Dresden moet met veel overheidsgeld centrum van Duitse micro-elektronica worden; Een kostbaar Wirtschaftswunder aan de Elbe

Wie in Leipzig en Dresden om zich heen kijkt raakt geïmponeerd door de enorme bouw- en restauratie-activiteit. Beide steden lijken op veel plaatsen één grote bouwput. Dresden is op weg is de micro-elektronicahoofdstad van Duitsland te worden. En Saksen, dat in de vroegere DDR en voor de oorlog in Duitsland al de nationale industriële koploper was, met de driehoek Leipzig-Chemnitz-Dresden als kern, zou over zo'n 15 jaar de Zuidduitse industriebekkens in Beieren en Baden-Württemberg wel eens kunnen overvleugelen. Een nieuw Wirtschaftswunder aan de Elbe? Zeker, maar wel geforceerd door een fantastische hoeveelheid overheidsgeld en niet zonder grote risico's.

“Hier in Dresden is echt álles beschikbaar. Een technische hogeschool, industriële traditie, technologische kennis, veel gekwalificeerde mensen, toeleveringsbedrijven in de buurt, een vliegveld, een overheid die op technologische ontwikkeling georiënteerd is. Zelfs 60 procent van de leden van de Saksische landdag heeft ervaring of is opgeleid op technisch gebied.”

Dr. Helmut Ennen zegt het alsof hij wéér een potentiële investeerder nog eens moet uitleggen waarom Dresden terecht op weg is de micro-elektronicahoofdstad van Duitsland te worden. En waarom Saksen, dat in de vroegere DDR en voor de oorlog in Duitsland al de nationale industriële koploper was, met de driehoek Leipzig-Chemnitz-Dresden als kern, óók op weg is om, zeg over zo'n 15 jaar, de Zuidduitse industriebekkens in Beieren en Baden-Württemberg te overvleugelen.

“Ginds zitten Standard-Elektrik en Dasa in de problemen en de machinebouw ook. In Oost-Duitsland gebeurt hetzelfde als na de oorlog in West-Duitsland. Kennis is er, de mensen zijn er, maar er moet overigens vaak uit 'het niets' worden opgebouwd, wat wil zeggen dat aan de modernste eisen voldaan moet worden. Er zal hier veel nieuw gekwalificeerd werk ontstaan, dat proces is volop aan de gang, al zal de harde kern (Sockel) van de werkloosheid nog groeien. Want de kosten zijn ook hier al hoog, vaak te hoog voor eenvoudig ongeschoold werk.

“Maar dat het hier goed vooruit gaat, dat het vertrouwen groeit, blijkt al daaruit dat veel vaklui die de afgelopen jaren naar West-Duitsland gingen, van ITT, Telefunken en andere bedrijven, nu terugkeren naar Saksen. Ook bij onze buren in Polen en Tsjechië gaat het behoorlijk, zij het daar meer in de zware industrie en de machinebouw, natuurlijk nog niet in de elektronica.” Groot-Berlijn “boomt” ook, maar vooral dank zij de bouw en de dienstverlening, dat zou wel eens van kortere duur kunnen zijn, voorziet Ennen. Maar Saksen legt een structureel industrieel fundament en is met zijn ruim vijf miljoen inwoners economisch zóver gevorderd dat het binnen Oost-Duitsland dit jaar alweer circa 80 miljoen mark aan federatieve compensatie-steun moet overmaken aan de arme Oostduitse landbouw-deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Dat is een bedrag dat niet groot is, maar wel een signaalfunctie heeft.

Wie in Leipzig en Dresden om zich heen kijkt, moet trouwens wel geïmponeerd raken door de enorme bouw- en restauratie-activiteit. Beide steden lijken op veel plaatsen één grote bouwput. Waarbij het in Dresden opvalt dat gelijktijdig de grote (voorjaar '45 gebombardeerde) cultuurmonumenten als de Frauenkirche, de Zwinger en het beroemde stadsslot een gigantische restauratie ondergaan én de (deels industriële) nieuwbouw snel vordert. Wat niet wil zeggen dat er niet ook nog zeer veel in veertig DDR-jaren verwaarloosd onroerend goed te zien is.

