Eredivisie van het onderwijs

De boze reacties van universiteiten en HBO-instituten op de plannen om de studieduur drastisch te beperken waren voorspelbaar. “In drie jaar kan iemand niet worden opgeleid tot...” Natuurlijk kan dat wel, maar voorwaarde is dat de samenleving zich gaat afvragen waarom een groot deel van de in theorie naar lichaam en geest best bedeelden van tussen de 17 en 24 jaar zo'n vier maanden per jaar vakantie moet hebben, en van vrijdag tot maandag niet hoeft te studeren.

Twee veranderingen zijn noodzakelijk. De discussie zou overzichtelijker worden als de studieduur voortaan in weken of maanden en niet meer in jaren zou worden gemeten. Een jaar heeft 52 weken en geen 40, van welk aantal het onderwijs uitgaat. Van die 52 weken zouden studenten er zeker 47 of 48 moeten werken. Een tweede verandering moet gezocht worden in een drastische beperking van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Alleen zij, die er in de vooropleiding op HAVO of VWO werkelijk blijk van hebben gegeven over voldoende capaciteiten te beschikken, zouden nog tot de peperdure en vaak overbevolkte vervolgopleiding moeten worden toegelaten. Daar zou dan een beurs tegenover moeten staan, die hen in staat zou stellen zich volledig aan hun studie te wijden, zonder genoodzaakt te zijn uit louter geldgebrek of verveling een voor de samenleving veel te duur serveerdersbaantje aan te nemen.

Studeren is werken en moet weer gehaald worden uit de sfeer van beloonde vrijblijvenheid. Het is een schadelijke illusie te menen, dat iedereen recht heeft op hoger onderwijs. Dat recht bestaat net zo min als het recht voor allen om in de eredivisie van de KNVB uit te komen. En werken doe je, als je gezond en jong bent, niet slechts gedurende tweederde van de beschikbare tijd.