Hamburg is laatste in reeks incidenten Duitse politie

BONN, 15 SEPT. Sympathiseren gevaarlijk grote groepen binnen de Duitse politie met rechtsradicale ideëen, treden zij daarom soms laks op tegen extreem rechts geweld? Wat is er mis met de politie, en wat is daaraan te doen? Dat debat is in Duitsland opgelaaid sinds de Hamburgse wethouder Werner Hackmann maandag aftrad omdat hij niet langer verantwoordelijkheid voor 'zijn' politie wilde dragen.

In Hamburg zijn nu 27 politie-agenten van een binnenstadsbureau in afwachting van de resultaten van een onderzoek op non-actief gesteld. Besloten is ook om na te gaan wat er sinds 1988 is gebeurd met 130 klachten wegens politiegeweld tegen buitenlanders. Woordvoerders van concurrende politiebonden zijn verbaal met elkaar in de slag geraakt over de betekenis van Hackmanns aftreden.

Maar hoe breed is het verschijnsel? Uit steden als Maagdenburg, Hannover, Berlijn, Kiel en Brandenburg waren de afgelopen maanden al berichten gekomen waaruit kon worden afgeleid dat delen van de politie soms “blind op het rechteroog” zijn. Amnesty Internationaal stelde in zijn jaarverslag 1994 vast dat er in Duitsland “in 1993 een duidelijke stijging was van berichten over mishandelingen van buitenlanders door de politie”. In dat verslag werd het intussen beruchte 'rayon 16' van de Hamburgse politie, dat in een arme, door veel vreemdelingen bevolkte stadswijk ligt, zelfs uitdrukkelijk genoemd.

Rechtsradicale sympathieën onder politiemensen zijn “geen speciaal Hamburgs probleem maar een fenomeen dat bij bijna alle politiekorpsen ter wereld voorkomt. De vraag is in hoeverre de politiek dat werkelijk kan corrigeren. Maar, als men het verzwijgt of ontkent faalt men als politicus,” zo zei de SPD'er Hackmann tegen partijvrienden ter toelichting op zijn besluit om - na zes jaar - af te treden. “Ik heb fouten gemaakt”, had hij een paar dagen daarvoor al gezegd in een gespek met een plaatselijke krant. Hackmann wist al maanden, zoals een groot deel van de Hamburgse bevolking, van geweld en provocaties van politiemannen tegen buitenlanders. Hem was ook bekend dat klachten van buitenlanders vaak onder tafel werden gewerkt doordat agenten elkaar in het kader van de 'korpsgeest' dekten.

De wethouder wist in mei al van het geval van twee halfdronken politiemannen die, hoewel niet eens in dienst, in januari '94 een 44-jarige Senagalees in elkaar geslagen hadden. Misschien wel omdat deze tien jaar in Hamburg wonende man op zijn muts een sticker droeg met het opschrift 'Geef nazi's geen kans'. De beide agenten kregen na een intern onderzoek slechts een boete, de Senegalees die een klacht had ingediend, kreeg een uitwijzingsbevel, dat Hackmann pas ongedaan kon maken nadat hij er later over in de krant had gelezen. Tot kort geleden had de wethouder nog gehoopt dat hij met “intern beleid” en via disciplinaire maatregelen een keer ten goede kon bereiken, maar met zijn aftreden gaf hij die hoop op.

De voorzitter van de Duitse politievakbond, Hermann Lutz, reageert met grote verontwaardiging op Hackmanns motieven om af te treden. Volgens Lutz heeft de wethouder “een complete beroepsgroep” gediscrediteerd en heeft hij “gefaald in zijn verantwoordelijkheid jegens de burgers” en de plaats van de politie onder de bevolking “grote schade” toegebracht. Maar Manfred Mahr, lid voor de Groenen van het Hamburgse parlement en woordvoerder van een links-alternatieve politiebond, vindt Hackmanns besluit en het daarop gevolgde schokeffect juist heel goed. “Rechtsextremistische tendenzen binnen de politie moeten eindelijk uit de taboezone worden gehaald en besproken worden”, zei hij.

De directeur van de politie-academie in Münster, Manfred Murck, adviseerde om het verschijnsel “precies te onderzoeken”. Nieuwe lichtingen politiemannen komen veelal uit kleinburgerlijke milieus of van het platteland, waar vaak een rechtsconservatief wereldbeeld bestaat, zei hij. Vakbondsman Lutz had trouwens ook gepleit voor “een intellectualisering” van de politie. “Het woord, niet de wapenstok of het pistool, moet overtuigen”, zei hij.

Vaststaat dat de Hamburgse kwestie de aandacht scherper heeft gericht op een reeks incidenten elders in Duitsland die bijna de vorm van een patroon hebben. In Maagdenburg trad de vooraf gewaarschuwde politie op Hemelvaartsdag laat en laks op tegen rechtsradicalen die op klaarlichte dag jacht op buitenlanders maakten. De hoofdcommissaris is intussen ontslagen en een aantal agenten ook, tegen enkelen lopen strafzaken. In Kiel is maandag een proces begonnen tegen twee agenten wegens geweld tegen een illegale buitenlander. Eerder zijn in die stad al tien agenten wegens vergelijkbare delicten veroordeeld tot boetes en celstraffen. In Berlijn en Brandenburg lopen al maanden onderzoeken tegen agenten die ervan worden verdacht illegale Vietnamese sigarettenhandelaars te hebben mishandeld en gechanteerd. En nog steeds is er de herinnering aan de nauw verholen sympathie van een deel van de politie (en de bevolking) voor de rechtsradicalen die in Oostduitse steden als Hoyerswerda (1991) en Rostock ('92) asielzoekers en andere buitenlanders aanvielen.

Bezorgd wordt er in Duitse media op gewezen dat niet alleen bij de politie maar ook elders in de wereld van het recht soms rechtsradicale tendenzen te zien zijn. In Hamburg bijvoorbeeld is gisteren de advocaat Jürgen Rieger tot 7200 mark boete veroordeeld omdat hij in een met SS-opschriften beschilderde legerjeep door de stad gereden was.

Mannheim, waar de rechtbank in juli met haar toelichting op de voorwaardelijke veroordeling van NPD-voorzitter Günter Deckert (wegens de 'Auschwitz-leugen' en het aanzetten tot racisme) al voor akelig wereldnieuws zorgde, beleefde gisteren opnieuw een soort juridisch debâcle. De Amerikaanse neonazi en 'executie-expert' Fred Leuchter, die met Deckert op een NPD-bijeenkomst in 1991 de massamoorden in Auschwitz had ontkend wegens “hun technische onmogelijkheid”, bleek gisteren voor zijn proces niet uit de VS teruggekeerd. Hij was vorig jaar oktober tegen een borgsom van 20.000 mark op vrije voeten gesteld en had Duitsland toen direct verlaten. Volgens zijn advocaat had hij zijn belofte om voor zijn proces naar Mannheim terug te keren niet gehouden omdat hij na de openlijke en massale kritiek op het eerdere Deckert-vonnis “niet meer in een eerlijk proces geloofde”.