Envelopjesvis

Hou je van vis? Dat komt dan goed uit. Hou je een beetje van vis? Dat komt nog beter uit. Want we eten vandaag (of morgen) vis uit een envelopje en zoveel kan daar niet in. Bij de supermarkt koop je een pakje bladerdeeg uit de diepvries en in de viswinkel een stuk verse kabeljauwfilet van 100 gram. Je legt vier plakken bladerdeeg op de houten keukenplank om ze te laten ontdooien. De kabeljauw wordt bestrooid met wat peper en zout en in vieren verdeeld. Op elke plak deeg leg je een stukje rauwe vis. En boven op elk stukje vis leg je nog iets. Maar niet steeds hetzelfde. Op het eerste leg je bij voorbeeld een plakje tomaat, op het volgende een schijfje citroen, op het derde een klein dubbeldik plakje kaas en op de vierde een beetje gesneden prei. Je kunt er ook, als de familie ertegen kan, knoflook bij gebruiken of zwarte en groene olijven. Van alles eigenlijk. Tot slot giet je over elk hoopje vis een theelepel olijfolie.

Nu moet de envelop nog dicht. Daarom leg je zo'n velletje bladerdeeg met de punt naar beneden en vouw je eerst de linker en dan de rechter punt naar het midden. Daarna de onderste punt naar boven en daar overheen de bovenste punt naar beneden.

Voorzichtig aandrukken zodat alles overal goed op elkaar plakt. Als je ergens nog een open plekje ziet, knijp je het met je vingers voorzichtig dicht. De envelopjes worden met losgeklopt ei bestreken om een mooie glans te krijgen. Op de bodem van een vuurvaste schaal giet je een paar druppels maïsolie en daarop leg je de volle envelopjes. De schaal twintig minuten in de oven (stand 6) zetten. Ieder krijgt een envelopje op zijn bord en welke smaak daaruit komt is de grote verrassing.