Verdachten ontkennen bekladding monument

VUGHT, 15 SEPT. Drie 15-jarige scholieren uit Vught hebben bekend in het weekeind vóór de onthulling van het monument voor de slachtoffers van het concentratiekamp Sachsenhausen het dekzeil in brand te hebben gestoken. Ze hebben tot nog toe ontkend betrokken te zijn geweest bij de bekladding met hakenkruisen van het monument in de nacht na de onthulling. De burgemeester van Vught, G. J. de Graaf, zegt aanwijzingen te hebben dat zulks wel het geval is. Ze werden vandaag verder verhoord.

Volgens de politie hebben de drie jongeren gehandeld uit “pure sensatiezucht”. Ze wilden de weerslag van hun daad terugzien in de media. “Het heeft”, aldus een politiewoordvoerder, “niets te maken met racistische uitingen”. Het drietal kon worden opgespoord na tips van inwoners van Vught.

Het monument in Vught is opgericht ter nagedachtenis aan de meer dan 1.400 gevangenen uit het Konzentrationslager Herzogenbusch die na hun deportatie stierven in Sachsenhausen.

Het zeil over het monument werd in de nacht van vrijdag op zaterdag 3 september in brand gestoken. Daarvan is geen melding gemaakt omdat, zoals voorzitter L. van Deene van de Stichting Nederlandse Vriendenkring Sachsenhausen zegt, “dat maar emoties en angst teweeg zou hebben gebracht bij de overlevenden en de nabestaanden”.

De politie hield na de brandstichting de plek bijna permanent in de gaten, maar trok zich na de onthulling terug. Burgemeester De Graaf zegt dat het “triest” is dat het jongeren betreft. “Maar ik zie ook een lichtpuntje: ze zijn op een leeftijd dat ze met argumenten nog zijn te overtuigen van de fout die ze hebben gemaakt.”

Vele honderden Vughtse schoolkinderen hielden vorige week donderdag uit protest tegen de schendingen een stille mars naar het monument.

De jongens zijn op vrije voeten. Voor het vergrijp kunnen ze niet worden vastgehouden; daarvoor is het juridisch gezien te gering en bovendien zijn ze minderjarig.