Markt velt oordeel over Paars

AMSTERDAM, 16 SEPT. Na jarenlang een bescheiden rol te hebben gespeeld in de openbare politieke discussie in de Europese Unie, was het begrip 'lange rente' vorig weekeinde een van de meest gebruikte begrippen tijdens de bijeenkomst van de Europese ministers van financiën in het Duitse stadje Lindau.

Langzaam dringt het besef door dat de verlichting van de Europese schuldenlast een van de kernpunten zal zijn in de toekomst van de Unie. De kosten van nieuwe schulden, waarmee de rente en aflossing van de oude moet worden gefinancierd, hangen af van de rente die op de kapitaalmarkt geldt. De angst is groot dat de kapitaalmarktrente zo hoog blijft als zij nu is, of zelfs stijgt. Dat zou de financiële meevallers van een aantrekkende eonomische groei grotendeels teniet doen.

Hoe groot het vertrouwen van de financiële markten in de afzonderlijke landen van de Europse Unie is, uit zich doorgaans in onderlinge renteverschillen. De geldmarkttarieven, die door de centrale bank worden vastgesteld, geven aan in hoeverre de centrale bank het aandurft de rente te laten zakken zonder dat de inflatie uit de hand loopt of, acuter, de waarde van de munt in gevaar komt. Het sterkste land kan zich de laagste rente permitteren.

Op de 'lange' kapitaalmarktrente, die op de financiële markten tot stand komt, heeft de centrale bank geen directe invloed. De kapitaalmarktrente drukt uit in hoeverre beleggers er vertrouwen in hebben dat de waarde van hun langlopende obligaties niet door inflatie of een te groot aanbod van nieuwe leningen wordt uitgehold. Een hogere rente betekent minder vertrouwen.

De toenmalige CDA-lijsttrekker Elco Brinkman wees in de week voor de Kamerverkiezingen op 3 mei, toen het verlies van het CDA in de peilingen duurzaam bleek, op het stijgende renteverschil met Duitsland in het nadeel van Nederland, wat er volgens hem op zou wijzen dat beleggers het vertrouwen in Nederland zouden verliezen als het CDA geen coalitiepartner werd.

Als dat inderdaad zo is, groeit het vertrouwen van beleggers in het financiële beleid van de Paarse coalitie zienderogen. Naarmate Prinsjesdag nadert, lijkt de Nederlandse kapitaalmarktrente duurzaam onder de Duitse te duiken. Daarmee heeft Nederland Duitsland verdrongen als laagste-renteland in de Europese Unie. Het renteverschil is nu 0,07 procent. Het effectenhuis Kidder Peabody verwacht dat de Nederlandse rente in de komende tijd wel een kwart procent lager zou kunnen worden dan de Duitse.

De directe verklaring voor dat positieve renteverschil is dat de resterende financiering van de Nederlandse staatsschuld in 1994 met de veiling van de jongste 7,25 procents tienjarige obligatie voor meer dan de helft is verzorgd. Veel hangt daarbij af van de resterende financieringsbehoefte die minister Zalm van financiën aanstaande dinsdag in de Miljoennota presenteert. De behoefte kan een paar miljard gulden lager uitvallen dan voorzien, omdat de woningbouwcorporaties hun verplichtingen aan het Rijk versneld aflossen. Aan de andere kant is het de vraag of alle ministeries zich tijdens het bestuurlijke vacuüm van verkiezingen en formatie netjes aan hun begroting hebben gehouden.

Beleggers hoeven in elk geval de komende maanden geen bovenmatig aanbod van Nederlands schuldpapier meer te vrezen. Duitsland moet daarentegen nog met het aanbod van obligaties komen. Voorlopige schattingen geven aan dat nog voor 60 miljard mark aan financiering moet worden gevonden.

Op de achtergrond spelen politieke factoren in Duitsland een belangrijke rol. Daar bestaat grote onzekerheid over de uitslag van de Bondsdagverkiezingen van volgende maand. Vraag is of de kracht van de christendemocraten op peil blijft en of de liberale FDP de kiesdrempel haalt, waarmee de christen-liberale coalitie in het zadel kan worden gehouden. Die combinatie heeft de onverdeelde voorkeur van het internationale kapitaal.

De Paarse plannen lijken echter ook mee te tellen. ABN Amro, dat voor buitenlandse beleggers als een belangrijke graadmeter voor de Nederlandse markt geldt, sprak gisteren in een publicatie het vertrouwen uit in de nieuwe minister van financiën Gerrit Zalm, maar heeft twijfels bij het politieke klimaat waarin hij zal moeten opereren. Veel hangt af van de ruggesteun die hij krijgt van premier Kok, en van de bereidheid van het kabinet om meevallers aan te wenden voor een sterkere vermindering van het begrotingstekort dat het kabinet zich tot nu toe officieel heeft voorgenomen. In het regeerakkoord staat dat het begrotingstekort daalt tot 2,9 procent in 1998. Als dat tekort zou worden gehandhaafd, en de nominale economische groei (inflatie inbegrepen) bedraagt vijf procent, dan zal het volgens ABN Amro tot het jaar 2050 duren totdat de staatsschuld is gedaald tot 60 procent van het bruto binnenlands produkt, de maatstaf die volgens Europese afspraken al in 1998 moet zijn bereikt.

Zalm maakte in Lindau duidelijk dat percentage van 60 procent sneller te willen naderen, om zo aan de normen voor de toetreding tot de Economische en Monetaire Unie van Europa te voldoen. Of het bijbehorende financiële beleid voor 1995 en daarna, zoals dat dinsdag in de Miljoennennota wordt gepresenteerd, daar adekwaat voor wordt geacht, zal op dinsdag voor iedereen zichtbaar worden beoordeeld op de obligatiemarkt. Blijft de Nederlandse 'lange' rente lager dan de Duitse, of loopt het verschil verder op, dan wijst dat op een goedkeuring door de markt van de Paarse financiële plannen.