Durgerdam aan de Golf van Napels; Amerikaanse filmopnamen in de Cinetone-studio

Toen producent Arthur Dreifuss in 1954 besloot een televisieserie over de Amerikaanse inlichtingendienst te maken, koos hij als locatie de Cinetone-studio in Duivendrecht. Daarvoor gebruikte hij zowel Nederlandse acteurs als locaties. Lex Goudsmit werd een Griekse generaal en het Muiderslot werd getransformeerd tot een Siciliaanse roofburcht.

Twee van de afleveringen van Secret File USA (Mission Westwall en Mission Drachenfels) gaan in voorpremière tijdens het Nederlands Film Festival. Twaalf afleveringen worden in drie blokken vertoond in het Nederlands Filmmuseum in Amsterdam, op 14, 21 en 28 oktober, telkens om 20u.

De kans om oude Nederlandse films te bekijken, in het kader van een of ander retrospectief, is altijd een aardige bijkomstigheid van het Nederlands Film Festival, voorheen de Nederlandse Filmdagen. Niet alleen documentaires, maar ook speelfilms tonen Nederland in een vorm die alleen nog bestaat in eigen of overgeleverde herinneringen. En de (jonge) gezichten van bekende acteurs leveren een dramatische illustratie van de functie van de cinema als tijdmachine.

De ontdekking in het archief van het Nederlands Filmmuseum van achttien vertoonbare afleveringen van de 26-delige Amerikaanse televisieserie Secret File USA, alle in 1954 opgenomen in en rond de Cinetone-studio te Duivendrecht, lijkt in eerste instantie slechts een voetnoot bij de Nederlandse filmgeschiedenis op te leveren. Het belang - en het plezier bij het kijken ernaar - reikt echter veel verder dan deze korte typering belooft.

Aan het begin van de jaren vijftig stond Nederland internationaal uitsluitend bekend om de kwaliteit van zijn documentaires, met name die van Bert Haanstra en Herman van der Horst. Gemiddeld eens per jaar kwam er met pijn en moeite een speelfilm tot stand, veelal geregisseerd door Gerard Rutten of door een Duitse gastregisseur, maar het succes kon zelden in de schaduw staan van dat van de vooroorlogse geluidsfilms. Die bloei in de jaren dertig stoelde immers voor een groot deel op de bijdragen van de uit Duitsland gevluchte, meestal joodse regisseurs en cameralieden.

In de naoorlogse wederopbouw van de filmindustrie kon op dat menselijke kapitaal helaas niet meer gerekend worden. Cinetone, de trots van Hollands Hollywood, stond het grootste deel van het jaar leeg, te wachten op een nieuwe golf van filmmakend talent, dat zich pas aan het eind van de jaren zestig, lang na de oprichting van Productiefonds en Filmacademie, zou gaan manifesteren.

In een artikel van Filmmuseum-medewerker Mark van den Tempel, dat binnenkort verschijnt in het blad Flashback, herinnert de toenmalige laboratoriumassistent Herman Greven zich dat er in die tijd in Cinetone woonarken en kauwgombalautomaten gebouwd werden om de timmerlieden aan het werk te houden. De komst van de Amerikaanse produktiemaatschappij Triangle Films van Arthur Dreifuss (1908-1993), naar Nederland gedreven door de gunstige koers van de gulden ten opzichte van de dollar, werd dan ook omgeven door feestgedruis. Behalve de valutakwestie waren de beschikbaarheid van veelsoortige lokaties op een steenworp afstand van Duivendrecht, de goede beheersing van het Engels door technici en acteurs en de niet door vakbonden getemperde werklust van de Nederlanders belangrijke troeven.

Stamboom

Het idee van Dreifuss was om onder de titel Secret File USA 26 op zich zelf staande case stories uit de archieven van de militaire inlichtingendienst te vertellen. Elk deel duurde 25 minuten, had een titel die begon met het woord Mission, gevolgd door een bijna aan het internationale telefoonalfabet ontleende, min of meer geografische aanduiding (Acropolis, Can Can, Chopin, Drachenfels, Windmill) en draaide om een opdracht, in het kader van de Tweede Wereldoorlog of de Koude Oorlog, van een zekere majoor William Morgan. Die werd in elke aflevering gespeeld door Robert Alda (1914-1986), pseudoniem van Roberto Alfonso d'Abruzzo. Na diens veelbelovende debuut als George Gershwin in Rhapsody in Blue (1945) was Alda in Hollywood al snel afgezakt naar het tweede garnituur en dus goed genoeg voor de om beeldmateriaal verlegen zittende, voorspoedig expanderende televisieindustrie.

De op 35mm opgenomen serie is voor zover bekend nooit door de Nederlandse omroep uitgezonden, maar wel in het begin van de jaren zestig als reeks korte voorfilms in de bioscoop uitgebracht door Centrafilm. Die van aftiteling ontdane filmpjes werden door het Filmmuseum ontdekt. Er moet ook een Amerikaanse bioscoopcompilatie van drie afleveringen bestaan, getiteld Assignment Abroad (1955), met een toegevoegde raamvertelling waarin majoor Morgan zijn bridgegasten (onder wie zoon Alan Alda, later bekend van M.A.S.H. en verschillende door hem geregisseerde films) onthaalt op zijn oorlogsavonturen.

