Hoorcollege (1)

In 'Het onderschatte hoorcollege' (W&O, 8 sept.) houdt Louise Fresco een pleidooi voor herwaardering van het verguisde hoorcollege. Helaas baseert ze dat op verkeerde gronden. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat hoorcolleges zinloos zijn. Als mogelijkheid om bijvoorbeeld structuur tussen onderdelen van de leerstof of actuele ontwikkelingen te presenteren hebben ze zeker een functie. Of de studenten er vervolgens die gepresenteerde structuur van leren is overigens nog de vraag. Een ander nuttig gevolg van hoorcolleges kan zijn dat studenten gemotiveerd raken of blijven en niet te vergeten, dat studenten de gelegenheid krijgen elkaar te ontmoeten. Dat laatste effect echter, kan natuurlijk ook en waarschijnlijk beter op een andere manier bereikt worden. Daar zit het probleem in de redenering van Louise Fresco. Ze noemt allerlei opbrengsten die wellicht als (neven)effect van een serie hoorcolleges bereikt zouden kunnen worden, maar wanneer je die doelen effectief en efficiënt wilt bereiken dan is één ding duidelijk: daarvoor gebruik je andere middelen. Om te leren debatteren is het schrijven en presenteren van teksten voorafgegaan door training in beide vaardigheden en gevolgd door training in het echte debat natuurlijk een stuk efficiënter dan het luisteren naar hoorcolleges. Onderdeel van zo'n training is het beluisteren van debatten en het analyseren ervan. Een tweede voorbeeld: kritische vragen te leren stellen train je beter door studenten vragen te laten bedenken, deze vragen met hen te analyseren en ze te verbeteren dan door studenten hoorcollege te laten lopebn. Zelfs om te leren de lijn van een verbaal betoog te volgen zijn er betere middelen dan een hoorcollege, bijvoorbeeld het analyseren van een bandopname van zo'n betoog.

Nogmaals, het voorgaande betekent niet dat hoorcolleges afgeschaft moeten worden, maar ze moeten alleen gebruikt worden om onderwijsdoelen te bereiken waar ze efficiënt voor zijn. Doel en middel moeten niet door elkaar gehaald worden. Wanneer je onderwijs ontwerpt gaat het erom ervoor te zorgen bij studenten de juiste leerprocessen op gang te brengen. Allerlei middelen staan daartoe ter beschikking zoals zelfstudie, practia, werkgroepen, scripties en ook hoorcolleges. Die middelen moeten in samenhang met elkaar worden ingezet en een discussie alleen over het nut van hoorcolleges is dus zinloos.

Uit Louise Fresco's betoog blijkt weer eens dat bij het ontwerpen van onderwijs vaak niet wordt gedacht aan de leerprocessen die bij de studenten moeten worden bevorderd opdat ze de beoogde leerresultaten opleveren. Dat nu is veel meer een reden voor een eventuele lage kwaliteit van onderwijs dan een gebrek aan voorbereidingstijd. Die voorbereidingstijd wordt namelijk vaak alleen gebruikt om na te denken over de inhoud van de leerstof en de presentatievorm. Wat dan ontbreekt is het doordenken van de beoogde leerdoelen en de daarvoor benodigde studentactiviteit. Natuurlijk kan onderwijs beter worden door er meer voorbereidingstijd voor uit te trekken, maar eerst is het de moeite waard te proberen die tijd beter te besteden door vanuit de beoogde leerprocessen te denken.