In Algerije 'wordt nu een partijtje poker gespeeld'

Gisteren werd er 's avonds in de door het FIS (het Front van Islamitische Redding) beheerste volkswijken voorzichtig feest gevierd. Een Algerijnse journalist vertelt na een zwerftocht dat in sommige wijken de stemming opgewekt was en de vrouwen hun youh-youh riepen om aan hun vreugde uiting te geven, terwijl men in andere volksbuurten veel ingehoudener reageerde. Een hoge regeringsfunctionaris, die eenzelfde tocht had gemaakt, concludeerde evenwel: “Le peuple s'en fout magistralement” (het volk kan het ècht geen hol schelen).”

Want - zegt hij - “Het volk redeneert: 'Ons probleem is niet het FIS, ons probleem is de overheid'. In feite hebben de mensen natuurlijk gelijk die zeggen: 'Het is de ene tegen de andere mafia'. De machthebbers en het FIS zijn uiteindelijk precies hetzelfde: machtshongerige figuren, die ten koste van alles Algerije voor zichzelf willen veroveren. Daarom valt over de afloop ook niets te zeggen. Eén van de kranten schreef terecht dat er nu een partijtje poker wordt gespeeld. Herinner je je nog wat Khaled Nezzar (vroeger minister van defensie en sterke man van het regime) twee jaar geleden plechtig beloofde? Dat er geen verzoening mogelijk was met hen die hun handen bezoedeld hadden met het bloed van de verdedigers van de orde. En wat is er van die belofte geworden? Het tegendeel! Weet je dat de speciale rechtbanken opzettelijk hun werk vertragen en dat de doodvonnissen die reeds zijn uitgesproken, niet meer worden uitgevoerd?”

Sinds zomer 1992, een half jaar nadat president Chadli Benjedid door zijn militaire collega's tot aftreden was gedwongen, aarzelen de machthebbers van Algerije tussen twee politieke opties: dialoog of breuk. Of een dialoog aangaan met de 'islamistes' (de radicale moslims die een onmiddellijke invoering van de islamitische wetgeving eisen) òf volledig met het verleden breken en een waarachtige democratie invoeren, waarbij de overheid zich haar daden moet verantwoorden.

“Nu zijn we weer beland bij de dialoog en daarom zijn de politieke leiders van het FIS op vrije voeten gesteld. We moeten afwachten of die methode succes zal hebben. Eén ding staat vast: het volk is doodmoe, moe van het geweld, van de onzekerheid, van de dagelijkse tekorten en het veel te dure leven. En het volk heeft meer dan genoeg van de zwaai-politiek die tot dusver is gevolgd.”

De voormalige Algerijnse minister, die gisteravond vanuit Parijs deze woorden sprak, rekent zich duidelijk niet tot de machthebbers. Hij noemt zich “een belangstellend waarnemer” van de gebeurtenissen in zijn land. “Ik ben hier in Frankrijk met vakantie. Natuurlijk ga ik naar mijn land terug. Ik weet alleen nog niet wanneer. Dat soort dingen weet je nooit van tevoren. De politiek kan alle kanten uit en hetzelfde geldt voor privé-personen.”

Pag.4: 'Misschien krijgen we vrede'

Op de vraag of hij over drie maanden of dertien jaar misschien toch nog steeds in Parijs woont, zegt hij: “Alles is mogelijk, niets is uitgesloten. Vergeet niet dat wat er nu in Algerije gebeurt, ook maar een probeersel is. En niemand kan voorspellen - de machthebbers niet en de vrijgelaten FIS-leiders evenmin - of zij erin zullen slagen tot een werkelijk akkoord te komen, of er nu werkelijk een eind aan het geweld komt. Want alle spelers kunnen in eigen kring zeer grote tegenstand verwachten. Dus waarom zou ik niet over een paar maanden van mijn vakantie naar huis terugkeren?”

Deze ex-minister is niet de enige die tussen hoop en vrees leeft. Walid bij voorbeeld, een jonge, zeer rijke advocaat, afkomstig uit een familie die sinds decennia de nauwste betrekkingen onderhield, natuurlijk ook op financieel gebied, met de vroegere eenheidspartij FLN, is uiterst behoedzaam als hij vanuit het buitenland wordt opgebeld. “Ja, met ons gaat alles heel goed. Heb je het nieuws al gehoord? De president heeft een moedige beslissing genomen: hij heeft drie leiders van het FIS in vrijheid gesteld en de twee top-leiders een staatsvilla aangeboden, vanwaar zij 'onder bewaking voor hun eigen veiligheid' via telefoon en fax met de buitenwereld contact kunnen opnemen. Heb je gehoord wat ik zei? Een heel moedige beslissing! Misschien krijgen we nu vrede.”

