Cédras: wij verdedigen ons tot de dood; Clinton roept junta in Haïti op te gaan

WASHINGTON/PORT-AU-PRINCE, 16 SEPT. De Amerikaanse president Clinton heeft de Haïtiaanse junta gisteravond tijdens een tv-toespraak opgeroepen onmiddellijk af te treden. “Uw tijd is om. Ga nu weg of wij zullen u verdrijven”, aldus Clinton.

De Haïtiaanse legerleider, generaal Raoul Cédras, zei vervolgens in een vraaggesprek met het Amerikaanse televisiestation CBS liever te zullen sterven dan af te treden. “Wij zullen ons verdedigen tot de dood”, aldus Cédras, leider van de coup waarmee in september 1991 de gekozen president Jean-Bertrand Aristide werd verdreven. Volgens hem loopt een Amerikaanse invasie in Haïti, die nu wordt voorbereid, uit op “een bloedbad”.

Volgens anonieme hoge regeringsfunctionarissen kan de junta een invasie nog vermijden door af te treden en het land te verlaten. Zij zouden dan niet vervolgd worden. De Amerikaanse ambassadeur in Haïti, William Swing, zou deze boodschap overbrengen aan de junta en hen “privé” een uiterste tijdstip voor hun vertrek mededelen.

Volgens twee opiniepeilingen die kort na Clintons redevoering werden gehouden slinkt het aantal Amerikanen dat tegen een invasie is, al lijken zij voorlopig in de meerderheid. Een meerderheid van de ondervraagden noemde Clintons argumenten echter wel “geloofwaardig”.

Volgens president Clinton moet een invasie “de wreedheden beëindigen die tienduizenden Haïtianen bedreigen, onze grenzen beveiligen, de stabiliteit en democratie in ons westelijk halfrond bewaren en bevorderen, en de betrouwbaarheid garanderen van onze beloften en de beloften die anderen ons doen”.

Hij waarschuwde tevens voor een nieuwe stroom Haïtiaanse bootvluchtelingen. Volgens Clinton houden 300.000 burgers zich schuil in Haïti en “als wij niet handelen kunnen zij de volgende golf vluchtelingen zijn”. De VS bieden reeds tienduizenden Haïtianen onderdak, waarvan 14.000 op de basis Guantánamo (op Cuba). “Het Amerikaanse volk heeft al 200 miljoen dollar uitgegeven om hen te steunen, om het economische embargo [tegen Haïti] te handhaven met het vooruitzicht van miljoenen extra voor een onbepaalde periode, tenzij we optreden”, aldus Clinton.

Het Amerikaanse Congres lijkt in meerderheid gekant te blijven tegen een invasie. Veel afgevaardigden en senatoren vinden dat Clinton de beslissing om een invasie uit te voeren niet eigenmachtig kan nemen omdat de nationale veiligheid van de Verenigde Staten niet in het geding is. Zij willen dat de president de beslissing eerst voorlegt aan het Congres.

De Republikeinse senator Richard Lugar noemde Clintons redevoering “niet overtuigend”. In tegenstelling tot de Amerikaanse operaties in Grenada (1982) en Panama (1989) “bedreigt Haïti geen enkel strategisch belang van de VS”.

Pag.5: 'Junta Haïti veroorzaakte alle lijden'

De Republikeinse leider van de Senaat, Robert Dole, zei na Clintons toespraak dat hij “wel de troepen maar niet de president” zou steunen. “We hopen en bidden dat geen onschuldige mensen gewond raken.”

In zijn toespraak citeerde Clinton de reactie van de toenmalige (Republikeinse) president Bush na de coup tegen Aristide in 1991: “Een ongebruikelijke en buitengewone dreiging tegen de nationale veiligheid, het buitenlandse beleid en de economie van de Verenigde Staten.”

Clinton beloofde dat de grote meerderheid van de Amerikaanse troepen “binnen maanden, niet jaren” terugkomt. In de tweede fase zou een kleine Amerikaanse strijdmacht achterblijven samen met soldaten uit andere landen. De taak van de economische “wederopbouw” van het land en de technische bijstand, zou toevallen aan de internationale gemeentschap.

Volgens Clinton zou president Aristide hebben beloofd dat hij een beleid van verzoening zou voeren. Ook zou hij bij de verkiezingen volgend jaar aftreden. Aristide's mandaat loopt tot december 1995; de Haïtiaanse grondwet verbiedt herverkiezing van een zittende president.

Clinton herinnerde eraan dat Haïti - met Cuba - de “uitzondering is in Nord- en Zuid-Amerika”; 33 van de 35 landen op het Westelijk halfrond hebben democratisch gekozen leiders, aldus Clinton. Volgens hem dragen “Cédras en zijn medeplichtigen als enigen verantwoordelijkheid voor het lijden”. “Hun daden hebben Haïti geïsoleerd”, aldus Clinton.

Volgens de president is de junta verantwoordelijk voor politieke moorden op medestanders van Aristide en voor de toenemende terreur tegen burgers. “Internationale waarnemers ontdekten een verschrikkelijk patroon van soldaten en politiemannen, die de vrouwen en dochters van de verdachte politieke dissidenten verkrachtten, jonge meisjes van dertien, zestien jaar oud, mensen geslagen en verminkt terwijl lichaamdelen werden achtergelaten om anderen te terroriseren, kinderen die werden gedwongen toe te kijken hoe de gezichten van hun moeders met machetes aan stukken werden gesneden”, aldus Clinton.

In de wateren rond Haïti verzamelt zich thans een Amerikaanse strijdmacht aan boord van marineschepen die een invasie kan uitvoeren. Twee vliegdekschepen die een belangrijk deel van de benodigde troepen vervoeren en een commandoschip worden dit weekeinde verwacht.