RIVO en NIOZ bezorgd over Amerikaans toxafeen in Noordzee

Wetenschappers zijn bezorgd over de hoge concentraties van het bestrijdingsmiddel toxafeen in vissen en zoogdieren die leven in de noordelijke delen van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) en het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) zijn bezig met studies naar de werkelijke giftigheid van het middel. Katoentelers gebruiken de organochloorverbinding.

Nederland kent geen norm voor het bestrijdingsmiddel. Als hier de Duitse grenswaarde zou gelden (0,1 mg/kg op vetbasis), is een deel van de gevangen makreel en haring uit de Noordzee ongeschikt voor consumptie.

De wetenschap heeft sinds enkele jaren belangstelling voor toxafeen. Onderzoek naar het bestrijdingsmiddel bleef lange tijd uit, omdat de industrie in Europa het niet gebruikt. Onderzoekers treffen de laatste vijf jaar echter gif aan in onder meer kabeljauw, haring, makreel en zalm, maar ook in zoogdieren als zeehonden, bruinvissen en spitssnuitdolfijnen.

Onderzoekers vermoeden dat het middel via de atmosfeer uit Amerika en Canada komt. Daar is toxafeen jarenlang in grote hoeveelheden gebruikt in de katoenteelt om schadelijke insekten tegen te gaan. Voor zover bekend gebruiken alleen Middenamerikaanse landen het nog. In Nederland is het gebruik van toxafeen sinds 1984 verboden. Het middel blijft echter lang stabiel, met een halfwaardetijd van zo'n jaar of twintig. (ANP)