Ennen is een Westduitse fysicus en wiskundige die zich in 1990 aanmeldde om van het ministerie voor wetenschappelijk onderzoek in Bonn naar het regionale ministerie van economische zaken in Dresden, hoofdstad van de deelstaat Saksen, te verhuizen. Hij wilde “meedoen” aan de opbouw van Oost-Duitsland en heeft daar, hij zegt het met een zucht, al vier jaar een weekend-huwelijk voor over.

Drukbezette man, deze technologie-speerpunt, acquisiteur en onderhandelaar van minister Kajo Schommer (CDU). Maar hij heeft niettemin op korte termijn tijd gemaakt - “o.k. dan, maximaal een uur” - in zijn kamer op de achtste etage in Schommers lelijke hoogbouw aan de Marienstrasse. Hij is 43, ziet er tien jaar jonger uit, spreekt veel te snel voor mijn pen, die niet zo vertrouwd is met het jargon uit de wondere wereld van de chips en halfgeleiders. Nadat hij dat heeft gemerkt, gooit hij af en toe enig vers drukwerk over tafel - “kijkt u daar de cijfers en feiten maar in na”.

We spreken elkaar vier dagen voor de landdag-verkiezingen in Saksen, die een enorme, in de Duitse na-oorlogse geschiedenis nagenoeg unieke, overwinning voor premier Kurt der Starke Biedenkopf (CDU) zal gaan opleveren (ruim 58 procent, alleen de CSU deed het in Beieren één keer beter, zoals pijproker Biedenkopf op de verkiezingsavond zei tegen journalisten die hem met een record wilden komen gelukwensen).

Het duo Schommer/Ennen heeft aan Biedenkopfs succes bijgedragen. Want als aankomende “chip-hoofdstad” was Dresden, als cultuurstad aan de Elbe ook bekend als Elbflorenz, de afgelopen maanden en weken almaar in het nieuws. Min of meer langs zijn neus weg zegt Ennen dat Telekom, het geprivatiseerde Duitse telecommunicatiebedrijf, drie weken geleden heeft besloten om zijn research-instituut (350 man, 300 miljoen mark) in Dresden te vestigen. Maar dat is nog maar een kleinigheid in vergelijking met ander nieuws.

Namelijk dat Siemens (München/Berlijn) aan de rand van Dresden bouwt aan een enorme fabriek voor halfgeleiders en geheugencomponenten voor 64-Megabit-schakelingen, een investering van omstreeks 2,8 miljard mark. Siemens haalt voor die produkties zelfs gespecialiseerd chip-montagepersoneel (terug) uit Singapore en Maleisië. De fabriek moet volgdende maand klaar zijn, na een bouwtijd van vijf maanden, en begin volgend jaar met 1450 mensen in produktie gaan. Uiteindelijk moeten er circa 3.000 ingenieurs, programmeurs en andere hooggekwalificeerden aan het werk.

Geschat wordt dat bij toeleveranciers nog eens 3.000 van zulke banen zullen ontstaan. Bij voorbeeld bij de Freiberger Elektronik (30 km ten zuidwesten van Dresden), dat in DDR-tijden al een toeleverancier was van de “volkseigen” 64-Megabit-bouwer Robotron (Leipzig/Dresden), destijds wel “socialistische IBM” genoemd en de grote trots van staats-chef Erich Honecker. Die trots was volgens 'Wessi' Ennen, zelf de auteur van een proefschrift over halfgeleiders, terecht: “Robotron zat op een technologisch wereldniveau, en de mensen ook, alleen de bepalingen van de Cocom (de vroegere Oosteuropese tegenhanger van de EG) werkten remmend, dat moet men zo zeggen.”

Meer nieuws, dat officieel pas 14 september zou loskomen, maar dat - wegens de Saksische verkiezingen van 11 september - al eerder uitlekte: het Amerikaanse Advanced Micro Devices (AMD), producent van microprocessors, in 1969 opgericht als klein gespecialiseerd bedrijf in - jazeker - Sunnyvale, Silicon Valley, Californië, maar nu met een jaaromzet ('93) van 2,7 miljard mark, heeft net beslist om in Dresden een fabriek voor “standaard-logische schakelingen” te bouwen. Dat wordt een investering van een kleine 2 miljard mark, die 1400 banen en een extra werkgelegenheidseffect van nog eens 3.000 arbeidsplaatsen oplevert. Deze laatste multiplicator is krap geschat, het zou wel eens om een factor 4 kunnen gaan. De produkties van AMD en Siemens bijten elkaar niet, zij vullen elkaar zelfs aan, zegt Ennen.

