Leve de heidense moraal

Gelukkig een land met een krant waarin kort na elkaar twee zo fundamentele en complementaire stukken verschijnen als die van Mario Vargas Llosa (5 september) en Herman Philipse. Gelukkig zijn er nog schrijvers bereid het inspannende denkwerk te verrichten dat nodig is om een publieke moraal niet op een god maar op de evolutie van het leven te baseren.

Want inderdaad, “alle godsdiensten (-) zijn dogmatisch en zelfgenoegzaam”, en zij verlammen het zelfstandig denken omdat “de rationele argumenten (-) altijd volkomen ontkracht worden als ze worden weerlegd door de verschrikkelijke oekaze van de goddelijkheid”, die een fundamentele bedreiging is van het overleven van de planeet, zoals Vargas Llosa naar aanleiding van de religieuze obstructie van de bevolkingsconferentie in Kairo duidelijk maakt.

“Elke monotheïstische godsdienst draagt de kiemen van intolerantie in zich, omdat ze gelooft in het Ene Absolute Gelijk”, vult Herman Philipse aan, in een magistraal artikel waarin hij het rotsvaste fundament van een overtuigende, 'heidense' moraal blootlegt: “Ongetwijfeld is er in mensen een genetisch verankerde neiging tot sociaal of asociaal gedrag.”

Beide schrijvers komen tenslotte uit op de publieke moraal van een democratische samenleving, een moraal die “fundamenteel verschilt van die van totalitaire staten en theocratieën” (Philipse), en die “de emancipatie van de vrouw en de strijd tegen alle wettelijke, culturele of religieuze obstakels” (Llosa) mogelijk maakt. Het zijn teksten die de femelende wijwaterschrijverij van Antoine Bodar in deze krant onverbiddelijk naar het grote reservoir van de achterhaalde posities verwijzen, waar het geween is en het tandengeknars.