Wanhoop (4)

Het is mijn ervaring dat veel mensen geen werk krijgen omdat zij solliciteren op banen waarvoor zij niet geschikt zijn. Of dit ook het geval is bij de academici die u hebt geïnterviewd, kan ik natuurlijk niet met zekerheid zeggen omdat ik niet weet wat hun capaciteiten zijn en op welke banen zij gesolliciteerd hebben. Maar bijvoorbeeld bij Paula van Galen is het in ieder geval zo dat terwijl 14% van de kunsthistorici werkloos zijn, de andere 86% wel werk hebben gevonden.

Veel mensen beseffen te weinig waar hun talenten liggen en bieden die dus niet gericht aan op de arbeidsmarkt. Passend werk hoeft niet te betekenen dat je gebruik maakt van de kennis die je tijdens studie hebt opgedaan. Het is werk waar je gebruik maakt van vaardigheden die je graag en daardoor veel en goed kan gebruiken. Werk met materie die je boeit, onder omstandigheden die je de gelegenheid geven je te ontplooien, en in de rol of werkverhouding die je van nature ligt. En bovenal in werk waar het resultaat dat je persoonlijk voldoening geeft parallel loopt met de taak die je voor je werkgever moet verrichten.

Als na de studie blijkt dat we verkeerd gekozen hebben, kan omscholing een weg naar een betere toekomst zijn. Maar als Carianne Lelyveld, afgestudeerd in Algemene Letteren, naar de PABO wil, moet zij zich wel eerst afvragen of zij onderwijzen echt leuk vindt. Han Broers, de historicus, vindt oude voorwerpen ongetwijfeld leuk, vandaar zijn belangstelling voor het antiquariaat. Maar vindt hij verkopen ook leuk, en kan hij tegen de druk van ondernemerschap?

Kernpunt bij het krijgen van een baan is dus: weet waar je talenten liggen. Niet alleen je opleiding en je ervaring telt, maar ook het patroon van je gemotiveerde vaardigheden, je omstandigheden, werkverhouding en je centrale drijfveer: dat wat je bewust of onbewust te allen tijde nastreeft. Dan kan je gericht solliciteren, zonodig omscholen en een baan vinden waarin je met voldoening kunt werken.