Bestrijding milieucriminaliteit laat te wensen over

Overheden, politie en justitie krijgen geen greep op milieudelicten. Op grote schaal worden wetten overtreden, luidt de kritiek in vele onderzoeken. Criminaliteit tegen het milieu, een slachtoffer dat geen aangifte doet.

ARNHEM, 16 SEPT. “Bij een moord heb je een lijk. Bij milieucriminaliteit heb je niks. Je moet zelf op zoek gaan. Daar is tijd, kennis en ervaring voor nodig. Politie en justitie beginnen liever aan een zaak waarbij de informatie 'hard' is.” De Arnhemse advocaat-generaal R. Samson-Geerlings wil een aantal zaken rechtzetten. De kritiek die het brede scala van criminaliteitsbestrijders in de afvalsector de laatste jaren over zich heen heeft gekregen is terecht, maar er moet ook naar de oorzaken worden gekeken, vindt ze.

Vorige week verscheen een rapport dat in opdracht van de BVD werd geschreven. De overheid werd ervan beschuldigd door “naïviteit, dubbele petten en economische belangen” te veel door de vingers te zien. Bovendien deugt de samenwerking bij de opsporing niet, waardoor een 'milieumafia' greep krijgt op de afvalverwerking. “Van milieumafia is geen sprake”, zegt Samson-Geerlings, sinds zes jaar betrokken bij de opsporing van milieudelicten in het ressort Arnhem. Vorig jaar werd ze voorzitter van de projectgroep zware milieucriminaliteit, een landelijk team van milieuspecialisten van politie, justitie en overheid dat werd ingesteld door de toenmalige minister Hirsch Ballin. Ze wil het fenomeen milieucriminaliteit niet bagatelliseren, want er gaat zeer veel geld om in de afvalsector. Louche, maar vooral ook half-legaal opererende handelaren verdienen in Nederland veel geld met afvaltransporten. Mogelijk gaat er in deze branche zelfs meer geld om dan in de drugshandel. Door de Centrale Recherche Informatiedienst is ooit een profiel geschetst van een transportbedrijf dat grotendeels legaal werkt, maar waarvan een illegale tak minder nauw met de wet omspringt en chemisch afval vervoert naar andere plaatsen dan, bijvoorbeeld, de Afvalverwerking Rijnmond. “Heel veel afval gaat naar het buitenland, België, Frankrijk, Afrika, Indonesië”, zegt de Samson-Geerlings. “Of het wordt op zee geloosd.”

Tussen die schemerige boven- en onderwerelden bewegen zich vele uiteenlopende opsporingsinstanties, van de gemeente-ambtenaren tot en met het zware team waarvan de Arnhemse advocaat-generaal voorzitter is. Ieder met te weinig mankracht om de wet te handhaven. Die 'wet' is in werkelijkheid een constant veranderende smeltkroes van milieuregelingen, opgesteld door ambtenaren van vier departementen, waterschappen, provincies en gemeenten; met ieder hun eigen terminologie. Soms wordt zelfs een regeling twee keer bedacht. De ene op een ministerie, de ander door een gemeente. “Zo kun je opsporingsambtenaar niet met goed fatsoen op pad sturen”, verzuchtte Samson-Geerlings onlangs in een vraaggesprek dat werd gepubliceerd in het jaarverslag van het openbaar ministerie. Zij werkt een dag in de week op het departement van justitie om te proberen iets meer lijn te brengen in de wetgeving. In één grote operatie zou alles op elkaar moeten worden aangesloten, meent ze.

Maar niet alleen de overheid denkt na over milieumaatregelen, ook de branche zelf - de gezamenlijke afvaltransporteurs - speelt een belangrijke rol. Zo werd het meerjarenplan voor de verwijdering gevaarlijke afvalstoffen van rijk en provincies gebaseerd op onderzoeken van de branch. “Notoir malafide ondernemers” denken met VROM mee over de totstandkoming van afvalverordeningen, constateerde E. Reehorst, een onderzoeker van het departement, eerder dit jaar in de handleiding VROM Alert. Advocaat-generaal Samson-Geerlings heeft wel een verklaring: “In de branche zit nu eenmaal veel meer kennis dan bij de overheid. Hoe wil je als overheid een vergunning van Esso of Shell controleren? Daarnaast heeft de overheid zelf de keuze gemaakt om bedrijfstakken eigen verantwoordelijkheid te geven en meer met convenanten te werken. Op zichzelf is dat niet verkeerd, de overheid moet zich alleen goed realiseren met wie ze in zee gaat.”

