Het hart van Pascal

Philipse noemt Blaise Pascal, die schreef dat 'het hart redenen heeft die de Rede niet kent'. Maar zegt Philipse: “Ook via deze weg kun je het probleem van het godsbewijs niet ontlopen, immers het hart is geneigd tot wishful thinking en de redenen van het hart, die beter motieven genoemd kunnen worden, zijn geen geldig bewijs voor wat dan ook.”

Men kan Blaise Pascal, mathematicus en fysicus, een inzicht in de logica en wetenschap niet ontzeggen. Maar bij Pascal ging het bij bovengenoemd citaat om iets heel anders. In het volle leven waarin hij zich bezig hield met de studie van de werkelijkheid om hem heen werd hij getroffen, overkwam hem iets, werd hij meegevoerd in een mystieke ervaring. We weten precies wanneer: “Het jaar des Heren 1654. Op maandag 23 november, dag van St. Clemens. (. . .) vooravond van St. Chrysogonus. Vanaf ongeveer half elf 's avonds tot ongeveer half een 's nachts”. Zo lezen wij in zijn Mémorial, een in zijn kleren ingenaaid stukje perkament dat Pascal zorgvuldig bewaarde om de herinnering aan die gebeurtenis vast te houden. “Vuur”, en even later: “aandoening, vreugde, vrede”. En hij verhoudt zich op een existentiële manier tot de “God van Abraham, God van Isaac, God van Jacob”. Het Mémorial is een neerslag van zijn Godservaring, maar ook een uniek document, met een imponerende kracht en ontroering. Alles laat het Mémorial zien, behalve wishful thinking.