Adriaan, kom terug

Geachte Michaël Zeeman

Laat ik vooropstellen dat ik elke poging om een nieuw literair programma te maken alleen maar kan waarderen. Er wordt op de Nederlandse televisie al zo weinig aan boeken gedaan. Maar nu zag ik de eerste twee afleveringen van uw programma Nachtsalon, en daarin wekte u de indruk alsof het de eerste keer was dat u een gesprek leidde. U leek mij op dat gebied een volstrekte amateur te zijn. In de hoop dat u er iets aan heeft, neem ik daarop de vrijheid u enkele tips voor de beginnende interviewer te geven.

1. Spreek voorlopig geen vreemde taal. In de eerste aflevering van uw programma sprak u Duits, maar doe dat niet meer. Ik wil daarmee helemaal niet zeggen dat uw Duits slecht is. Integendeel, het klonk zelfs heel behoorlijk. Het kostte u echter zoveel energie om alle zinnen grammaticaal op de rails te houden dat u aan het eigenlijke gesprek niet meer toekwam, met als gevolg dat u door uw gesprekspartners werd behandeld als het aandoenlijke jongetje dat zo ontzettend zijn best doet. Dat is niet bevorderlijk voor een gesprek met gelijkwaardige partners.

Daarbij moet u ook het volgende goed voor ogen houden. Het is helemaal geen schande om fouten te maken in een vreemde taal. Neem bij voorbeeld het Duits van Boebie Brugsma. Als die voor de ZDF of de WRD weer over Auschwitz begint, lijkt het erop alsof hij de Duitsers een lesje wil geven in hun eigen taal. Toch geef ik, als het om de conjugaties gaat, geen pfennig voor het Duits van Boebie. Kortom, wie in een vreemde taal overtuigend wil converseren, moest over een zekere Schwung beschikken. In dit verband raad ik u aan het gesprek op te vragen dat Adriaan van Dis ooit heeft gehouden met Topor. Het Frans van Van Dis was zeker niet vlekkeloos, maar toch werd het, misschien juist wel daardoor, een bijzonder boeiend en geestig interview.

2. Natuurlijk is literatuur een kwestie van dodelijke ernst, maar kijk niet zo somber. Per slot heeft u uw programma de frivole, welhaast Proustiaanse, naam Nachtsalon gegeven. Helaas lijkt het er meer op dat u uw gesprekspartners voor ondervraging in een arrestantenkamer bijeen hebt gedreven.

3. Grijp niet onmiddellijk te hoog, dat wil zeggen: begin bij het begin en niet bij het eind. Het werkt contraproduktief om direct de grote thema's aan te snijden. Zoiets moet langzaam worden opgebouwd. Dus begin met eenvoudige vragen, zoals: waar en wanneer bent u geboren, is dit uw eerste boek, hoe bent u tot schrijven gekomen? Ook is het mogelijk, maar gevaarlijker, om met een provocatieve vraag te beginnen. Bij voorbeeld: de gevreesde criticus Wim-Jan ten Bruggencate heeft met uw vorige boek de vloer aangeveegd. Is er misschien sprake van een vete?

4. Wanneer u stapsgewijs naar de grote thema's toewerkt, is het van belang dat u het antwoord van uw vraag niet in de mond legt van degene aan wie u de vraag stelt. Zeg daarom nooit, zoals u in de eerste aflevering deed: “Ik heb uw boek goed gelezen en mij viel het op dat er een tweekoppige problematiek in aanwezig is.” Dat u het boek goed heeft gelezen, daar gaan wij als kijker vanuit, maar afgezien daarvan is elke problematiek op de een of andere manier wel tweekoppig, en zou het pas werkelijk opvallend zijn als het boek een eenkoppige of een 47-koppige problematiek bevatte. Dat Michaël Zeeman een tweekoppige problematiek heeft ontdekt, is op zichzelf niet zo wereldschokkend. Het gaat er om wat de schrijver zelf met zijn boek tot uitdrukking heeft willen brengen.

5. Als u over boeken wilt praten die pas één dag in de winkel liggen en derhalve door niemand nog gelezen kunnen zijn, neem dan de tijd uit te leggen waar zo'n boek over gaat.

6. Hoe onrechtvaardig en onredelijk het ook is, iemand die met een talkshow begint, dient zichzelf af te vragen of hij over voldoende charisma beschikt om zo'n programma te dragen. Ben ik alert genoeg, is niet de enige vraag die hij verplicht is ter stellen. Zo iemand moet niet alleen geïnteresseerd zijn in literatuur, maar ook in anderen - in personen.

7. Tenslotte wijs ik u erop dat het geen schande is om ergens mee te stoppen. Wie nooit iets probeert, is de grootste knoeier van ons allen. Lang geleden heeft zelfs Komrij het op de televisie geprobeerd, maar hij begreep al na één uitzending dat hij hiermee niet moest doorgaan.