Dus rechtsom

Ondertussen blijven de gemoederen verdeeld over de graasrichting van koeien. Wat mij betreft is het laatste woord aan de wetenschap, Piet Oosterveld van het IBN in Wageningen.

Volgens hem grazen koeien wel degelijk met de zon mee, vooral 's morgens en 's avonds. Dan wordt een correlatie gevonden van 70 procent, terwijl je bij een willekeurige spreiding over de windstreken niet meer dan 25 zou verwachten.

Het is geen toeval dat koeien tussen de middag doorgaans aan de noordkant van hun terrein worden aangetroffen en dat de nachtverblijven aan de zuidkant zijn gelegen.

Vanuit de rustpositie gaat het, na het leggen van een vlaai, direct met de zon mee. Bij afrasteringen en dergelijke wordt ook zoveel mogelijk met de zon mee afgebogen. Het probleem is uiteraard dat veel terreinen, weilanden, te klein zijn om aan het natuurlijke richtinggevoel te voldoen. Bovendien wijken de dieren vaak af in de richting van drinkwater, schaduw of luwte.

Oosterveld refereert aan meer dan honderd waarnemingsdagen op Terschelling. Ze gingen maar één keer tegen de zon in, een mistige dag, heel diffuus licht.

Hij adviseert wandelaars eens hetzelfde te doen: “Bij zonsopgang en -ondergang een flink stuk achter je eigen schaduw aan, en midden op de dag af en toe een eindje. Je eindigt zo ongeveer waar je begonnen bent en komt gegarandeerd op plekken waar je anders nooit zou komen.”