Ethici

Ik heb een aantal jaren onder ethici gewerkt. En hoewel ik ze heel aardig vond, en ook heel bewogen, echt thuis ben ik me in hun midden nooit gaan voelen. Er was iets met hun verhalen waar ik geen greep op kreeg. Ze begonnen met lange verhandelingen vol interessante inzichten en leerzame uitweidingen. Tot zover niets mis. Maar ze eindigden steevast met een stuk waarin oplossingen werden gesuggereerd waarvan ik nooit zag hoe ze uit het voorafgaande volgden. Ze spraken me aan, of niet, maar dat hadden ze zonder het voorafgaande evenzeer gedaan.

Het artikel van Herman Philipse is een schoolvoorbeeld van zo'n verhaal. De consequentie van zijn verhaal lijkt mij dat morele overtuigingen, hoezeer soms ook het produkt van een sociale evolutie, persoonlijke overtuigingen zijn, kwesties van, soms begrijpelijkerwijze gedeelde, smaak. De duidelijkheid - iets dat ik persoonlijk heel prettig vind - is er dan zeer mee gediend wanneer morele betogen in de eerste persoon enkelvoud worden gehouden. En dàt doen ethici meestal niet. Philipse al evenmin.

Moralistische betogen worden bij voorkeur geformuleerd in de derde persoon (“het is wenselijk dat ...”; “in onze samenleving is ... een fundamentele waarde”) of de eerste persoon meervoud (“wij vinden (immers allen) dat ...”). Dat maakt het de lezer of toehoorder moeilijker een andere mening te uiten: je verschilt dan niet toevallig van mening met een willekeurige medeburger, maar je verzet je, zo lijkt het, tegen een kennelijk gangbaar en gefundeerd gedachtengoed. En de erudiete aanloop van zo'n verhaal is vaak zo overweldigend dat het je ontgaat dat de rest daar los van staat.

Een ongetwijfeld onbedoelde verdienste van Philipse is dat het moreel-inhoudelijke slot van zijn verhaal zo zwak is dat zulk soort retoriek niet meer werkt. Onze publieke moraal wordt volgens hem van buitenaf bedreigd door buitenlanders die er geen been in zien de sociale dienst op te lichten omdat ze immers niets van democratie snappen en dus hoognodig opgevoed moeten worden. Heeft Philipse nooit gehoord van de grote groep recente landgenoten die allerlei aanvullende uitkeringen - waar ze, niet zelden na zwaar en ziekmakend werk, recht op hebben - mislopen omdat ze de formulieren niet snappen? Of, misschien nog pijnlijker: van buitenlanders die zoveel van democratie begrepen dat ze daardoor hun eigen land moesten ontvluchten?