Miller: mijn dans is wild en losbandig

De Amsterdamse Stadsschouwburg bestaat een eeuw. Dat is deze maand gevierd met voorstellingen die door een aantal ambassades zijn uitgekozen. Duitsland sluit de serie zondag af met het optreden van Amanda Miller en de Pretty Ugly Dancecompany.

Programma Amanda Miller/ Pretty Ugly Dancecompany: 'Two Pears', 'Night by itself' en 'Pretty Ugly', zo 18/9 20.15 uur Stadsschouwburg Amsterdam. Inl 020-6242311.

De Amerikaanse choreografe Amanda Miller vindt het niet zo vreemd dat zij en haar Pretty Ugly Dancecompany, een internationaal gezelschap, het Duitse cadeautje is voor de jubilerende Stadsschouwburg in Amsterdam. Haar wortels liggen weliswaar in North Carolina, maar haar groei en bloei als danseres en choreografe dankt zij aan het culturele klimaat in Duitsland. “Mijn werk”, vertelt Miller, “behoort eerder tot de West Europese school dan de Amerikaanse.”

Haar dansidioom vraagt een grote virtuositeit en vakbekwaamheid. Met haar armen geeft zij de grillige bewegingen aan die zij gebruikt. “Ook voor moderne dansers is het wennen”, zegt zij met een ironische blik, “mijn werk is onvoorspelbaar, emotioneel, wild en losbandig. Ik gebruik vaak alledaagse bewegingen. Die zijn herkenbaar. Net als de teksten die toevalligerwijs tijdens het repetitieproces ontstaan, zoals een uitroep of een kreet van ergernis.”

Amanda Miller (1961) arriveerde als 18-jarige klassiek geschoolde danseres bij de Deutsche Oper Berlin. In die wereldstad zag zij Gerhard Bohner de reconstructies dansen van Oskar Schlemmers bewegingsstukken. Dat was nieuw voor haar. Het zette haar aan het denken over de structuur van een choreografie. In 1984 ontmoette zij er ook William Forsythe die haar meenam naar Frankfurt. Daar debuteerde zij als choreografe met Pizza Girl (1986). Ze begon met choreografie, omdat ze haar energie niet kwijt kon in alleen dansen. De rigide ballettraining ging haar in Berlijn vervelen. In een lege studio begon zij 's avonds met het verzinnen van combinaties. Ze maakte er korte stukken van, die door vrienden werden uitgevoerd.

Acht jaar bleef zij verbonden aan Forsythe's gezelschap, als danseres, zijn assistente en huischoreografe. Sinds 1992 zwerft zij als freelance choreografe van het ene gezelschap naar het andere. In Nederland maakte zij balletten voor de Rotterdamse Dansgroep en Nederlands Dans Theater 2.

Vorig jaar richtte Miller de Pretty Ugly Dancecompany op, waarmee ze afgelopen juni tijdens het internationale choreografenconcours in Bagnolet drie prijzen in de wacht sleepte.

Ze doet veel voorwerk voor haar choreografieën. “Ik lees veel. Boeken van Oliver Sachs, bij voorbeeld. Hij schrijft over de relatie tussen de mens en de natuur. Wij accepteren onze gezondheid als vanzelfsprekend. Maar hoe gedraag je je als bepaalde zintuigen uitvallen? Hoe reageer je op je omgeving als je een oog mist of niet kunt horen? Hoe beweeg je je dan? Dat soort gegevens probeer ik in mijn balletten te verwerken?”

Millers muzikale voorkeur gaat uit naar hedendaagse composities. Zij werkt intensief samen met de avantgardistische musici Arto Lindsay en Peter Scherer uit New York. “Je moet de stapel faxen zien die over en weer worden gestuurd”, zegt de dramaturg en decorontwerper Seth Tillet die zich bij ons heeft gevoegd. “Wij stimuleren elkaar”, vervolgt Miller. “Wij werken met een open structuur. De een zegt wat over de muziek, de ander iets over het decor of de dans. Uiteindelijk doen we toch wat we zelf willen.”

Op de vraag of dat nooit tot verrassingen leidt, slaakt zij een hoge gil en slaat de hand voor de mond. “Hun humor is net als die van mij: goofy, maf. Als ik in New York ben trek ik veel met hen op. Gaan wij naar de film of samen eten. Dat doe ik liever dan aan een bureau iets bedenken. Ik probeer me niet te veel te bemoeien met hun aandeel. Geef alleen suggesties. Vertel over de wapperende jurk van een rennende vrouw op straat. De beste invallen krijg je toch in een taxi.”