Die vreselijke basisbeurs

'Vroeger gingen de leerlingen in de derde nog wel eens aan het werk', mijmert J. Seijbel, adjunct-directeur van de sector economie van het Alkmaarse Alkwaard College. 'Nu hoef je als docent niet eens meer met huiswerk aan te komen, want het wordt gewoon niet gemaakt.' Daarvoor is de school op de prioriteitenlijst van zijn MBO-leerlingen te ver gezakt. Eerst het baantje, de disco en de televisie, dan pas - op de vierde plaats - komt de opleiding.

En, zo analyseert de adjunct-directeur, paradoxaal genoeg is het huidige beurzenstelsel, toch bedoeld om jongeren zonder al te veel kopzorgen te laten studeren, de hoofdschuldige van deze malaise. Wat hem betreft mag dan ook 'de beuk in de studiefinanciering'. Het verbaast Seijbel zeer dat de paarse regering het middelbaar beroepsonderwijs buiten schot laat in de voorgenomen herziening van het beurzenstelsel. Voor MBO-leerlingen is een beurs noch aan prestaties noch aan absentie gekoppeld. 'Ze schrijven zich in op school en bewegen zich langs de marges van wat minimaal moet'.

Het zit J. Seijbel behoorlijk hoog. Welk verweer heeft een onderwijsintelling die toch al kampt met een slinkende populatie tegenover deze calculerende generatie? 'Als je ze wegstuurt breng je jezelf in de problemen, want de school wordt per ingeschreven leerling betaald.' De scholieren van tegenwoordig calculeren niet alleen gewiekst, ze zijn ook veel assertiever dan vroeger. Is een sanctie van school in hun ogen onterecht dan staan ze meteen bij de inspecteur op de stoep. Om een futiele formaliteit kan de school bakzeil halen.

Het Alkwaard College is ontstaan uit een fusie van zeven MBO-instellingen in de regio Alkmaar en telt op dit moment 10.000 leerlingen, van wie er 5000 deeltijdonderwijs volgen. De afdeling economie waar adjunct Seijbel de scepter zwaait heeft zo'n 2000 ingeschrevenen, merendeels afkomstig van Mavo en VBO. Als ze achttien zijn krijgen ze studiefinanciering en een OV-kaart. Van de beurs alleen kunnen ze niet bestaan, maar samen met de inkomsten die vrijwel elke leerling uit een of meer bijbaantjes verwerft, kunnen ze in materieel opzicht een heel plezierig leven leiden. Ze schamen zich er niet voor het uiterste uit het beurzenstelsel te halen.

Seijbel maakt het dan ook steeds vaker mee dat leerlingen het hele laatste jaar niets doen, behalve minimaal aanwezig zijn, en op het eindexamen alleen pro forma verschijnen. Ze zetten hun naam op het papier en na het leeg te hebben ingeleverd vertrekken ze weer. Ze 'sprokkelen' er nog een jaartje studiefinanciering bij, heet dat in onderwijskringen. Seijbel: 'Met een minimale lessentabel zetten ze hun zorgeloze bestaan nog een tijdje voort. Daar doen ze helemaal niet geheimzinnig over, leerlingen vertellen je dat openlijk'. Ongeveer een kwart van de leerlingen zakt voor het eindexamen.

Absentie is een moeilijk te bestrijden probleem. Niet alleen op het Alkwaard College, het hele MBO kan er van meepraten. Het begint al met de planning van het lesrooster. Dat maatschappijleer op vrijdag het zevende uur niet kan is een uitgemaakte zaak. Maandagochtend zijn ze nog erg moe van de avond ervoor en met twee tussenuren ben je ze voor de rest van de dag kwijt. Inmiddels wijs geworden weet de schoolleiding ook dat je moet uitkijken met het inroosteren van vrije middagen. Veranderen kan niet meer want leerlingen nemen onmiddellijk een baantje voor die uren. Het plan om per 1 januari 95 de bijverdien-grens voor jongeren die studiefinanciering ontvangen van ƒ 8040,- op te trekken naar 15.000 gulden vervult Seijbel met grote zorg: 'Ik ben bang dat we dan de tent wel kunnen sluiten. De school wordt nog meer dan nu het geval is een bijzaak.'

Vorig jaar experimenteerde het Alkwaard College met een 5%-regeling voor absentie wegens bezoek aan dokter, orthodontist of andere noodzakelijke afspraken die moeilijk buiten schooltijd kunnen. Maar ook hier deed de calculerende scholier van zich spreken. Degenen die geen gebruik hadden gemaakt van de 5%-regeling gingen aan het eind van het jaar vrije dagen opeisen. Daar hadden ze toch recht op? Het experiment werd snel stopgezet. 'Het enige dat echt helpt tegen spijbelen is het persoonlijk aanspreken van leerlingen: waarom was je er niet gisteren?' Niet alleen een tijdrovend karwei dat een hele papierwinkel met zich meebrengt, maar het is, vindt Seijbel, ook te gek voor woorden dat je jongeren van achttien jaar en ouder op deze manier op hun verantwoordelijkheid moet wijzen.

Hoe treurig hij het ook vindt om te moeten zeggen, geld is de enige sanctie die werkt. Daarom is adjunct Seijbel vurig voorstander van de prestatiebeurs voor MBO-leerlingen. Dat zou wat hem betreft een werkelijke doorbraak voor het paarse kabinet betekenen. De school komt zo weer hoger op de prioriteitenlijst van de MBO-ers te staan en de docent krijgt weer een wat gemotiveerder publiek in de klas.

'Hun inzet voor school is minder geworden, maar ze zijn wel kritischer. Vroeger dééd je de school gewoon, je was dertig uur aanwezig en maakte je huiswerk. Nu hebben ze nog maar 24 contacturen per week, en als leerlingen een docent niet goed vinden zeggen ze: daar ga ik mijn tijd niet aan verdoen. Misschien is het wel heel goed dat jongeren zo duidelijk hun keuzes maken en heeft het onderwijs daar tot nu toe nog niet het juiste antwoord op gevonden.'