Trakteren

Nog één nachtje slapen en dan is Pietertje jarig. Hij wordt vijf. In de klas moet worden uitgedeeld. De gedachten gaan naar vroeger. Trakteren dat was wat. Van mama kreeg je een paar gulden mee en in de snoepwinkel zocht je daarvoor het allerlekkerste uit. Jaar in jaar uit koos ik hetzelfde. Een zak toverballen en een zak zuurballen in van die krakerige cellofaantjes. Dat was kwaliteitssnoep, daar deed je lekker lang mee. Vooral met de toverbal, die je tijdens het zuigproces nog meerdere keren uit je mond kon halen. Om te zien welke kleur die nú weer had.

Jaren later ging al het zoet in de ban. Een bewuste ouder koos voor mandarijn, rozijn of blokje kaas. Alleen de aso's kwamen ongegeneerd aan met spekjes vol geur-, kleur- en smaakstoffen.

Dankzij Pietertje weet ik dat het uitdelen sindsdien weer een evolutie heeft doorgemaakt. Niks mandarijn of rozijn. Zo gemakkelijk kom je daar als hedendaagse ouder niet vanaf, zeker niet als je kind op zo'n leuke creatieve school zit.

Zes kilo chocoladebonbons heeft buurvrouw in huis gehaald. Zeebanket. Met de auto is ze naar zee getuft (vice versa toch een kilometer of tachtig), waar Pietertje en zijn zusjes schelpen hebben geraapt. Pietertjes moeder zit nu met allemaal kleine plastic zakjes voor zich aan tafel. In ieder zakje gaan twee chocolade en twee echte schelpen. “Iedereen doet van die leuke dingen”, vertelt ze. “De een bakt allemaal kleine taartjes, die worden dan later geglazuurd. De ander maakt zelf ijsjes. D'r zijn wel kinderen die met iets heel gewoons aankomen, maar dat is toch een beetje zielig.” Alle zakjes worden dichtgestrikt met een cadeaulintje. In Pietertjes groep zitten 29 kinderen. Maar hij komt ook heel vaak in de hogere groep met 31 kinderen. En daar moet ook worden uitgedeeld. “Nou ja, moeten moeten. Iedereen doet het, en dan is het zo lullig als jouw kind dat nou net niet doet.”

Het wordt steeds later. Op tafel ligt nu een grote rol cadeaupapier en een klos zacht touw. Van het papier vouwt en plakt de moeder van Pieter ongeveer tachtig (“je kunt natuurlijk de onderwijzers en voorleesmoeders niet overslaan”) minuscule boodschappenzakjes. Van het zachte touw worden petieterige hengseltjes gemaakt. De plastic zakjes met bonbons en schelpen worden verstopt in de papieren boodschappenzakjes. Het ziet er beeldschoon uit. Pietertjes moeder oogt lichtelijk vermoeid. Morgen wordt het een drukke dag. Er komen wel zeven kindjes spelen. Ik durf niet te vragen wat ze voor de hummels gaat koken.