Erotisering van het heidelandschapje

Als ik freudiaan zou zijn - wat ik niet ben omdat de freudianen mij niet in hun midden toelaten - zou ik u er met enig gezag op kunnen wijzen hoeveel erotische wensdromen in de poëzie van Annie M.G. Schmidt worden uitgebeeld. Neem het gedicht 'De koning had geen zin'. Dat gedicht verhaalt van een koning die na het tandenpoetsen en het handen wassen graag langs de trapleuning naar beneden zou willen roetsen, daar dat kan niet omdat iemand hem zou kunnen zien. Eenmaal beneden wordt hij erop gewezen dat de schatkist leeg is, juist op het moment dat de koningin komt zeuren om dertig cent. Tot overmaat van ramp komt het keukenmeisje klagen dat de gootsteen niet meer door wil lopen.

Overmand door zoveel deprimerende verplichtingen sluipt de koning weg en komt pas uren later, duidelijk veel opgewekter, weer terug na een periode van bezinning. Althans dat zegt hij, maar de schrijfster en de lezer blijken te weten dat hij al die tijd iets heel anders heeft gedaan. Het gaat hier om een raadselachtig gedicht, dat door mijn samenvatting misschien enigszins banaal is geworden, maar bedenk dat het nog banaler kan als je het psychoanalytisch zou interpreteren. Dan betreft het duidelijk de masturbatiewens van een regerend vorst. En de koningin ziet daar niets in.

De fantasie of verbeelding van hoe heerlijk het zou zijn van de trapleuning te roetsen is volgens Freud de symbolische weergave van onanie. De schatkist en de gootsteen zijn symbolen voor het vrouwelijk geslacht. Dat de eerste leeg is en de tweede niet wil doorlopen wijst op een onvoltooide geslachtsdaad, omdat de koning liever masturbeert. En wij weten dat hij stiekem aan dat verlangen gehoor heeft gegeven in de tijd van afzondering. Ja, zo gaat dat in de grote mensen wereld. De vraag is nu of dit gedicht zo geïnterpreteerd moet worden om het te kunnen waarderen. Dat lijkt mij onzin. Maar voor sommigen is de mogelijkheid om het gedicht als de symbolische weergave van masturbatie op te vatten wel een reden om het af te wijzen, vermoed ik.

Ik baseer dat vermoeden op een verrassend bericht in het Parool waarin melding gemaakt wordt van het feit dat een bank het werk van een door haar geïnviteerde kunstenaar - Bert 't Hart - bij nader inzien toch niet in haar hal wenste te exposeren, toen bleek dat zijn werk hier en daar een fallussymbool bevatte. Een woordvoerster van de bank zegt het zo: Kijk er zitten dingen in dat werk die je als fallussymbool kunt zien. En dan is het de vraag of je je publiek daarmee ongevraagd moet confronteren.'' Het blijkt dus dat onze erotische appreciatie zover is voortgeschreden dat de symbolische weergave van een fallus al verwerpelijk is, misschien nog wel meer dan de weergave van de fallus sec. Dit is natuurlijk een mooi voorbeeld van wat Abram de Swaan ooit de proto-professionalisering van de leek heeft genoemd. Wij weten vaak eerder dan de dokter waar wij aan lijden.

De woordvoerster van de bank ziet overal een fallus in en dat is niet zo best. Maar is dat niet een ramp voor de kunst? Kan een kunstenaar ooit voorkomen dat iets wat hij uitbeeldt gezien wordt als symbool van een fallus of een vagina, van het geslachtsverkeer of van masturbatie? Dat is bijna godsonmogelijk als hij dat al wil. Freud laat daarover nauwelijks enige onzekerheid bestaan. Torens, pennen, potloden, stokken, populieren, messen, dolken, geweren, slangen, reptielen, vissen, voeten, handen, vingers, standbeelden, tafelpoten en minaretten, zijn evenzovele symbolen voor de penis. En op hoeveel schilderijen komen die niet voor.

Ook sleutels zijn penissen - man wird durch die weiblichen Gegenstücke dazu genötigt. En de vagina is ook alom aanwezig. Flessen, greppels, schepen, sloten, holen, koffers, stofzuigers, kistjes, busjes, openliggende boeken, huizen en vooral kamers. Maar ook de ijskast, mogelijk ter illuminatie van de alom gevreesde frigiditeit. Die komplizierte Topographie der weiblichen Geschlechtsteile wordt goed uitgebeeld door het landschap. Dus ook dat kan een bank zelfs niet in de personeelskantine ophangen. Maar het schokkendste is het heidelandschapje. Dat is volgens kenners van het genre de perfecte uitbeelding van de wat stugge beharing van het vrouwelijke geslachtsdeel. Ook bloemetjes symboliseren de vagina. Geen bank kan met Janneke Brinkman voor de dag komen, terwijl haar werk zo lieflijk en onschuldig leek. Er is maar één conclusie mogelijk. Er is niets aan te wijzen dat niet gezien kan worden als symbool van iets anders. Ik hou het er op dat de hele werkelijkheid daardoor aanstootgevend is, behalve natuurlijk de fallus. Die staat nergens voor.