Amsterdam ontziet 'arme' volkstuiniers

AMSTERDAM, 16 SEPT. Eerder al was mevrouw Pieters Kwiers met kilo's tomaten en aardappelen naar de raadszitting gekomen om de eisen van de volkstuinders kracht bij te zetten. Gisteren verliet ze opgelucht het stadhuis. De gemeenteraad had besloten dat volkstuinders met een laag inkomen een beroep kunnen doen op de bijzondere bijstand.

De volkstuintjes dreigen voor een groep Amsterdammers onbetaalbaar te worden. De kosten voor rioolafvoerrechten en het ophalen van tuinafval drukken zwaar op de contributie bij de volkstuinverenigingen. Van de oorspronkelijke gedachte achter de volkstuinen - liefdadigheid aan de 'armen' zodat zij hun eigen eten kunnen verbouwen - is niet veel meer over. Uit een onderzoek naar Amsterdamse volkstuinen blijkt dat nog maar twaalf procent van de tuinders een netto-inkomen heeft van minder dan 1.500 gulden per maand. Bijna de helft heeft een inkomen van meer dan 2.500 gulden. De tuinen die vrijkomen worden steeds vaker ingenomen door jonge, alleenstaande vrouwen met een hoge opleiding, zo blijkt uit het onderzoek. Zij zijn ook beter in staat de kosten voor een huisje te betalen, die gemiddeld zo'n negenduizend gulden bedragen.

Mevrouw Pieters Kwiers vindt het “treurig dat de rijken steeds meer volkstuinen inpikken”. Als voorbeeld noemt ze de voormalige minister van cultuur D'Ancona die “in de stad een optie op een penthouse heeft en toch een volkstuin op Frankendael wil”. Pieters Kwiers: “Als ze zo graag wil recreëren, moet haar chauffeur haar maar een eindje buiten de stad rijden.” De volkstuinen moeten behouden blijven voor “de gewone Amsterdammer die ergens drie-hoog-achter woont”, vindt Pieters Kwiers.