Ik wil het duivelse ontkrachten; Tessa de Loo over haar identificatie met Duitsers in oorlogstijd

Tessa de Loo: De tweeling, 435 blz. Uitg. De Arbeiderspers. Prijs ƒ 39,90 Het debat Buren door Boeken - Die Rolle der Literatur für die deutsch-niederländische Beziehungen vindt op plaats op 21 sept. in het Goethe-Institut, Herengracht 470, Amsterdam. Aanvang 20.00 uur.

Kan literatuur een rol spelen bij het verbeteren van de betrekkingen tussen Duitsland en Nederland? Over die vraag organiseert het Amsterdamse Goethe-Institut volgende week een debat in het kader van de manifestatie 'Buren door Boeken'. Opvallende afwezige bij het debat - en ook tijdens de rest van de manifestatie - is de schrijfster Tessa de Loo. Niet alleen is haar vorig jaar verschenen boek De Tweeling de eerste Nederlandse roman die geheel aan de Nederlands-Duitse verhoudingen is gewijd, haar boek is in Nederland ook sterk aangeslagen. Nadat het vorig jaar november werd gepresenteerd - in het Goethe-Institut - zijn er in Nederland en België meer dan 115.000 exemplaren van verkocht. De Tweeling is daarmee veruit de beste verkochte roman van het afgelopen jaar.

Overal in Nederland, in leesclubs en gespreksgroepen, dient het boek als basis voor discussies over het Duitse vraagstuk. De Loo zou in tien maanden tijd wel eens meer begrip voor Duitsland gekweekt kunnen hebben dan het Goethe-Institut in tien jaar.

Als ik Tessa de Loo vertel waarom ze volgende week niet bij de thema-avond over 'Buren door Boeken' van het Goethe-Institut wordt betrokken, moet ze zichtbaar wat wegslikken. Haar boek zou volgens een woordvoerster van het instituut 'te clichématig' zijn. Het afgelopen jaar is de schrijfster vaker met harde kritiek geconfronteerd, bijvoorbeeld op haar 'stoffige metaforen', maar uit deze hoek verwachtte ze het kennelijk niet. Het verwijt is ook niet terecht. Wat je ook van De Tweeling kunt zeggen, het heeft als weinig andere boeken op een zeer toegankelijke manier de bestaande cliché's over Duitsland op losse schroeven gezet.

In haar 435 bladzijden dikke roman beschrijft De Loo het leven van twee bejaarde Duitse tweelingzusters die elkaar lange tijd uit het oog hebben verloren. Aan het eind van hun leven komen ze elkaar onverwacht tegen in een Belgisch kuuroord. In lange sessies vergelijken ze hun beider lotgevallen. De vraag naar de schuld van de individuele Duitser aan de gruwelen in de oorlog komt daarbij steeds weer boven. De ene zuster heeft altijd in Duitsland gewoond, waar ze het lijden van de Duitsers van nabij heeft meegemaakt. De andere is op jonge leeftijd naar familie in Nederland verhuisd, waar ze getuige was van het lijden door toedoen van de Duitsers.

De beslissingen die de beide zusters tijdens hun leven hebben moeten nemen worden op hun oude dag meedogenloos tegen het licht gehouden. Vragen die daarbij opkomen zijn: had het anders gekund, waar gaat goed gedrag over in fout gedrag, en: waar begin ieders eigen verantwoordelijkheid? De Loo zegt dat ze haar boek zo heeft opgezet dat de lezer zich 'legitiem' kan identificeren met de Duitse lotgevallen. “Voor het eerst wordt het leed van het Duitse volk uit de taboesfeer gehaald.”

Levensverhaal

De schrijfster is deze week voor een kort bezoek in Nederland. Sinds mei van dit jaar bewoont ze in het Portugese Coimbra een appartement in een groot Middeleeuws pand met metersdikke muren. Het succes van haar boek heeft ze alleen vanuit de verte gevolgd. We praten na over de heftige reacties die het hier en daar heeft teweeggebracht. “De ergste zonde die ik volgens de kritiek heb begaan, is dat het boek zo traditioneel is. Er zit niets vernieuwends in. Het is een louter episch boek in de naturalistische traditie, dat de lezer meesleept, en dat vinden ze ouderwets.”

Bij veel lezers heeft het echter, misschien wel doordat het zo traditioneel is, iets los gemaakt. De Loo merkt uit brieven dat ze er vooral veel oudere bewonderaars heeft bijgekregen. “Eén vrouw schreef dat ze met het boek in haar handen had zitten huilen.” Jonge lezers lezen de roman volgens haar als een mooi, aangrijpend boek, maar ouderen blijken er diep emotioneel door geraakt te worden. “Vaak gaat het om mensen die zelf van Duitse komaf zijn, een Duitse moeder hebben, of een Duitse man, en die tot nu toe nooit hun verhaal hebben kwijtgekund.”

