De meerderheid der Rwandezen ontkent de bloedbaden en zweert wraak.

Met hun gedeelde taal en cultuur kunnen Hutu's en Tutsi's nauwelijks meer afzonderlijke stammen worden genoemd. Ze leven in het overbevolkte Rwanda en Burundi in dezelfde dorpjes, ze delen heuvels en valleien voor de landbouw en trouwen onderling. Hutu's en Tutsi's zijn vierhonderd jaar nadat de Tutsi's het gebied van de grote meren binnentrokken, in vele opzichten verbroederd. Maar psychologisch verkeren zij onderling in permanente staat van oorlog.

De feodale Tutsi-overheersing, de in de koloniale periode aangewakkerde tegenstellingen, de strijd om spaarzame landbouwgrond en de straffeloze wraakexpedities van beide groepen na de onafhankelijkheid liggen ten grondslag aan deze antagonistische verhouding. De honderdduizenden slachtoffers die in het afgelopen jaar in Rwanda en het buurland Burundi zijn gevallen, hebben de strijdlust aangewakkerd, niet verminderd. Afrika is berucht om zijn vele oorlogen maar staat tevens bekend om de snelle wijze waarop Afrikanen zich na een verbeten strijd verzoenen. In Rwanda en Burundi lijktdeze Afrikaanse eigenschap afwezig.

De voorgaande regering van Rwanda zette de meerderheid van de Hutu's aan om de minderheid van de Tutsi's te elimineren. Bijna is dat gelukt. Na de volkerenmoord onder de Tutsi's en de verovering van Rwanda door het Rwandese Patriottische Front (RPF) trokken de Hutu's massaal het land uit en wierpen zich op als slachtoffers. De intellectuelen onder de Hutu-vluchtelingen in Oost-Zaïre en West-Tanzania tonen geen enkel berouw. Ze klagen dat de wereld maar niet wil begrijpen dat juist de Tutsi's de Hutu's wilden uitmoorden. In Zaïre en West-Europa circuleren pamfletten van Hutu-intellectuelen waarin ze Tutsi's vampiers noemen die werken aan de verwezenlijking van hun eeuwenoude droom om een exclusief Tutsi-rijk te stichten in het gebied van de grote meren.

“Het is nu duidelijk dat de meerderheid van de vluchtelingen niet naar Rwanda wil terugkeren”, verzuchtte al ruim een maand geleden een medewerker van de Verenigde Naties in de OostZaïrese stad Goma. In de vluchtelingenkampen draait de propagandamolen op volle toeren: ex-regeringsmilitairen en Hutu-militieleden slagen er zo in de twee miljoen Hutu-vluchtelingen in het buitenland te houden, met het doel te verhinderen dat het RPF in Rwanda een effectief bestuur kan vormen. James Grant, hoofd van Unicef, sprak deze week van een regime van terreur en desinformatie in Goma (Zaïre). Vele journalisten en hulpverleners zijn er in de afgelopen weken bedreigd .

De Hutu-leiders bereiden zich voor op een invasie van Rwanda. Ongeveer dertigduizend ex-regeringsmilitairen en veertig- tot vijftigduizend militieleden met zware wapens maken plannen voor actie.

De Tutsi-soldaten van het zegevierende RPF op hun beurt worden steeds regelmatiger door onafhankelijke waarnemers beschuldigd van wraakacties tegen Hutu's. “Mensen die terecht of niet zijn beschuldigd, worden gedood of verdwijnen en vaak hebben RPF-soldaten hier een hand in”, schreef de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch vorige week. De daders bleven ongestraft. In de afgelopen tien dagen werden 2.000 mensen gedetineerd door het RPF op verdenking van deelname aan de volkerenmoord tegen de Tutsi's. Het Internationale Rode Kruis noemt deze arrestaties verontrustend.

De VN en andere internationale hulporganisaties verzekeren dat er geen sprake is van een systematische campagne van het RPF tegen Hutu's die vergelijkbaar is met de genocide in april en mei tegen de Tutsi's. Maar is dat een zuivere vergelijking? Volgens sommige berichten zouden al honderden Hutu's slachtoffer zijn geworden van RPF-soldaten.

