Broeikaseffect vereist meer inspanning

MAASTRICHT, 16 SEPT. Verbeterde modelstudies hebben aangetoond dat voor een beheersing van het versterkte broeikaseffect een veel zwaardere inspanning nodig is dan tot nu toe is aangenomen. Zelfs een stringente handhaving van de uitstoot van kooldioxyde (CO) op het niveau van het jaar 1990, zoals veel industriestaten voor 2000 nastreven, kan niet voorkomen dat de concentratie van kooldioxyde nog twee eeuwen blijft stijgen.

Dat is de voornaamste uitkomst van de VN-klimaatconferentie die deze week in Maastricht is gehouden. De conferentie was georganiseerd door het in 1988 opgerichte Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en werd door onderzoekers en technici uit meer den tachtig landen bezocht. De bijeenkomst loopt vooruit op de eerste ministersconferentie van partijen bij het Rio-klimaatverdrag die volgend jaar maart in Berlijn plaatsvindt.

In Maastricht moest consensus worden bereikt over een samenvatting van een voor maart uit te brengen 'Special Report' over het broeikaseffect die speciaal voor beleidsmakers is bedoeld. In grote lijnen onderschrijft het Special Report, waarvan een ontwerp-versie circuleerde, de strekking van de wetenschappelijke IPCC-rapporten uit 1990 en 1992. Op een aantal punten is meer duidelijkheid ontstaan.

De zogeheten koolstofbalans, die de gang van het gas kooldioxyde door atmosfeer, biosfeer en oceanen beschrijft, is op een aantal punten verbeterd. Gebleken is dat door herbebossing en aangroei van bestaand bos op het noordelijk halfrond jaarlijks een hoeveelheid kooldioxyde wordt vastgelegd overeenkomend met tien procent van de mondiale antropogene produktie. Ook zou door een versterkte groei van gewassen onder invloed van de gestegen kooldioxyde-concentratie extra kooldioxyde worden vastgelegd.

Onderzoek aan het gas methaan (CH) wees uit dat het een langere verblijftijd heeft in de atmosfeer dan werd aangenomen. Daarmee stijgt de invloed die 'het tweede broeikasgas' heeft op het broeikaseffect. Methaan wordt geproduceerd door vuilstorten, herkauwers, mijnbouw en aardgastransport en natte rijstbouw.

De opvallende en nog steeds onverklaarde stagnatie in de stijging van de concentraties van kooldioxyde en methaan die in de jaren 1992 en 1993 optrad heeft de conferentie gebagatelliseerd. Spreekt het ontwerp-Special Report van een stagnatie 'die elke eerdere anomalie sinds het begin van de metingen overschrijdt', de ontwerp-samenvatting voor beleidsmakers benadrukte juist dat dergelijke anomalieën zich regelmatig voordoen. Op voorstel van Nederland en Benin is het woord 'anomalie' tenslotte vervangen door 'variatie'. Het IPCC zal voortaan niet meer reageren op afwijkingen in trends die maar een paar jaar duren.

Veel aandacht was er voor het koelend effect van aerosolen: minuscule vaste en vloeibare deeltjes in de atmosfeer die veel zonlicht kunnen weerkaatsen of absorberen en ook de wolkvorming beïnvloeden. Op sommige plaatsen kunnen aerosolen van antropogene oorsprong (fabrieksrook, stoken van hout) het opwarmend effect van kooldioxyde en methaan volledig teniet doen. Met klem werd er tegen gewaarschuwd daaruit te concluderen dat die gebieden (de VS, Europa en het geïndustrialiseerde deel van Oost-Azië) daarom ook geen klimaatverandering hoeven te verwachten. De aerosolen die de Filippijnse vulkaan Pinatubo in 1991 in de stratosfeer blies brachten een zeer aanzienlijke koeling teweeg die overeenstemde met wat modellen voorspelden.