Maar als hij via de - wellicht afgeluisterde - telefoon voldoende lof heeft betuigd aan de machthebbers, draait hij opeens als een blad aan een boom om. “Natuurlijk kun je de regering niets verwijten. Maar als advocaat zeg ik: 'Die mensen werden toch door een rechtbank veroordeeld omdat zij de wetten hadden overtreden en tot moord en doodslag hadden opgeroepen? Hoe zit dat nu?' Als burger zeg ik: 'Er moest een oplossing worden gevonden. Het terrorisme is niet langer tegen specifieke groepen gericht of tegen politieke figuren. Het is een blind terrorisme geworden. Iedereen kan nu worden vermoord: kooplieden omdat ze weigeren geld aan het FIS te betalen, intellectuelen omdat ze er een andere mening op nahouden, maar ook volstrekt niet-politieke mensen om een voorbeeld te stellen of bij wijze van persoonlijke afrekening. Daarom denk ik dat alle Algerijnen tevreden zijn over de thans genomen beslissing, hoewel niemand de gevolgen ervan kan inschatten.”

Voor zover bekend, heeft president Zéroual voorlopig nog geen enkele concessie van de FIS-leiders losgekregen. Abassi Madani, de voorzitter van het FIS, zei een paar weken geleden per brief dat er onder bepaalde voorwaarden “een wapenstilstand” kon worden gesloten. Maar die voorwaarden zijn tot dusver niet vervuld. En in een brief van 6 september spraken de vijf in Blida gevangen FIS-leiders niet langer over een wapenstilstand. Zij zeiden eerst met de leiders van hun gewapende vleugel - het AIS - en met de vertegenwoordigers van het FIS in het buitenland te willen spreken, “omdat wij slechts een deel van de leiding vertegenwoordigen en niet de hele leiding”.

Dat nam niet weg dat de overheid in geheime onderhandelingen met Madani al enige tijd sprak over de verdeling van de ministerszetels in een 'overgangsregering', die de verkiezingen zou moeten voorbereiden en waaraan het FIS opnieuw als gelegaliseerde partij zou moeten deelnemen. Zo zouden de generaals - naast de strijdkrachten - hun macht over de ministeries van binnenlandse zaken, buitenlandse zaken en financiën moeten behouden, terwijl het FIS de zeggenschap zou krijgen over onderwijs, sociale zaken en justitie. Maar in een vraaggesprek met het FLN-blad Al Hiwar (De Dialoog) van eind augustus zeiden de reeds in februari vrijgelaten FIS-leiders Ali Djeddi en Boukhamkham dat zij geen ministersposten willen zonder verkiezingen.

Ongeveer tien dagen geleden stelde president Zéroual volgens goed ingelichte bronnen voor om het ministerie van binnenlandse zaken (waaronder ook de politie valt) te verdelen: het FIS zou een ministerie voor de gemeenten krijgen, de rest van binnenlandse zaken zou voor het leger zijn. Abassi Madani zou echter die aanbiedingen hebben afgewezen onder druk van zijn collega's, die geen machtsdeling wensen, maar de totale macht.

Vandaar dat vele verwesterde lieden in Algerije geen ogenblik geloven dat machtsdeling tussen leger en radicale moslims in Algerije mogelijk is. Evenmin geloven zij dat er van democratie sprake kan zijn. Zij verwijzen naar de uitspraken van Ali Belhadj, de nummer twee van het FIS, dat “vrijheid alleen een leuze is van joden en vrijmetselaars om de wereld tot verderf te brengen”, terwijl “democratie een buitenlands begrip is en een woord dat in geen enkel Arabisch woordenboek voorkomt - noch in de Koran, noch in de sunna (al datgene wat de Profeet Mohammed volgens de overlevering gedaan en gezegd heeft).” Zijn 24 jaar oudere voorzitter Madani verkondigde op zijn beurt dat de islam geen zelfbedieningswinkel is, waaruit je kunt kiezen, maar één geheel dat je dient te aanvaarden.

Met deze thans als 'gematigd' gedefinieerde FIS-leiders hoopt Zéroual tot zaken te kunnen komen. Als hem dat lukt, zullen er in beide kampen - die van het leger en die van de moslim-radicalen - bloedige rekeningen moeten worden vereffend.