Kiezer acht minderhedenkwestie urgent

DEN HAAG, 16 SEPT. De minderhedenkwestie wordt het vaakst genoemd als het meest belangrijke probleem als kiezers de gelegenheid krijgen zelf een lijst op te stellen van urgente vraagstukken. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die deze gevolgtrekking maakt op basis van het Nationaal Kiezersonderzoek, wijkt dit gegeven sterk af van de gebruikelijke prioriteitenlijstjes waarop werkloosheid en criminaliteit als voornaamste problemen worden genoemd. Niet duidelijk wordt echter uit het CBS-onderzoek in hoeverre kiezers wellicht criminaliteit en werkloosheid associëren met minderheden. In ieder geval is twintig procent voorstander van een volledige stop op het toelaten van asielzoekers.

Gisteren werden de resultaten van het onderzoek voor het eerst in een voor een breder publiek bedoelde publikatie bekend gemaakt. In oktober verschijnt de uitgebreidere definitieve uitgave van de 'kerncijfers'. De onderzoeksgegevens werden overhandigd aan PvdA-fractievoorzitter Wallage (“U heeft kennelijk zomaar een Kamerlid gekozen en daarbij gezocht onder de letter W”). Deze noemde het opvallend dat criminaliteit veel lager staat in het “spontane” lijstje en sociale zekerheid veel hoger dan gebruikelijk is. Dat is volgens de PvdA-fractievoorzitter opmerkelijk gezien de prioriteit die in de verkiezingscampagnes aan criminaliteitsbestrijding gegeven is. Overigens blijkt uit hetzelfde onderzoek dat kiezers steeds minder geloof hechten aan de verkiezingsbeloften van politici. Het CBS concludeert dat de kiezer cynischer geworden is. Dat zou bijvoorbeeld ook blijken uit de breed onderschreven stelling dat bewindslieden “vooral op hun eigen belang uit zijn”.

Volgens Wallage zouden politici dat cynisme misschien kunnen bestrijden door het politieke debat wat minder door meningen en wat meer door feiten te laten bepalen. “In de Verenigde Staten wordt bij een debat altijd eerst gekeken of wel op basis van de juiste feiten wordt gesproken; daarna komen pas de meningen op tafel. Het zou voor Nederlandse politici ook goed zijn als we steeds opnieuw de feitelijke basis van ons politieke oordeel lieten toetsen. Eerst kijken of de cijfers wel kloppen, dan pas je mening geven. Dat kan de politiek voor de kiezer duidelijker en controleerbaarder maken.”

Uit het onderzoek blijkt overigens ook dat de bekendheid van sommige politici nogal te wensen over laat. De tijdens het onderzoek nog demissionaire minister De Vries (sociale zaken) werd aangezien voor oud-CDA-politicus Wim Aantjes, staatssecretaris Linschoten (sociale zaken), de “angry young man” van de VVD, werd gehouden voor kroonprins Willem-Alexander en de toenmalig PvdA-fractievoorzitter Thijs Wöltgens zelfs voor VVD-leider Bolkestein.

De derde kabinet Lubbers (CDA-PvdA) krijgt van de kiezers een aanmerkelijk slechtere beoordeling dan het daaraan voorafgaande kabinet waarin het CDA samenwerkte met de VVD. Dit voorjaar was twintig procent (zeer) tevreden met het kabinetsbeleid, in 1989 was dat nog 36 procent. Vooral onder de aanhang van CDA en VVD verslechterde de beoordeling. Ook bleek dat oud-premier Lubbers rond de verkiezingen de populairste politicus was. Wallage opperde gisteren dat populariteit wel eens verward zou kunnen zijn met bekendheid.