We praten over de vreemde ontstaansgeschiedenis van het boek. Tijdens een vakantie in 1985 ontmoette De Loo in een pension in Frankrijk een oudere Duitse vrouw met wie ze innig bevriend raakte. Haar levensverhaal zou de basis vormen voor de passages over de in Duitsland achtergebleven tweelingzuster in het boek. Samen met de Duitse begon ze aan een reconstructie van haar veelbewogen leven. Met z'n tweeën reisden ze naar de streken waar de vrouw vroeger had gewoond en gewerkt, in Duitsland, Polen en Oostenrijk, en geleidelijk kwam er steeds meer bij haar boven. “Het werd meteen een reis door haar verleden.”

De Loo was erop uit ook de minder bekende kanten van het Duitse geschiedenis te laten zien. Hoewel haar eigen overgrootmoeder Duitse was - ze stond model voor tante Elisabeth, een bijfiguur in het boek - is ze, zoals zoveel Nederlanders, grootgebracht met een fikse dosis anti-Duits sentiment. “Het kwaad”, zoals ze dat noemt, werd bij haar thuis gesymboliseerd door Duitsland. Ze was vertrouwd met oude foto-albums waarin haar ouders haar de vrienden aanwezen die in kampen waren omgekomen. Ze begreep nu dat er nog een andere kant was.

Schuldpositie

Om de complexiteit van het onderwerp tot zijn recht te laten komen, besloot ze de verhalen van de Duitse af te wisselen met de verhalen van haar eigen Nederlandse familie. De hevige discussies met haar Duitse vriendin boden haar daarvoor meer dan voldoende stof voor zo'n confrontatie. De op dat moment 69-jarige vrouw was politiek zeer bewust, en een van de taken die ze zichzelf had gesteld was juist om in gesprek te komen met de vroegere vijand. Ze had bijvoorbeeld Frans geleerd om direct met Fransen te kunnen praten. De Loo: “Ze was niet verongelijkt over wat Duitsland was in en na de oorlog was overkomen, maar wel over de manier waarop het Westen nu tegen Duitsland aankijkt. Duitsland werd volgens haar teveel in een schuldpositie gedrongen.”

Toen De Loo haar voor het eerst sprak, had ze ook zelf als door een wesp gestoken gereageerd op het Duitse verlangen naar begrip. Verstandelijk wist ze natuurlijk dat niet alle Duitsers met het nazi-regime geidentificeerd kunnen worden, maar emotioneel had die kennis geen enkel effect. “Ik merkte hoe onder mijn rationalisaties alle negatieve sentimenten nog aanwezig waren.”

In de recensies van het boek is haar poging tot nuancering van de eenzijdig negatieve opvattingen over Duitsers in de Tweede Wereldoorlog niet altijd goed begrepen. Zo zag de criticus Hans Warren het boek als een ondubbelzinnige verdediging van de Duitsers. In de Provinciale Zeeuwse Courant schreef hij: “Het arme Duitse volk heeft zich laten verblinden, heet het. De Duitsers zelf hebben zwaar geleden 'gedurende twaalf jaar tirannie,' vernemen we. Je moet maar durven.”

De Loo kan voor dit soort kritiek maar weinig begrip voor opbrengen. “Ik word hier als een landverraadster gepresenteerd, terwijl ik juist aldoor de beide kanten laat zien. Het boek is doordrenkt van mijn eigen geschiedenis en die van mijn familie. De lezer is getuige van een botsing tussen twee werelden.”

Ik vraag haar waarom de Duitse zuster met al haar levenswijsheid dan zoveel sympathieker overkomt dan de nog altijd onverzoenlijke Nederlandse? De Loo voert dit terug hun beider verleden. “De Duitse heeft een sterk, eenduidig karakter. Je kunt je daar als lezer makkelijk mee identificeren. Ze staat ergens voor, is consequent. De andere zuster heeft dat niet en dat heeft te maken met haar geschiedenis. Doordat ze in Nederland is opgevoed, was ze gedwongen haar Duits-zijn te onderdrukken. Daar komt haar onwrikbaarheid, haar halsstarrigheid uit voort. Ze is moreel gezien ook in een moeilijker positie. Ze denkt dat er door haar toedoen joden zijn overleden. Ze voelt zich schuldig, een dubbele verraadster.”

Tessa de Loo is er van overtuigd dat er, hoe ze het ook zou doen, altijd wel mensen ontevreden zullen zijn. “Ik ben van na de oorlog. Ik ben er niet emotioneel door beschadigd. Het beschrijven van schurken is voor mij daarom te simpel. Ik wil weten hoe ze in elkaar zitten. Ik wil het duivelse in hen ontkrachten door het te begrijpen. Maar als ik de Nederlandse vrouw verzoenender had gemaakt tegenover haar Duitse zuster, was er waarschijnlijk weer een andere groep geschokt geweest: die van de oudere Nederlanders die veel hebben meegemaakt. Voor zulke mensen, die door de oorlog traumatisch beschadigd zijn, is het heel moeilijk om niet in haat te blijven steken.”