Eerste rang bij een groot openluchtspel

Tussen de zondagse soep en de pudding kwamen ze uit de lucht vallen. Paul van Overveld, destijds een vijftienjarige boerenzoon, kan zich het nog goed herinneren. “'s Morgens hing er al een nerveuze geladenheid in de lucht”, zegt hij. Om één uur precies kwamen ze. “Kom vlug, riep ik, miljoenen soldaten en parachutes.”

Bij de operatie Market Garden was Son was een van de zeven plaatsen waar luchtlandingstroepen aan de grond kwamen. Bij Son sprongen zes- tot zevenduizend parachutisten van het 406ste regiment van de Amerikaanse 101st Airborne-Division in het ontginningsgebied, de Sonniuswijk. Zesendertig van hen vonden daar en bij de strijd om de brug over het Wilhelminakanaal de dood. Ook veel Duitsers kwamen om evenals tien Nederlandse burgers.

“Best was toen nog niet bevrijd, Eindhoven ook niet. Alleen nog maar die paar vierkante kilometers Sonniuswijk waren vrij. We zaten als het ware eerste rang. Wat zich aan onze ogen ontvouwde was als het ware een groot openluchtspel”, aldus Van Overveld.

Vijftig jaar na Market Garden spoelt langs de hele corridor - vanaf de Belgische grens, dwars door Noord-Brabant tot aan Nijmegen - opnieuw een golf van dankbaarheid. Met het oog op de vele en harde gevechten, de geallieerde aanvallen en voortdurende Duitse tegenaanvallen, werd deze smalle, door vijandelijke troepen ingesloten weg de Hell's Highway genoemd. Sommige Brabanders gebruiken die term nog altijd, maar nu in verband met de autodrukte en het verkeerslawaai.

In de corridor worden het komende weekeinde tal van herdenkingen, feesten en andere manifestaties gehouden. Hoogtepunt is de komst van veteranen van de Amerikaanse parachutistendivisie en van de Britse grondtroepen. Mevrouw Vrenssen uit Son die als kind de luchtlandingen meemaakte, zegt dat de veteranen “zo ongelooflijk dankbaar zijn dat ze hier mogen komen. Van wat zich tijdens de oorlog in Europa heeft afgespeeld, weten de meeste Amerikanen niets. Daar kunnen ze hun verhaal niet kwijt, maar hier wel. Ook onaangekondigd komen ze wel eens naar de plek kijken waar ze toen zijn geland. Je neemt ze dan mee naar de Amerikaanse begraafplaats in Margraten en dan zie je dat ze er helemaal kapot van zijn”. Er is niet alleen sprake van dankbaarheid van, maar ook voor de veteranen. “Bij ons moet je echt nooit een lelijk woord over Amerikanen zeggen, want dan loop je de kans gestenigd te worden. Zo diep zit die dankbaarheid.”

Een ander hoogtepunt van het Brabantse 'bevrijdingsweekeinde' is de zestien kilometer lange optocht van meer dan zevenhonderd oude Britse en Amerikaanse legerwagens die zondag vanaf de Belgische grens tot Nijmegen gaat waarbij honderdduizend bezoekers worden verwacht. Betreurd wordt dat er veel getouwtrek was tussen lokale organiserende comités en gemeentebesturen. C. ten Horn, die vice-voorzitter is van het comité dat in Brabant en het Rijk van Nijmegen de herdenkingen coördineert: “Soms ging de animositeit zo ver dat bovenlokale besprekingen slechts konden doorgaan als ze op zogenaamd neutraal terrein plaatsvonden. Je hebt een comité van alle Market Garden-herdenkingen maar een vertegenwoordiger van Arnhem hebben we daar nog nooit gezien.” Ook Ton Giesbers, voorzitter van de Vereniging Airbornevrienden in het Brabantse Waalre, zit vol ongenoegen. Hij is erg boos dat de koningin wel naar Arnhem gaat en niet naar Brabant komt. “We zouden ons weer bij België moeten aansluiten”, bromt hij, “want door het noorden worden we toch maar stelselmatig veronachtzaamd. Dat zie je ook aan de samenstelling van het kabinet-Kok. Geen één zuiderling!”

Algemeen wordt aangenomen dat het vijftigjarige bevrijdingsfeest ook het laatste zal zijn dat op zo'n grote schaal wordt gevierd. De veteranen en degenen die hen nu nog zo dankbaar zijn sterven uit. Volgens Paul van Overveld wordt deze grootscheepse herdenkingsmanifestatie “een apotheose met een grote strik erom”.