Hoorcollege (2)

Prof. G.J. Westhoff zei het nog zo in zijn inaugurele rede op 15 januari '93: 'Hoe meer je onderwijst, des te minder tijd blijft er over voor het leren'. Docenten moeten vooral veel hoorcolleges geven, benadrukt Louise Fresco in haar bijdrage (W&O 8 sept.), dat is beter voor de universitaire debatcultuur.

Het IVLOS, te Utrecht, is het enige universitaire instituut in ons land dat onderzoek doet naar de effectiviteit van didactische werkvormen, dus mag het de schrijfster vergeven worden dat ze niet op de hoogte is van onderzoek dat daar verricht wordt. Leren vindt plaats in de interactie tussen student en materiaal en tussen studenten onderling. De docent is zelden effectief als kennisoverdrager: zijn taak moet die van 'leermanager' zijn. “Hij stelt de doelen vast, maakt een plan van uit te voeren activiteiten, houdt de boel in de gaten en maakt aan het eind de balans op.” (Westhoff, inaugurele rede).

De alma mater had natuurlijk een heel andere opdracht dan het geven van onderwijs. De wetenschappelijke medewerkers zijn zich dat ook bewust, blijkt uit het onderzoek van de Carnegie Foundation: zij bewaken de zuiverheid van het wetenschappelijk onderzoek, de zuiverheid van de leer. Dat illustreren ze dan ook in de 'one-man-show' die 'hoorcollege' heet, waarin het toegaat alsof de docent in discussie met vakbroeders en -zusters moet bewijzen dat hij wetenschappelijk voldoende is toegerust. Dat studenten dat niveau nog niet hebben gehaald, bewijst alleen maar hun ongeschiktheid voor de universitaire studie, toch? Tenslotte is de wetenschappelijke cultuur rechtstreeks afgeleid van de orale traditie van kansel en yeshiva. Die cultuur had en heeft niet tot taak de geestelijke vermogens van mensen te ontwikkelen, maar hen te trainen in voorgeschreven ritueel gedrag.

In het onderwijs is het de bedoeling menselijke vermogens de kans te geven tot maximale ontwikkeling te komen. Dat lukt niet altijd even goed, omdat, bijvoorbeeld, docenten zich geroepen voelen in te grijpen in het individuele leerproces dat bij elk van hun leerlingen plaatsvindt. Gevolg, zoals Westhoff aangeeft: massale desinteresse en demotivatie bij studenten.

Het blijft merkwaardig te ontdekken, dat mensen als Louise Fresco zich zo hebben laten indoctrineren door hun universitaire docenten dat ze niet in staat zijn 'het hoorcollege' te zien als: horend bij de 'wetenschappelijke cultuur' van de universiteit, maar verder als 'leerinstrument voor studenten' van nauwelijks enige waarde.