Maleisië vervolgt sekte van 'technologische soefi's'

JAKARTA, 15 SEPT. De recente golf van arrestaties die de Maleisische politie op last van de regering heeft uitgevoerd onder leden van de islamitische Al-Arqam sekte, heeft in binnen- en buitenland bezorgde reacties uitgelokt. Sinds begin deze maand zijn honderden leden van de in augustus verboden sekte opgepakt in verschillende deelstaten van de Federatie Maleisië.

Sekteleider Ashaari Muhammad en zijn vrouw zitten in hechtenis krachtens de wet op de binnenlandse veiligheid, die premier Mahathir Mohamad machtigt burgers zonder vorm van proces vast te zetten. Onderricht en praktijken van de sekte wijken volgens de regering en haar religieuze adviseurs af van de leerstellingen van de islam, de nationale godsdienst van Maleisië.

Maleisische mensenrechtengroepen maken zich zorgen over het lot van Ashaari Muhammad en zijn vrouw Khadija Aam, die beiden sinds 3 september worden vastgehouden nadat zij hadden geweigerd gevolg te geven aan een bevel om de Al-Arqam sekte te ontbinden en zijn vermeende afwijkende onderricht te beëindigen. Hun zes maanden oude dochter Mubaraka, die borstvoeding krijgt, mocht bij de moeder blijven, maar wordt volgens de activisten “misbruikt als een martelinstrument”.

Vijf Thaise groepen voor de rechten van de mens hebben een open brief gericht aan premier Mahathir Mohamad waarin zij hem verzoeken de sekteleden “indien ze de wet hebben overtreden”, via normale gerechtelijke kanalen aan te pakken en niet met de wet op de binnenlandse veiligheid. Deze benadering noemen de organisaties een inbreuk op de vrijheid van godsdienst.

Na de maandelijkse bestuurszitting van zijn UMNO, de grootste regeringspartij, gaf premier Mahathir vorige week tekst en uitleg bij de harde maatregelen tegen Al-Arqam. Daaraan zouden geen politieke of veiligheidsredenen ten grondslag liggen, maar louter de overweging dat de beweging zou afwijken van de 'ware leer' van de islam en verdeeldheid zou zaaien onder moslims.

De campagne tegen Al-Arqam nam deze zomer een aanvang toen de autoriteiten in Kuala Lumpur de sekte ervan beschuldigden in het naburige Thailand zelfmoordcommando's op te leiden. Zowel de sekte als Thailand hebben deze bewering ontkend. Een medewerker van het Islamitisch Centrum, het departement voor islamitische zaken van de Maleisische regering, gaf vorige maand toe dat de beschuldiging vooral een 'propagandamiddel' was om het publiek voor te bereiden op een algeheel verbod van de sekte. Op 5 augustus deed de Nationale Fatwa Raad, een college waarvan de uitspraken bindend zijn voor de Maleisische moslims, alle secte-activiteit in de ban.

Op 26 augustus vaardigde de regering een formeel verbod uit. Volgens premier Mahathir vormt Al Arqam “op dit moment geen veiligheidsrisico. Maar als deze mensen de kans krijgen door te gaan, kunnen ze een groot probleem worden”.

Al-Arqam is één van de vele thareqat of mystieke ordes binnen en aan de rand van de islam. De groepsleden noemen zichzelf 'technologische soefi's', mystici die leven als de profeet in de zevende eeuw, maar gebruik maken van moderne technologie ter verbreiding van hun boodschap. Die houdt onder andere in dat de komst van een islamitische Messias op handen is. De beweging werd in 1968 opgericht in Kuala Lumpur als een studiegroep van moslimgeleerden en groeide uit tot een machtige en welvarende zendingsgroep met vertakkingen in vijftien landen, waaronder Indonesië, waar de beweging alleen in enkele provincies is verboden, en Brunei, dat haar als eerste in de ban deed. Leider is de zichzelf imam (leider, voorganger) noemende 57-jarige Ashaari Muhammad At Tamimi, die in één van zijn 64 boeken beweert dat hij tweegesprekken heeft gevoerd met de profeet Mohammed.

Deze bewering vormt voor de Maleisische schriftgeleerden de belangrijkste steen des aanstoots. Hij zou in strijd zijn met één der grondslagen van de islam, namelijk het definitieve en complete karakter van de openbaring aan Mohammed - de Koran - en de overlevering van zijn leven en werken - de Hadith. De beweging heeft haar zwaartepunt in Maleisië, waar ze over zo'n 100.000 volgelingen beschikt, alsmede over 257 eigen scholen, 48 communes en een groot aantal bedrijven met een gezamenlijk vermogen van 115 miljoen dollar. De sekteleden zijn te herkennen aan de tulbanden en lange, hoogsluitende gewaden van de mannen en de purdah - hoofd en lichaam bedekkende mantels - van de vrouwen.