Een provocatie van de slachtoffers; De Tweeling ontneemt Nederlanders hun valse zekerheden over het verleden

Tessa de Loo beschrijft in haar roman De Tweeling, die vorig jaar verscheen, onder meer de lotgevallen van een Duitse vrouw tijdens de Tweede Wereldoorlog. De meeste recensies waren erg zuinig. Critici hekelden niet alleen de opbouw en de stijl, maar ook het feit dat De Loo begrip vroeg voor het leed van de Duitsers. Toch werd het boek al snel een bestseller. Tessa de Loo reageert op de kritiek: “Ik laat beide kanten zien. Voor het eerst wordt het leed van het Duitse volk uit de taboesfeer gehaald.”. Het Cultureel Supplement vroeg de Duitse criticus Dirk Schümer van de Frankfurter Allgemeine Zeitung het boek vanuit het Duitse perspectief te bespreken. “Als de beide zusters metaforen zijn voor de Duitse en Nederlandse cultuur, heeft De Loo haar landgenoten flink geprovoceerd.”

Het is geen verrassing als een succesvolle Nederlandse roman over de nazitijd gaat. Met enige overdrijving kun je zelfs beweren dat er nauwelijks Nederlandse schrijvers zijn die zich niet met die tijd hebben beziggehouden. Dat Tessa de Loo's De Tweeling mij als Duitse lezer toch verrast, komt door de ongebruikelijke verschuiving van het morele perspectief. Anna, het Duitse tweelingzusje, heeft geleefd onder het nazisme, heeft geen actief verzet gepleegd, en ze was zelfs getrouwd met een officier van de Waffen-SS - en toch wekt ze geen afschuw op. Integendeel, ze krijgt onze oprechte sympathie.

Hoe is dat mogelijk? Is niet elke onderdaan van Hitler en iedereen die betrokken was bij zijn oorlogs- en moordeconomie, schuldig? De opdeling in goed en kwaad, waarbij op enkele uitzonderingen na alle Duitsers als daders en alle objecten van hun fascistische agressie als slachtoffers zijn te beschouwen, wordt door Tessa de Loo in haar boek op twee manieren doorbroken. Allereerst door de compactheid en de rijkdom aan details in haar beschrijving van het alledaagse leven onder het nationaal-socialisme, en door de karakters van haar twee hoofdfiguren.

Voor de passages waarin het Duitse zusje vertelt over haar jeugd in een dorp in Westfalen, heeft Tessa de Loo zich verbazingwekkend goed gedocumenteerd. Uit de geografische verwijzingen en de naam van de kerk is het dorp waar dat deel zich afspeelt goed te herleiden: Hörste, bij Lippstadt. Toevallig kom ik uit deze streek. De Loo's beschrijvingen van de machtige katholieke kerk en haar aarzelende verzet tegen de concurrerende wereldbeschouwing van het nationaal-socialisme komen verbazend genoeg precies overeen met de verhalen van mijn grootouders en met bewaard gebleven documenten uit die tijd.

Ook uit bronnen, zoals Walter Kempowski's boek Das Echolot, komt een ingewikkelder beeld van het gewone leven onder het nationaal-socialisme naar voren dan de eerste generaties slachtoffers en daders waarschijnlijk konden verdragen. Tegelijkertijd geeft de schrijfster een indruk van de sociale achtergronden wanneer ze de armoede en de hebzucht binnen de gezinnen laat zien. De Duitse Anna wordt door haar pleegouders meedogenloos uitgebuit en misbruikt. Dit soort 'kleine' misdaden worden in de roman uitvergroot, zonder dat de misdaden van die tijd worden gebagatelliseerd. De mensen, zo leert ons het boek, ondergaan geen reeks chronologisch en moreel geordende gebeurtenissen, maar uitsluitend subjectieve lotgevallen. Het lijdt geen twijfel dat Anna's lot harder is dan dat van haar Nederlandse tweelingzuster. Op dit persoonlijk niveau speelt de historische schuld van volkeren - die op een abstract niveau wel degelijk bestaat - geen rol meer.