In Burundi leven achthonderdduizend Tutsi's, in Oeganda één miljoen en in Oost-Zaïre nog eens ruim één miljoen. Tutsi's uit deze landen trekken sinds de RPF-zege de ontvolkte Rwandese hoofdstad Kigali binnen. Op kabinetsbijeenkomsten wordt niet langer Frans maar Engels gesproken, de voertaal van de Tutsi's uit Oeganda. Rwanda's sterke man en vice-president Paul Kagame laat zich bewaken door Tutsi's uit Burundi. De nieuwe regering is overduidelijk een Tutsi-bewind, en de gevluchte Hutu's zullen er nooit in vertrouwen.

Om een nieuwe ronde van grootschalig geweld te voorkomen zou eerst het gevaar van de vluchtelingenkampen moeten worden geneutraliseerd. Eerdere beloften ten spijt heeft de Zaïrese president Mobutu nog steeds geen afdoende maatregelen genomen tegen moordenaars en ex-regeringsmilitairen en milities in de kampen in Oost-Zaïre. Volgens hardnekkige berichten die onlangs ook in een VN-rapport opdoken, bestaan er bij de Zaïrese steden Goma en Bukavu trainingskampen van Rwandese ex-strijders. Mobutu heeft er belang bij verzetsbewegingen uit de buurlanden onderdak te geven. Hij behoudt op deze wijze invloed in de regio en hij verzekert zich van een sterke onderhandelingspositie met die landen die weer Zaïrese verzetsorganisaties steun verlenen.

Rwanda heeft een regering maar geen regeringsapparaat. Er zijn geen politie, rechters en andere ambtenaren om nieuwe schendingen van de mensenrechten te voorkomen. De ervaringen van de laatste twintig jaren hebben Hutu's en Tutsi's van Burundi en Rwanda geleerd dat zij vrijwel straffeloos elkaar kunnen uitmoorden. Een medewerker van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International merkte ruim één maand geleden op: “Je hebt een zichtbare aanwezigheid in alle zeventig districten van Rwanda nodig van internationale waarnemers die toezien op de mensenrechten. Als mensen geen vertrouwen hebben dat ze veilig kunnen terugkeren, zonder angst voor wraak, als er geen juridisch systeem functioneert, dan kan je de cyclus van geweld niet doorbreken.”

De VN hebben na de volkerenmoord commissies van onderzoek naar de schendingen van de mensenrechten gecreëerd. De Ierse Karen Kenny, ex-hoofd van zo'n commissie, zei twee maanden geleden: “We hebben onderzoeksrechters nodig, gerechtelijke en ballistische experts, analisten van geheime militaire informatie en aanklagers die in het verleden met oorlogsmisdaden te doen hebben gehad. Als we ons niet bezig houden met de zaak van de volkerenmoord, hoe kunnen we dan het RPF vragen zich te houden aan de internationale standaard van gerechtigheid?”

Karen Kenny nam afgelopen weekeinde haar ontslag uit frustratie over het gebrek aan steun van de VN. Mark Boden van de Britse hulporganisatie Save the Children noemde deze week in een felle verklaring de VN-commissie een janboel. Hij pleitte voor een onmiddellijke forse uitbreiding van het aantal waarnemers, die hun werkzaamheden zouden moeten uitbreiden naar de kampen in Zaïre. “Verzoening en rechtvaardigheid gaan samen”, aldus Boden.

Als de VN nalaten de moordpartijen van de laatste paar maanden te onderzoeken en de schuldigen te straffen, zal het RPF dit doen. Premier Faustin Twagiramungu dreigde onlangs: “Het RPF wil zelf 300.000 mensen berechten voor genocide. We doen het zelf, want een internationaal tribunaal duurt te lang.” Reden te meer voor de Hutu-ballingen, ook de onschuldigen onder hen, om niet naar Rwanda terug te keren maar zich voor te bereiden op een nieuwe oorlog.