De Alda-dynastie is niet de enige wiens stamboom in Secret File USA te zien is. Wie in Mission Assassin (Operatie Mantus) de 36-jarige Rob de Vries - met aangeplakte snor als Napolitaanse herbergier - ziet gesticuleren, ontdekt met een schok het evenbeeld van zijn nu 44-jarige zoon, de acteur Edwin de Vries. Onafhankelijk van elkaar treden in de serie de vader en moeder van Linda van Dyck op (die zelf bij Dreifuss een van haar eerste filmverschijningen zou maken in zijn thriller 10.32, die in 1966 eveneens in Nederland werd opgenomen.)

Teddy Schaank, die kort na het begin van de opnamen zou hertrouwen met de casting director van de serie, Montgomery Ford, is een van de meest frequente Nederlandse actrices in de serie. De andere wordt aangeduid als Dity Oorthuys; zelfs het onvolprezen Nederlands Acteurs- en Kleinkunstenaarslexicon van Piet Hein Honig, waarin de hele serie nauwelijks voorkomt, kent haar niet. Wel vermeldt Honig het bestaan van een zekere Didi Oorthuys ('bekend internationaal fotomodel') als de dochter van het acteursechtpaar Louis Oorthuys en Ditty Doornbos. Die aanwijzing lijkt een goed spoor, want ze is inderdaad oogverblindend als de Elzasser geheim agente, die in Mission Drachenfels de neo-nazi Ton van Duinhoven (met leren hesje) moet ontmaskeren.

Maar wie speelt Van Duinhovens vader? Het lijkt Max Croiset te zijn, maar zo oud zag ook in 1954 een man van 41 er nog niet uit. Waarschijnlijker valt in die rol de 63-jarige Paul Huf sr. te identificeren.

Tot de vele andere illustere acteurs in Secret File USA behoren Rijk de Gooijer, Paul Steenbergen, Fons Rademakers, Teddy Scholten, Herbert Joeks, Guus Oster, Caro van Eyck, Ton Lutz met martiale snor en vooral Lex Goudsmit. Hoewel de toenmalige operettezanger ook voor de oorlog al enkele kleine rolletjes in films speelde, vormden zijn verschijningen in acht afleveringen (als Gestapo-beambte, Italiaanse douanier of Griekse generaal), ook naar de smaak van regisseur-producent Dreifuss, de ware ontdekking van zijn acteertalent.

Valt er voor de liefhebbers nog heel wat in kaart te brengen over de rolbezetting van Secret File USA, de identificatie van de lokaties bezorgde ook het Filmmuseum hoofdbrekens. Het Muiderslot als Siciliaanse roofburcht en de met enige publiciteit omgeven opnamen in het oude Zandvoort (Mission Westwall) waren niet zo moeilijk. Maar de met het opschrift 'Ristorante' gesierde Napolitaanse vissershuisjes worden ten onrechte in Bergen (NH) gesitueerd; het is onmiskenbaar Durgerdam.

Dat brengt ons op een andere charme van Secret File USA: kennelijk had het publiek in die tijd geen moeite met het accepteren van zo'n fictie. Nu wij verwend zijn met de wereld rondreizende filmcrews en geraffineerde trucages, valt bijna niet meer voor te stellen dat filmmakers en -kijkers ooit met elkaar afgesproken hadden dat je, met Pampus aan de horizon, net kon doen of het IJsselmeer de Middellandse Zee was. Zelfs in grote klassieke Hollywoodfilms waren zulke afspraken heel gewoon (de achtergrondprojecties in The African Queen, de plichtmatig aan het stuur van een auto draaiende acteurs, terwijl door de achterruit een filmpje van een landschap zichtbaar wordt).

Zo drukt een helemaal niet zo bijzondere, waarschijnlijk vanuit het oogpunt van de wereldfilmhistorie terecht vergeten serie ons met de neus op de vraag wat wij als fictie aanvaarden: een Hollands dennenbos voor de jungle van Sumatra zou in een toneelstuk nog steeds aanvaardbaar zijn, maar in film niet meer, tenzij de maker Federico Fellini - of Alex van Warmerdam - heet.

En wat doet Cinetone, inmiddels omgedoopt tot Amsterdam Studio's, eigenlijk tegenwoordig? Vorig jaar lokte een initiatiefgroep onder aanvoering van Hollywoodbankier Frans Afman een aantal grote Amerikaanse producenten naar Nederland om hen te wijzen op de voordelen van het opnemen van film- en televisieprodukties alhier: gunstige financiële voorwaarden, leegstaande studio's, veelzijdige lokaties en hoogwaardige acteurs en technici, die goed Engels spreken.