Als Anna zich na de oorlog in een Haagse tram moet laten uitschelden omdat ze Dankeschön zegt, beschrijft De Loo heel treffend de gevoelsgesteldheid van de naoorlogse Duitse generatie. Zij “voelde voor het eerst wat het voortaan zou betekenen een Duitse te zijn. Schuldig bevonden worden door mensen die niets van je wisten. Niet als individu te worden gezien maar als specimen van een soort.”

Blind noodlot

Dit complexe geheel, waarover achteraf niet zo makkelijk geoordeeld kan worden, heeft Tessa de Loo zo knap weergegeven dat ik bijna niet kan geloven, dat ze geen Duitse familie heeft, uit wier oral history ze heeft kunnen putten. Het boek geeft veel informatie over duister gebleven aspecten van het nationaal-socialisme. Anna is niet uit op vergiffenis (“Ik heb niets misdaan”), maar op begrip. Je zou mogen concluderen dat de Duitsers geen vergiffenis verwachten (hoewel zij veel hebben misdaan), maar een beter begrip voor de omstandigheden en de gevolgen van hun misdaden voor velen van hen.

In de Griekse tragedie wordt het thema van De Loo's boek - twee zusters die aan verschillende kanten van het front terecht komen - als blind noodlot beschreven. Misschien laat veel persoonlijke ellende in de jongste geschiedenis zich op die manier beter begrijpen dan met een opgeheven wijsvinger.

Een aantal kritische opmerkingen wil ik niet achterwege laten. De pathetische stijl bijvoorbeeld, die soms in de buurt komt van het triviale en bij het 'magische realisme' van Zuidamerikaanse snit zoals Isabel Allende dat bedrijft, zal niet iedereen bevallen. Maar Schindler's List heeft laten zien dat een emotionalisering en een toespitsing op een reeks persoonlijke lotgevallen niet per se een verlies aan authenticiteit hoeven te betekenen. Als De Loo een Amsterdamse waarzegger beschrijft, die bij een foto van een concentratiekampgevangene de gruwelen van de Holocaust vermoedt en daarop schreeuwend instort, is dat een acceptabele beschrijving van wat niet te beschrijven is. De Loo's fantasie draait pas een beetje door bij haar schildering van de helse ineenstorting van nazi-Duitsland met al die bloedige soldaten en hongerlijders. Zouden verpleegsters indertijd echt naar bed zijn gegaan met stervende kreupelen? De werkelijkheid was vast en zeker prozaïscher en toch niet minder gruwelijk.

Ook zijn er enkele vakmatige tekortkomingen. De grijsgeworden zusters verbazen zich bij hun weerzien in Spa dat ze elkaars brieven nooit hebben ontvangen. Tweehonderd bladzijden later wordt echter verteld dat ze al bij hun eerste korte ontmoeting in de jaren dertig ontdekten dat de pleegouders hun post onderschepten. Ook valt te betwijfelen of al direct bij het begin van de oorlog in Duitsland levensmiddelenbonnen werden uitgegeven, of dat direct opdracht tot verduistering werd gegeven, zoals De Loo het dramatisch beschrijft. Voorzover ik weet onstond de schaarste-economie heel geleidelijk. Tot 1942 ging het de Duitsers - het is pervers maar waar - economisch niet zo slecht. Verder zijn er nogal wat onnodige slordigheden, die des te meer opvallen omdat alles wat verder met Duitsland te maken heeft zo precies is gedocumenteerd: Bad Neuheim moet zijn Bad Nauheim, en von Zitsewitz is Zitzewitz.

