De moraal van Kairo

Op de vraag 'Hoe verder met een samenleving waarin de publieke moraal het moet stellen zonder religie?' heeft prof. Philipse een origineel antwoord, dat mij voor het eerst doet beseffen wat de grote VN-conferenties zoals Kairo en Kopenhagen beogen. Hij legt uit dat een liberaal verstaan van de sociaal-democratie nu de enige basis kan zijn: ieder opereert vanuit maximale vrijheid en zorgt ervoor niet de rechten van anderen te schaden. Dat veronderstelt wel dat een overheid belastingen heft om de kneusjes van dat gevecht op te vangen (thema waarover zich Kopenhagen zal buigen in 1995). Daarnaast is het zeer wezenlijk dat die overheid erop toeziet dat er niet te veel allochtonen komen en daar kan Kairo iets aan doen, door de bevolkingsgroei in het Zuiden in te dammen. Klaarblijkelijk heeft de filosoof zich nog nooit afgevraagd of hij wel verdient wat hij verdient, en of het mogelijk is de wereldwijde problemen op te lossen met dit halfzacht liberaal principe.

De religies gaan inderdaad uit van een ander principe. Zij menen dat de aarde gegeven is door een geestelijke realiteit, die tot ons spreekt in ieder die ons na staat en om respect en ondersteuning vraagt. En die geestelijke realiteit is per definitie niet de fiscus wiens enig instrument de kaasschaaf is. Als Philipse meent dat de migrantenstroom beperkt moet blijven, zal een religieuze mens hem kunnen bijvallen, mits hij bedoelt dat de aarde overal zo leefbaar moet blijven dat mensen niet hoeven weg te trekken van de grond die hun God of voorouder hun geschonken heeft. Maar aan dat principe is in Kairo slechts lippendienst bewezen, wat het Vaticaan scherp gezien heeft, en wat de IMF-directeur perfect duidelijk maakte toen hij aankondigde dat de Kairo-aanbevelingen precies paste in hun aanpassings-programma's. Als dat huichelachtig gedoe de basis van de publieke moraal moet worden, kan het nog aardig scheef gaan.