Het probleem doet zich volgens het openbaar ministerie vaak voor in gemeenten die, als vergunningverleners, het merendeel van de handhaving van milieuregels voor hun rekening neemt. Tegenstrijdige belangen maken de afweging soms moeilijk, zegt Samson-Geerlings. “Bestuurders en ambtenaren moeten niet alleen aan het milieu, maar ook aan de lokale werkgelegenheid denken. Ik zeg altijd: als de gemeente Rotterdam een grote oliemaatschappij sluit staan er duizenden mensen op straat. Het kan daarom voor gemeenten een bezwaar zijn om tegen een bedrijf op te treden.”

Dan maar een grote verkeerscontrole van vrachtwagens op de snelweg om vervoerders van chemisch afval te onderscheppen? “Je hebt daarvoor echte specialisten nodig. Niet iedere politieman kan dat. Het is wel eens voorgekomen dat ambtenaren van het bureau handhaving van VROM met bedwelmingsverschijnselen zijn afgevoerd naar het ziekenhuis. Ze wilden even kijken of de inhoud van de wagen overeenkwam met de omschrijving op de papieren. Ze deden de tankauto open en vielen bij wijze van spreke ter plekke bewusteloos neer.”

Maar zelfs als geconstateerd is dat de lading uit chemisch afval bestaat, kan justitie nog niet optreden. Het vervoeren van gevaarlijk chemisch afval is namelijk niet strafbaar. Er bestaat wel een Wet vervoer gevaarlijke stoffen, maar die beschrijft alleen de voorschriften waaraan het transport moet voldoen. Samson-Geerlings: “Je zult dus moet weten waar het vandaan komt en waar het heengaat. Wij zouden veel baat hebben bij een vergunningsplicht voor het vervoer, papieren waarop de herkomst en de bestemming van het afval staat. Maar dan nog weet je niet of de auto wel naar de juiste bestemming rijdt. Je moet iemand op heterdaad betrappen.”

Ondanks alle tegenwerking waarmee milieu-ambtenaren zichzelf hebben hebben opgezadeld denkt de Arnhemse advocaat-generaal dat het 'grote storten' - gifzaken als Lekkerkerk en de Alphense Coupépolder - in Nederland voorbij is. “Ik denk dat elke Nederlander daar zo langzamerhand wel alert op is geworden. Je ziet het, je ruikt het; wie een vaatje tegenkomt zal niet meer zijn mond houden.”

Al lijkt het erop dat de critici vooralsnog anders oordelen, vergeleken met het einde van de jaren tachtig is er veel veranderd, meent Samson-Geerlings. “Langzaam maar zeker is het OM beter gaan samenwerken met het bestuur. Extreem gezegd zagen wij de bestuurders als softies met geiteharensokken die wel veel zagen, maar niks deden; zij dachten dat het OM niets lever deed dan met grote wapens in de hand zoveel mogelijk mensen opsluiten. Dat cultuurverschil is langzaam overbrugd. Maar het in kaart brengen van de milieucriminaliteit duurt lang, en de wil om het ook werkelijk aan te pakken ontbreekt nog vaak.”

Een van de belangrijkste instrumenten waarover het OM het laatste jaar de beschikking heeft gekregen is een verhoging van de maximum-gevangenisstraffen van twee naar zes jaar. Niet zozeer wegens de straffen zelf, maar het geeft het OM meer dwangmiddelen: telefoontaps, huiszoekingen en arrestaties zonder dat een verdachte op heterdaad is betrapt. Ook kunnen nu hogere boetes worden opgelegd. “Dat zijn voor ons op de korte termijn de belangrijkste voordelen. Uiteindelijk zullen er ook wel hogere straffen worden uitgedeeld, maar dat is ook voor een rechter een proces waar hij doorheen moet. Zie het als een onderdeel van het algemene bewustwordingsproces dat milieuzaken ernstig zijn.”