Er komen waarschijnlijk nog méér micro-elektronische investeringen aan. Ennens minsterie onderhandelt met Japanse en Zuidkoreaanse bedrijven en Biedenkopf en kanselier Helmut Kohl hebben hard getrokken, en vermoedelijk véél aangeboden, aan Texas Instruments om een voor Europa geplande, op 1,3 miljard mark begrote chip-fabriek in Dresden of Leipzig neer te zetten. Nadat Europese bedrijven deze markt eerder zelf al nagenoeg leken te hebben opgegeven, valt er nu trouwens weer grote belangstelling voor produktievestigingen in het gebied van de Europese Unie waar te nemen. NEC breidt zijn Schotse fabrieken uit voor ruim één miljard dollar, Philips doet dat voor 500 miljoen gulden in Nijmegen, Texas Instruments vergroot zijn fabriek in Portugal, Siemens en AMD bouwen nieuwe vestigingen in Saksen.

Sachsen Valley, schreef de Berlijnse Tagesspiegel onlangs licht smalend, maar gaf toe dat de “bloeiende landschappen” die Kohl de Oostduitsers in 1990 beloofde wel eens het eerst in Saksen te zien zouden kunnen zijn. De herkomst van krantecommentaren met een hogere zuurgraad zegt soms ook wel iets. 'De strijd van de betere Zwaven' zette de Frankfurter Allgemeine Zeitung vorige week boven een kritisch stuk over de Saksische opmars. Het Handelsblatt, uit Düsseldorf, oordeelde onlangs: 'Een geforceerde structuurverandering'. Zowel de FAZ als het Handelsblatt wees erop dat de nieuwe banen in de chip-sector wel met heel veel overheidsgeld gekocht zijn. Ze zijn het, en daar maken deze kranten geen gewoonte van, zelfs eens met de SPD die 1,4 miljard mark aan premies, subsidies en fiscale verlichtingen voor de kleine 3.000 banen waarmee Siemens en AMD beginnen te veel vindt, al heeft ze dat in de afgelopen verkiezingsweken niet al hard gezegd.

De regering-Biedenkopf heeft voor Siemens' voortrekkersrol in Saksen inderdaad een dure loper uitgerold. Op een investering van 2,8 miljard mark krijgt de Zuidduitse reus 800 miljoen aan overheids-investeringspremies. Verder zal de opleiding van personeel - kosten 34 miljoen mark - worden bekostigd door de Saksische regering, die ook het bouwrijp maken van de grond betaalt en die grond voor een zeer coulante prijs heeft verkocht (70 mark per vierkante meter, bij een verkeerswaarde van 100 mark).

Dat is nog niet alles. Het ministerie voor wetenschap en wetenschappelijk onderzoek in Bonn draagt de helft (300 miljoen) bij van de kosten van Siemens' proef-installatie, terwijl het bedrijf tot 1996 een bijzondere afschrijving van 50 procent mag hanteren op de nieuwe machines en gebouwen. De riante voorwaarden die Siemens heeft bedongen zijn AMD natuurlijk bekend, wat wil zeggen dat dit Amerikaanse bedrijf op zijn investering van 2 miljard ruim een kwart (de SPD in Dresden veronderstelt 600 miljoen) aan belastingverlichting en subsidie toegezegd zal zijn.

In elk geval gaan er fantastische bedragen aan overheidsgeld op aan de hoge vlucht van Dresden naar het micro-elektronische primaat in Duitsland. Daaraan zitten, ook al spreekt de CDU in Bonn al in elektoraal gezwollen termen van een nieuw Wirtschaftswunder aan de Elbe, ongetwijfeld ook grote risico's. Principiële, want moet een land dat gelooft in de markteconomie werkelijk zó met overheidsgeld smijten om particuliere investeerders te krijgen? Praktische risico's ook, want haast nergens gaan veranderingen (en de veroudering van wat gisteren nieuw was) zó snel als in de chip-wereld met haar almaar nieuwe eisen aan mobiele telefoons, computers en andere consumenten-elektronica. Het kan ook geen kwaad te bedenken dat mondiaal nu al de grootste industriële aandacht uitgaat naar de 264-megabit-chip, die inmiddels door de laboratoriumproeven van een gelegenheidsconsortium van Siemens en IBM heen is. Wat heet, in Japan, 's werelds grootste exporteur in deze sector, is men al in de weer met een 528-megabit-chip.

