Werkloze bèta's

In NRC Handelsblad van 8 september las ik in de rubriek ingezonden brieven tot mijn verbazing over de vele kansen op de arbeidsmarkt van mensen met een bèta-opleiding.

Zelf ben ik al langere tijd betrokken bij het biomedische en biochemische onderzoek en ik kan u verzekeren dat er al jaren een overschot bestaat aan (gepromoveerde) academici op het gebied van de chemie, de biochemie, de immunologie en de biologie. De laatste paar jaar geldt dit ook voor mensen met een MLO- of HLO-opleiding. Recent is er zelfs sprake van een dramatische toename van dit overschot, terwijl er voorlopig geen enkele verbetering te verwachten valt gezien de voorgenomen krimp in deze sector bij talrijke instellingen, onder andere bij Unilever, het TNO, het landbouwkundig onderzoek en (uiteraard) de universiteiten. Een vergelijkbare situatie bestaat in de chemische sector waar zojuist een soort werkervaringsplan in werking is getreden in verband met het stuwmeer aan werkloze chemische ingenieurs.

De vraag naar mensen met een bèta-opleiding lijkt ver achter te blijven bij het aanbod, terwijl ook de vooruitzichten op wat langere termijn slecht zijn. Dit samen met de armoedige arbeidsvoorwaarden in het wetenschappelijk onderzoek (voornamelijk tijdelijk werk en grote concurrentie) maakt het volgens mij onethisch voortdurend te blijven suggereren dat bèta-opleidingen zulke goede vooruitzichten op de arbeidsmarkt bieden.