Droom

Het lijden is onafwendbaar, ook bij winst. De wedstrijd Ajax-Milan is als een Griekse tragedie door Edwin van der Sar getrokken. Voor de keeper, zijn ouders, zijn lief en zusje komt het nooit meer goed. Er is woensdagavond in het drijfnatte Olympisch Stadion een gat geslagen, zo groot dat de halve natie er met een kater in kan rondlopen. De familie Van der Sar moet voortaan vermomd als Volendammers door het leven.

Ajax-Milan had de wedstrijd van Edwin moeten worden. Die droom heeft hem jaren gedragen, van Voorhout tot De Meer. Ook al zie je hem nooit denken, hij wist dat alleen deze prestigeslag hem ineens bij het volk kon brengen. Dat dan zijn handen niet meer als roestige staken maar als vliegende schotels zouden gezien en gekoesterd worden. Bovenaards. Doelmannen transcenderen niet in een doordeweekse competitie. Dat weten ze zelf als geen ander. Sterker nog, voor wedstrijdjes tegen MVV, Vitesse of NAC wordt geen Ajacied keeper. Dan willen ze allemaal in de spits staan: scoren en juichen. Of de combinatie van geluk en gerechtigheid in zelfbeheer.

Het drama van Van der Sar was dat hij tegen Milan niet eens meespeelde. Hij stond er wel maar niemand heeft hem gezien. Niet één parade, geen souvereine klim bij een corner, niks schittering van een zwevend atoom, zelfs geen ultieme vuistslag noch rituele flonkering bij het uittrappen. Er viel niets uit te trappen. Ik hoorde hem bidden om de snoekduik van Wim van Est nog eens over te mogen doen. Tevergeefs: God was in Kaïro blijven hangen. Voor hetzelfde geld had woensdagavond een reactionaire mummelaar tussen de doelpalen van Ajax kunnen staan. Zo'n ouwe man die, der dagen zat, alleen nog in zichzelf staat te wauwelen, met de rug naar het leven en de wereld. In die eerste cruciale wedstrijd in zijn carrière stond Edwin Van der Sar tussen de doelpalen in een vreemd lichaam: een mummie-goalie.

Ajax-Milan is voor de 23-jarige zoon van een kleurmenger geëindigd in de hel van de gemiste kans. Met een paar wonderlijke saves had hij als laatste van de Ajacieden een stoet van bijzondere vrouwen achter zich gekregen. Het was hem niet gegund. De ravage van dit noodlot zal wreed zijn. Van der Sar droeg toch al de doem van een grijs jongetje met zich mee. Nog versterkt door die rare roomse slag in zijn haar. Zo hij al eens brieven krijgt, zullen het wel klaagzangen zijn van vrouwen tussen de veertig en de vijftig die niets meer verlangen en verwachten en voor alle leegte troost zoeken bij een brave ziel die nog een middagje met hen wil gaan roeien. Een roei-gigolo. Een 22-jarige Somalische zal de Ajax-keeper niet zo gauw aanschrijven. Ook wreed want in Van der Sar lees ik Vestdijk: een woeste vereenvoudiger achter een dialectische façade die in één zin ja en nee kan zeggen. En dus een jongeman die het leven nog langs een omweg moet bereiken.

Milan had die omweg kunnen en moeten zijn. Als hij maar een paar ballen had mogen pakken had ook Van der Sar zich kunnen vastklampen aan het vermoeden achter iets groots te hebben gestaan. Illusieloos, door vriend en vijand verlaten, beëindigde de keeper de historische wedstrijd. Zelfs zijn zusje Diana, die ik ooit nog eens wil tegenkomen aan de receptie van een plattelandshotelletje, kon het in het vijfde kwartier van de wedstrijd niet meer aanzien. Ze fixeerde van dan af onafgebroken de blik op Maldini. Edwin moet het verraad gevoeld hebben: hij struinde nu helemaal als een vijftig-plusser door het eigen doelgebied. Het gezicht steeds bleker, de erosie van te veel slapeloze nachten die nog zouden komen.

Om nog iets van zijn zelfrespect te redden liep hij meteen na het eindsignaal haastig Gullit tegemoet. Van ver stak hij al de hand uit naar zijn geplaagde alter ego. Ik hoopte nog dat de Milanees hem even over de bol zou aaien maar nee, Gullit incasseerde het gebaar als een robot. En bevestigde daarmee de nutteloosheid van de avond voor beiden.

Het heet dat Louis van Gaal een fijnzinnig psycholoog is die inmiddels heeft geleerd dat er geen contrarevolutie bestaat voor leegte en absurditeit. Daarom viel het me zo tegen dat de Ajax-coach zich niet had kunnen inleven in het drama van Van der Sar. Hij had nog voor een kleine Wiedergütmachung kunnen zorgen door zijn keeper, twee minuten voor het eindsignaal, te wisselen. Dan had Edwin toch nog even bestaan. Dan had hij een koude rilling lang de illusie gehad dat hij ineens bij het volk was gaan horen.