Hoe dat moge zijn, Biedenkopf en minister Schommer mikken in Saksen op een flink aantal niet te grote, technologisch interessante bedrijven die kunnen functioneren in een gebied met een goede infrastructuur, moderne kleine toeleveranciers en een sterke middenstand. Dat econonomische devies is voor de CDU trouwens ook elektoraal het mooist. Sinds '90 is in Saksen bewust, en met grote kosten, de know how op het terrein van de micro-elektronica bewaard. De regering in Dresden deed dat onder meer door bedrijven op dit gebied uit de DDR-boedel met overheidsgeld, en vaak naar kenniswaarde afgeslankt, in leven te houden.

Dat alles leverde problemen op met het Treuhand-instituut, dat vroegere DDR-staatsbedrijven moet saneren en verkopen en daarbij natuurlijk allereerst let op “objectieve” overlevingskansen. Biedenkopf en Schommer hebben zich de afgelopen maanden in Saksen echter extra populair gemaakt door te zeggen dat “Bonn” en de Treuhand niet werkelijk begrijpen wat op regionaal niveau en op langere termijn nodig is. Zij willen daarom, net als de SPD, liever een eigen, Saksisch-regionale “saneringsholding” die tien à 12 kwijnende micro-elektronicabedrijven tenminste nog een paar jaar overeind houdt. Een voorbeeld biedt het Centrum voor micro-elektronica Dresden (ZMD), een project dat Helmut Ennen in 1991 bedacht en dat ondanks Treuhand-verzet, en dank zij veel overheidsgeld, nu al een succes is. Intussen zitten ook de Dresdner Bank, de Commerzbank en Siemens met geld en commissarissen in die ZMD, waarvan het voortbestaan dus verzekerd is.

Ander voorbeeld vormen de uit DDR-dagen dank zij veel subsidie bewaarde (75) kleine onderzoeksinstituten op micro-elektronicagebied. Oorspronkelijk was de Treuhand daartegen, omdat het mikte (mikt) op de markt en niets verwacht van langdurige overheidsinfusen. Maar intussen rendeert circa twee derden van die instituten. Wat voor de Duitse aspirant-chip-hoofdstad gunstig is: naar de eerst-aangeboden 300 Siemens-banen solliciteerden afgelopen zomer binnen een week ruim 3.000 geschikte kandidaten, bijna allemaal met nog verse praktische ervaring.

De dag na mijn gesprek met de micro-elektronica-expert Helmut Ennen rijd ik 's morgens vroeg over de lange Königsbrücker Strasse in noordelijk Dresden, in de richting van het vliegveld. Rechts van de weg staat weer zo'n manshoge grijs-betonnen muur, waarachter de eenheden van de Westgroep van het Rode Leger ruim 40 jaar in afzondering het voortbestaan van de boeren- en arbeidersstaat DDR verzekerden. Ik zie een gat in de muur, parkeer de auto, klim naar binnen en loop even later door een maanlandschap van modder, hoog opgeschoten onkruid, hardgeworden resten van olieplassen, klinkerpaden, gebroken asfalt, verweerde laaggezolderde kale manschapsbarakken, kapotgeslagen wasbakken en w.c.-potten, roestig-verveloze tank-shelters. Boodschappen in kyrillische letters op grote kartonnen borden herinneren aan het hier eertijds geldende verkeersreglement.

Hier zijn de spierballen van een wereldmacht leeggelopen. Lichtknoppen uit de kamers, de planken uit de kasten, de kranen uit de wasplaatsen zijn meegenomen naar Georgië en Tadjikistan. De elfde garde-tankdivisie van de Westgroep lijkt al een eeuw, niet pas een paar weken weg uit dit kazernecomplex. De macht is er overgenomen door eekhoorns en konijnen.

Na ruim een kilometer komt de Dresdner Heide in zicht. Daar is, achter enorme steenbergen, een heel ander maanlandschap te zien. Hier komt Siemens, zeggen de borden, waarop ook staat welke Oostduitse slopers, aannemers, schilders en sanitaire bedrijven ze in München uitgezocht hebben. Tientallen kranen hangen stil, het is nog vroeg, boven een betonnen fundament waarop over twee maanden de modernste Europese chip-fabriek moet staan. Twee tijdperken in 20 minuten wandelen op een paar vierkante kilometer: mooie symboliek aan de rand van de hoofdstad van Saksen.