Afrikaner moet zijn onmisbaarheid tonen

De rechtse Zuidafrikaanse generaal CONSTAND VILJOEN moet zijn ideaal nu langs de constitutionele weg proberen te bereiken. Die rol knelt hem.

KAAPSTAD, 16 SEPT. De generaal is nu parlementariër. Zijn commandopost is een kamer op de vijfde verdieping van het parlementsgebouw in Kaapstad. Zijn troepen bestaan uit acht kamerleden en vijf senatoren van het Vrijheidsfront, zijn doelwit blijft een “volksstaat” voor blanke Afrikaners in het nieuwe Zuid-Afrika, zij het meer en meer in afgezwakte vorm.

De nieuwe rol knelt Constand Viljoen. “Ik stel geen belang in gewone politiek. Het laat mij koud. Het Boerenvolk heeft mij de taak gegeven om ons ideaal niet via de militaire weg te bereiken, maar via de constitutionele, vreedzame weg. Als ik zie dat het onmogelijk is, stap ik meteen uit het parlement”.

Het zijn deze recht-door-zee opstelling en de oprechte worsteling met een ogenschijnlijk onhaalbaar visioen die zelfs bij Viljoens tegenstanders respect afdwingen. De sterke-mannencultuur in Zuid-Afrika draagt verder bij aan de status van de oud-stafchef van het Zuidafrikaanse leger, die voor het leven de aanspreektitel generaal zal behouden. President Nelson Mandela leerde hem kennen in vele gesprekken voor de verkiezingen en spreekt met grote waardering over Viljoen.

Het nieuwe parlement weerspiegelt de onvoorspelbaarheid van de samenleving. Viljoen, de stem van rechts Zuid-Afrika, werd tot zijn eigen verbazing na zijn eerste toespraak bedolven onder gejuich en applaus uit de banken van het Afrikaans Nationaal Congres. Waar sprekers van Nationale Partij, die de apartheid uiteindelijk opgaf, in het parlement vaak vijandig worden bejegend, kreeg Viljoen de jubel, terwijl hij een nieuwe versie van blanke afscheiding voorstaat. De ANC-meerderheid (252 van de 400 zetels) stond de NP (82) slechts een paar voorzitterschappen van marginale commissies af. Viljoens Vrijheidsfront (9 zetels) kreeg de leiding over de zware parlementaire commissie voor defensie. NP'ers vragen zich soms verbijsterd af hoe het zo heeft kunnen komen.

Het ANC raakte vooral enthousiast toen Viljoen in zijn maiden-speech aanbood de regering te helpen bij de uitvoering van haar herstel- en ontwikkelingsplan om de armoede in het land op te heffen. De Afrikaner is bereid zijn expertise beschikbaar te stellen, bij voorbeeld bij de herverdeling van landbouwgrond en de opleiding van zwarte boeren. Viljoen zegde ook steun toe bij de ontwikkeling van het agrarisch bedrijf in andere Afrikaanse landen. “De Afrikaner moet zijn onmisbaarheid tonen. Daarom sta ik niet obstructionistisch, maar accommoderend tegenover het nieuwe Zuid-Afrika. Dat is moeilijk te verkopen aan mijn eigen mensen, want die geloven vaak niet in deze goedgezindheid”.

Viljoen hoopt dat deze coöperatieve houding leidt tot meer begrip voor het zelfbeschikkingsideaal van conservatieve Afrikaners. Tot deze categorie behoren ongeveer een miljoen van de drie miljoen afstammelingen van Nederlandse, Duitse en Franse immigranten - de Boeren, die Viljoen “het blanke inheemse volk” van Zuid-Afrika noemt. Voor de verkiezingen lieten ANC-politici zich laatdunkend uit over een blank thuisland. ANC-secretaris-generaal Cyril Ramaphosa stelde schertsend Robben Eiland beschikbaar. Viljoen hecht daar weinig waarde aan. “In verkiezingstijd zijn alle politici dieren. Terwijl we spraken over de volksstaat was er die enorme spanning van de machtsrevolutie. Nu is het tijd voor realisme. Het idee van de volksstaat wordt steeds minder vervloekt, ook door het ANC. Tussen het ANC en de Afrikaner is wederzijds respect ontstaan. Het ANC weet dat wij eerlijk zeggen wat we denken en geen enkele hunkering hebben naar racisme. We streven oprecht en eerlijk naar een regeling tussen blanke en zwarte inheemse groepen. En als het ANC zijn herstelplan wil uitvoeren, heeft het de blanke staatsdienst nodig. Voor de praktische uitvoering is de hulp van de Afrikaner onontbeerlijk”.

Viljoen zal de geschiedenisboeken ingaan als de man die het gevaar van rechts tijdens de overgang van apartheid naar democratie heeft bedwongen. Een jaar voor de verkiezingen verliet de gepensioneerde soldaat zijn boerderij bij Ohrigstad in Oost-Transvaal om eenheid te scheppen in de altijd ruziënde rechtse familie. Hij richtte het Afrikaner Volksfront op, sloot een alliantie met de Inkatha Vrijheidspartij en weerspannige zwarte thuislanden en was in maart betrokken bij de inval van blanke troepen in het thuisland Bophuthatswana. Daar kwam Viljoen tot conclusie dat de militaire optie kansloos was. Hij besloot op het laatste moment deel te nemen aan de verkiezingen, met de nieuwe partij het Vrijheidsfront. Het ANC ging akkoord met een grondwetsartikel dat een speciale “Volksstaatraad” in het leven riep die met voorstellen voor een blank thuisland zal komen - zonder garantie dat de regering ermee instemt. Het bood 640.000 rechtse blanken alsnog de kans om langs parlementaire weg hun stem tegen het nieuwe Zuid-Afrika uit te brengen.

