Melkert: soepeler ontslag op de tocht

DEN HAAG, 15 SEPT. Minister Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid) wil de aangekondigde versoepeling van het ontslagrecht voor een belangrijk deel terugdraaien. Werkgevers blijven daardoor verplicht vergunning van het arbeidsbureau te vragen als ze een werknemer willen ontslaan.

'Melkerts voorganger De Vries wilde deze procedure juist afschaffen en had daarvoor in mei van dit jaar de steun van het vorige kabinet gekregen. Om de werking van de arbeidsmarkt flexibeler te maken, wilde De Vries het ontslagrecht voor de werknemer beperken tot een eventueel beroep op de kantonrechter. De kantonrechter zou het ontslag alsnog kunnen verbieden, dan wel de werknemer het recht op een schadevergoeding geven.

Melkert is wel van plan maatregelen te treffen tegen de lange duur van de ontslagprocedures en tegen de vele beroepsprocedures die ontslagen werknemers pro forma bij het arbeidsbureau instellen, om er zeker van te zijn dat ze recht op een uitkering krijgen. De minister wil de ontslagtermijnen bekorten door de aanvraag van de werkgever bij de directeur van het arbeidsbureau te laten samenvallen met de ontslagaanzegging. Nu mag deze aanzegging de werknemer pas worden gedaan nadat het arbeidsbureau daarvoor een vergunning heeft gegeven - gemiddeld duurt dat zes weken - waarna de werkgever bovendien de wettelijke opzeggingstermijn in acht moet nemen.

De Tweede-Kamerfractie van de VVD, een van de regeringspartijen, is het niet eens met het voornemen van Melkert. “Jammer en wat overhaast”, zo reageerde het Tweede-Kamerlid B. Korthals vanochtend. Maar als Melkert inderdaad maatregelen neemt tegen de lange termijnen en de vele pro-formaberoepen dan kan de VVD “tijdelijk” nog wel instemmen met de rol van de arbeidsbureaus bij de ontslagprocedures. “Anders is het voornemen van de minister echt onzinnig”, zei Korthals.

De PvdA-fractie - waarvan Melkert deel uitmaakte - uitte destijds net als de vakbonden al bezwaren tegen het besluit van het vorige kabinet.