De trendy linkse moraal

De knappe analyse van Philipse raakte mij gevoelig. Niet alleen voel ik mij zo'n sukkel van een burger met morele scrupules als hij beschrijft, ook voel ik een soms onbeheersbare woede over de hypocrisie van onze sociale cultuur.

Philipse gaat er nog vanuit dat religie in ons staatsbestel tot het privé-domein behoort. Oftewel, dat er een scheiding tussen Kerk en Staat bestaat. Dit nu wens ik te betwijfelen. Om mij te volgen is het nodig religie en kerk niet te verbinden aan een God, maar aan een geloof of een dogma. Dit geloof nu houdt in Nederland in de onderwerping aan de nationaal overheersende sociaal-democratische subsidiecultuur. In mijn oog is er een feodaal stelsel ontstaan waarbij de adel en de geestelijkheid erin geslaagd zijn, bij monde van de media (Hofland, Koot en Bie) een intellectueel trendy linkse moraal, de 'sociaal-cultuur' te laten overheersen waarbij alle burgers een zware tax wordt afgedwongen ter verrijking van de toplaag. De democratie is gecorrumpeerd. Media en ambtenarij houden elkaar te vriend, versterken elkaar en hebben de politiek buiten spel gezet.

De hypocrisie wordt sterk gevoeld door buitenstaanders: de jeugd, de werklozen, de immigranten. De buitenstaanders die baat hebben bij de hypocrisie houden hun mond, of praten de sociaal-cultuur na: Rabbae, Anil Ramdas. De autochtone werklozen zoeken heil bij CD, de jeugd zoekt oplossing in verharding. De woede tegenover de gezapige, zelfvoldane bestuurlijke en intellectuele toplaag, die elkaar langdurig op de schouders klopt (van Traa, van Dis, Maartje van Weegen) hoe sociaal ze zijn voor immigranten (zolang zij daar goed aan verdienen) verhindert een herstel van publieke moraal. Het gaat nu om politiek waarmee politici de silent majority weten te bereiken.