Stalinist

De Loo's grootste troef ligt op het formele vertelniveau. De beide heldinnen worden eerst zo beschreven dat ze passen in een vertrouwde morele indeling. Daarna raken ze daar op bijna diabolische wijze mee in strijd. Lotte ondergaat in Nederland een voorbeeldig lot, door terecht te komen in een familie van verzetsstrijders. In de beschrijving van de ondergedoken joden, de dwangarbeiders op de vlucht en de hongerwinter houdt De Loo zich - voor zover ik het kan beoordelen - in hoge mate aan de gebruikelijke normen zoals men die ook in Duitsland gewend is van bijvoorbeeld Marga Minco, Harry Mulisch en Andreas Burnier.

Ongemerkt wordt dit beeld echter omgekeerd, als men Lotte's karakter bekijkt. Terwijl haar zuster uit alle persoonlijke ellende, haar weduwschap, haar dakloosheid en haar armoede overeind komt en - ook intellectueel - op eigen benen komt te staan, heeft het feit dat zij aan de goed kant staat Lotte niet geholpen. Haar vader ontpopt zich als een halsstarrige stalinist die de levensmiddelenbonnen van haar moeder steelt. Joden, wier bezittingen Lotte's familie tijdens de bezetting heeft verborgen, willen haar na de oorlog voor de rechter dagen. En Lotte's huwelijk met een gevoelige vioolbouwer uit het verzet lijkt volstrekt ongelukkig te zijn verlopen. Ze wordt een anemische, aanmatigende oma, die slechts teert op haar kinderen en kleinkinderen. Terwijl Anna probeert in het reine te komen met haar lot en met zichzelf, heeft Lotte haar Duitse wortels simpelweg verdrongen en kan ze nog slechts in clichés spreken, als een geschiedenisboek op de basisschool: waarom hebben jullie dit toegelaten, jullie moeten toch verantwoording afleggen voor het leed dat je hebt toegebracht?

Misschien is het wel niet het nazi-verleden waardoor Lotte niets meer te maken wil hebben met haar stevige, zelfstandige, levenslustiger zuster. Het lijkt eerder Anna's vitaliteit - al haar lijden ten spijt - die de fijne Lotte afschrikt. Als deze beide karakterbeelden metaforen zijn voor de Duitse en Nederlandse cultuur, heeft De Loo haar landgenoten flink geprovoceerd. De Nederlanders kunnen niet langer berusten in het slachtofferschap uit de bezettingstijd. Ze hebben zelfs niet meer het voorrecht alle Duitsers van de oorlogsgeneratie collectief te veroordelen. Ik durf wel te zeggen dat de Nederlandse Lotte, ondanks haar lot, de onsympathiekste van de 'Tweeling' is. Misschien is dat - naast de esthetische bedenkingen - de reden waarom het boek het bij de literaire critici niet redde. Ik kan me niet herinneren dat er in Duitsland tegen romans met een 'correcte' morele schuldverdeling eenzelfde kritiek op kitsch en overdrevenheid is geuit.

De Tweeling is voor mij een opmerkelijke historische roman, zij het geen grote hedendaagse literatuur. Waarom het dan in Nederland zo goed is verkocht, kan ik alleen maar verklaren met het argument dat er intussen een generatie van lezers is ontstaan die bereid is na te denken over de vooroordelen over de collectieve schuld van de Duitsers aan het nationaal-socialisme. In vraaggesprekken over haar roman heeft De Loo zelf al aangegeven dat het opgeven van de collectieve schuld zou moeten samengaan met kritiek op de modieuze en gemakkelijke Deutschfeindlichkeit in Nederland.

De Tweeling is in elk geval te gecompliceerd en te vol met feiten om te kunnen zeggen dat de misdaden van de nazi's erin gebagatelliseerd worden. Het is met geen woord revisionistisch. Als het boek iets rechtzet, is het niet het verschrikkelijke verleden, maar de valse zekerheden van het heden over dat verleden. Zo kleurt De Tweeling een historisch panorama in dat de Nederlanders, maar ook veel Duitsers tot dusverre gewend waren slechts in zwart-wit te zien.