Leuke en minder leuke dingen voor dokters

Het leek wel de nationale euthanasieweek op de vaderlandse televisie. Waar je ook keek, de dood was overal. Impliciet was ze ook pijnlijk aanwezig - altijd al een hinderlijke eigenschap van de dood - in de eerste aflevering van de documentaireserie De plattelandsdokter bij de EO.

Een interessant journalistiek initiatief van de EO, deze serie. Niet origineel - Netty Rosenfeld deed zoiets al eens bij de VPRO met een stadsdokter - maar wèl leerzaam, mits de betrokken arts niet te veel terughoudendheid betracht. Voorlopig houd ik daarover nog mijn twijfels. Hans van der Steen, dokter in het Betuwse dorp Asperen, had in deze eerste aflevering nogal de neiging de voorbeeldige plattelandsarts te spelen.

Het was alsof hij niets liever deed dan na middernacht met zijn stethoscoopje uitrukken naar een vervallen boerenhoeve om de volksgezondheid op peil te houden. “Leuk om 's nachts een bevalling te doen”, hoorden we hem zeggen, “het is zo intiem.” Bevallingen én stervensbegeleiding vond Van der Steen zelfs 'de leukste dingen' van zijn praktijk. Zijn ervaring was ook dat de mensen 's nachts niet voor niets opbelden. Menig huisarts zal hierover met hem van mening verschillen.

Veel meer dan de vrij obligate meningen van Van der Steen interesseerden mij de inkijkjes in het dagelijks leven van zijn patiënten. Er zaten enkele prachtige miniportretten in van mensen die worstelden met de nabijheid van hun dood. Meneer Blom bijvoorbeeld, die last had van een zwakke hartspier en nu broodmager en eenzaam - vrouw pas overleden - op zijn einde zat te wachten. “Het enige wat hij kan doen, is tv-kijken en wachten tot het mis gaat.” (Als je in Nederland maar lang genoeg naar de televisie kijkt, moet het wel een keer met je mis gaan - maar dit terzijde.)

Hoe reageer je als huisarts op mensen die om het einde smeken? Of moet je inderdaad gewoon maar afwachten 'tot het misgaat'? Ik ben benieuwd of die vraag nog aan de orde komt in deze EO-serie. Jack Kevorkian, de omstreden Amerikaanse euthanasie-arts, heeft zijn antwoord klaar: mensen die om gegronde redenen dood willen, worden door hem bijgestaan.

Kevorkian was deze week te zien in een documentaire bij Veronica. Na alle sensationele verhalen over hem had ik me hem voorgesteld als een monomane ijdeltuit, gedreven door eigenbelang, maar dat viel reuze mee. Hij kwam uit de filmbeelden te voorschijn als een bevlogen arts die zeer begaan was met het lot van zijn patiënten. Ook voor Nederlandse begrippen gaat hij soms te overhaast - en dus onzorgvuldig - te werk (zo leek het alsof hij nooit een tweede arts consulteert), maar het werd ook duidelijk dat hij alleen ondraaglijk lijdende mensen helpt.

Er was een indrukwekkend fragment te zien over een 30-jarige man, een lijder aan een ongeneeslijke spierziekte. Zijn artsen wilden hem in een verpleeghuis laten opnemen, maar de man weigerde. Hij was in korte tijd een wrak geworden, zelfs zijn gezichtsspieren kon hij nauwelijks meer bewegen.

“Wat wilt u?” vroeg Kevorkian hem. (Hij nam dergelijke gesprekken op video op om zich te kunnen verweren tegen justitie.) De man keek zijn vrouw aan. “I want...” begon hij tot drie keer, maar hij maakte zijn zin niet af. Kon hij het niet zeggen door zijn ziekte of schrok hij er op dat moment voor terug? Het waren martelende seconden omdat je ook als kijker wist dat hij het moest zeggen - anders kon Kevorkian niets voor hem doen. De man keek nog één keer zijn vrouw aan en toen zei hij het: “I want to die.”

Er zaten in de documentaire ook gevallen waaraan Nederlandse artsen nooit hun vingers zouden hebben gebrand. Zoals de dame die nog 'slechts' in de eerste fase van de ziekte van Alzheimer verkeerde. Ze wilde haar aftakeling niet meemaken. Geen arts was bereid haar te helpen - behalve Kevorkian. Zodra hij ervan overtuigd was dat iemands lijden uitzichtloos was, stemde hij in met euthanasie. Een aanvechtbare houding, maar wèl een duidelijke.

Aanzienlijk schimmiger bleef voor mij het standpunt van de Nederlandse anesthesist Piet Admiraal, over wie het Humanistisch Verbond een interessante documentaire (van Karin Junger) uitzond. Admiraal werd daarin een vurig pleitbezorger van euthanasie genoemd - zo staat hij ook internationaal bekend, maar zijn normen en criteria bleven uiterst vaag. “Doorslaggevend is voor mij als het leven van de patiënt absoluut mensonwaardig is”, zei hij. “De patiënt moet mij daarvan overtuigen.”

In één geval bleek hij eerst niet, en vervolgens wèl bereid tot euthanasie. Wat had hem over de streep getrokken? “Haar houding, het feit dat ze zo indringend kon praten.” Het lijkt mij een criterium waar niet iedere Nederlandse procureur-generaal genoegen mee zal nemen.

Een andere patiënte leed aan multiple sclerose in een vergevorderd stadium, ze kon zichzelf nauwelijks meer voeden. Ze wilde niet naar een verpleeghuis, maar Admiraal vond dat ze daar toch naar toe moest, “want alle ms-patiënten komen uiteindelijk in een verpleeghuis terecht”. Eerder in de film zei Admiraal tegen de vrouw: “Als het leven voor jou ondraaglijk wordt, zijn we bereid om er voor jou een einde aan te maken.”

Wat doet een arts als Admiraal wanneer een patiënte als deze mevrouw bij haar standpunt - geen verpleeghuis - blijft? Dat bleef de grote, onbeantwoorde vraag van deze documentaire.