Rechts lag weer aan scherven. De “burgeroorlog” die de racistische Afrikaner Weerstandsbeweging had beloofd bleef beperkt tot een paar bomaanslagen. De Konservatieve Partij bleef buiten de verkiezingen en wringt zich nu in vele bochten om mee te kunnen praten over de volksstaat. Viljoens volgelingen zijn dankbaar dat hij hen uit de doodlopende weg van verzet heeft gered. Zijn tegenstanders noemen hem een “volksverrader” en menen dat hij door de regering-De Klerk is betaald om verdeeldheid te zaaien binnen de rechtse gelederen.

Het Vrijheidsfront heeft zijn aspiraties bijgesteld. Voor de verkiezingen presenteerde men nog een plan voor een blanke volksstaat dat grote delen van Noord- en Oost-Transvaal met Pretoria als hoofdstad besloeg. Dat was onmogelijk in een gebied waar zwarten veruit in de meerderheid zijn. Nu spreekt Viljoen van een nog onbekend “voorkeurvestigingsgebied” voor Afrikaners, waar op den duur een getalsmatige blanke overheersing moet ontstaan. Andere Afrikaner gebieden zouden zich politiek en bestuurlijk na een referendum bij het kerngebied kunnen aansluiten. Discriminatie van andere bevolkingsgroepen in het gebied is uitgesloten, al zijn er volgens Viljoen wel “zekere maatregelen” nodig om te voorkomen dat de Afrikaner in zijn eigen thuisland weer in de minderheid belandt.

Viljoen: “De wereld denkt dat een volksstaat afscheiding betekent. Dat hebben wij niet in gedachten. Het is ook onrealistisch gezien de 'getallenverspreiding' in Zuid-Afrika (vijf miljoen blanken tegenover 35 miljoen zwarten die vrijwel overal in de meerderheid zijn, red.) De Afrikaner is te verweven met het land. Aan de getallen kunnen we niets doen. Daarom vraag ik een klein gebied in Zuid-Afrika, waar de Afrikaner zich kan hervestigen. Daar kunnen we dan onze eigen universiteit en onderwijscolleges hebben en onze eigen televisie-omroep, zodat we onze taal, cultuur en religie kunnen behouden. We moeten dus Afrikaner dominantie in een bepaald gebied ontwikkelen”.

Viljoen en andere voormannen van het Vrijheidsfront hebben de afgelopen maanden in Canada, België en Zwitserland modellen bestudeerd die minderheden het bestuur geven over hun eigen gemeenschappen en voorzieningen als onderwijs. De generaal ziet veel in de Belgische “gemeenschapsraden” en de Zwitserse “kantons” als mogelijkheden voor “zelfbeschikking” van verspreid wonende groepen Afrikaners. Hij noemt als voorbeeld het eigen bestuur van de Duitstalige minderheid van 60.000 mensen in het gewest Wallonië. De Volksstaatraad werkt aan een plan dat eind dit jaar aan de regering-Mandela zal worden gepresenteerd. De stemmen die in april op provinciale basis voor het Vrijheidsfront zijn uitgebracht, dienen daarbij als richtsnoer. Viljoen geeft toe dat het een probleem is: de Afrikaners die hem steunen, wonen vooral in stedelijke gebieden, zoals Pretoria en in de regio-Johannesburg, waar ook de meeste zwarten wonen. De Boer is al lang niet meer alleen op het platteland te vinden.

Terwijl de excercitie in praktische zelfbeschikking in studeerkamers doorgaat, wordt Zuid-Afrika met de dag een gewoner land. De Afrikaners hebben na de verkiezingen hun banen, huizen en land behouden. Bijltjesdag is uitgebleven. Iedere dag dat het goed gaat, lijkt de volksstaat verder achter de horizon te verdwijnen. Maar Viljoen ziet voorboden van onheil te over: de staatsomroep wil het monopolie van de Afrikaanse taal afschaffen, positieve discriminatie zal blanken werkloos maken, de stakingen in fabrieken en scholen gaan door, en het eerste standbeeld van Hendrik Verwoerd is gevallen. “Dat is niet de cultuur waarmee de Afrikaner kan samenleven. We moeten een grondwettelijke oplossing vinden”.

Daarom zit de generaal annex veeboer in kamer 514 in Kaapstad, tweeduizend kilometer van huis. “Ik mis mijn boerderij vreselijk. Ik ben geen politicus, ik ben een soldaat. Als ik een doelwit moet veroveren, kan ik niet ophouden voor ik het doelwit heb veroverd. Gewone politici noemen mij onconventioneel of naïef. Misschien. Maar een dode vis zwemt niet stroomopwaarts”.