De stilte na pater Koopmans

AMERSFOORT. Het seizoen van angst en beven en van verloren vakantieliefdes is weer aangebroken, maar op het centrale kantoor van de VBOK aan de Arnhemseweg merken ze er weinig van. De golf aan 'moetjes' na de vakantie bestaat nauwelijks meer. Het bellen gaat het hele jaar door, vijf, zes, zeven keer per dag. 'Ongewenst zwanger, wat nu? Voor hulpverlening aan moeder én kind', staat op alle stations aangeplakt, geïllustreerd door een immer piekerend meisje. Wie het bijbehorende telefoonnummer draait komt uit op het bureau van een maatschappelijk werkster van de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind, een geöliede organisatie van 1700 vrijwilligers, 38 vaste krachten en ruim 100.000 leden.

Een meisje uit Zwolle belt, 21 jaar, elf weken zwanger, door haar vriend in de steek gelaten, geen contact met haar ouders, zit ergens tijdelijk op kamers, wil beslist haar kind houden. Een vrouw van 35 uit Amsterdam, getrouwd, haar derde kind is net geboren en nu alweer zwanger, ze aarzelt over abortus. “Pas nog had ik een meisje van 17 die tot in de achtste maand haar zwangerschap voor iedereen verborgen had kunnen houden”, vertelt maatschappelijk werkster Willy Maat. “Ze had haar verwijzing voor een abortuskliniek al gehaald, maar ze durfde het toch niet aan.” Er bellen vrouwen en meisjes die op het punt staan om te bevallen, die hun zwangerschap negen maanden lang hadden ontkend. Er bellen vrouwen die altijd principieel tegen abortus waren, maar die er opeens anders over gingen denken toen ze zelf ongewenst zwanger raakten. En aan de andere kant bellen er ook steeds vaker vrouwen die al een abortus achter de rug hebben, maar dat absoluut geen tweede keer willen meemaken.

“De helft van de vrouwen die op onze stationsaffiches reageren wil géén abortus, maar wil het kind ook niet en zijn vaak volslagen in paniek”, zegt directrice Mirjam Neele. “De andere helft weet het nog niet. Vaak hebben ze al een afspraak met een abortuskliniek, maar ze willen ook wel eens weten wat wij te bieden hebben. Soms besluiten ze het kind te houden, soms niet, vaak weten we het niet. Ons uitgangspunt is dat de beslissing aan hen is, daarin verschillen we niet van de andere hulpverleners op dit terrein.”

Nu pater Koopmans na dertien jaar hel, verdoemenis en uiteengerukte foetussen eindelijk het Binnenhof verlaten heeft is het moment aangebroken om eens een paar vastgeroeste beelden bij te stellen. “In tegenstelling tot wat veel mensen denken is het merendeel van onze cliënten kerkelijk niet meelevend, en vaak komen ze ook niet uit een dorp”, zegt Mirjam Neele. “Als je in een kleine gemeenschap woont met een grote sociale controle is abortus op het eerste gezicht zelfs een uiterst verleidelijk alternatief, meer nog dan in een stad.” Bijna een kwart van de vragen om hulp komt van allochtone vrouwen. Afstand doen van het kind - vroeger de geijkte 'oplossing' - komt nog maar zelden voor, in Nederland zo'n tachtig keer per jaar. Willy Maat: “Het is vaak te traumatisch. Wij proberen om school, studie en werk zoveel mogelijk te laten doorgaan mét een kind. Voor dat meisje uit Zwolle beginnen we bijvoorbeeld met het zoeken naar huisvesting, want maar weinig mensen willen een kamer verhuren aan een meisje dat zwanger is.”

In Nederland worden per jaar circa achttienduizend abortussen uitgevoerd en daar hebben al die jaren van lobbyen en campagnevoeren door de tegenstanders weinig aan kunnen veranderen. Hoewel het kantoor in Amersfoort nog steeds volhangt met foto's, affiches, aquarellen, sculpturen en schilderijen van ongeboren vruchten in alle stadia van groei, begint ook daar ook een zekere professionele nuchterheid de overhand te krijgen. Mirjam Neele: “Die abortusklinieken zijn een feit, we willen ook niet meer terug naar de oude toestanden van de smerige achterkamertjes. Waar wij naar streven is een situatie waarin abortus niet meer nodig is. Wij stuiten op dezelfde problemen als de abortusklinieken, we hebben dezelfde doelgroep, wij vinden ook dat de vrouw zélf uiteindelijk de beslissing moet nemen, maar in onze visie is er ook nog een ongeboren kind, dat ook recht van spreken heeft, hoewel het nog niet kan spreken.” De jongerenorganisatie van de VBOK, de Stichting Profile, gaat nog een stap verder. Daar wil men de twee kampen met elkaar in gesprek brengen, en men wil af van het idee dat de anti-abortusmensen de wijsheid en de moraal in pacht hebben. Want waarom zou een abortuskliniek een vrouw die twijfelt niet gewoon naar de VBOK kunnen doorsturen voor een second opinion?

Hoe men ook over het laatste kan denken, het is wel een houding die meer aansluit bij de dilemma's van de vrouwen zelf - of ze nu in theorie voor of tegen abortus zijn. De polarisatie die het abortusdebat de afgelopen decennia kenmerkte was er een van politieke en religieuze aard, maar vaak stonden al die rationele en moralistische theorieën compleet los van wat er werkelijk omging in de vrouwen die de beslissing moesten nemen.

Ondanks het 'gemak' van een abortus blijkt bijvoorbeeld de helft van de vrouwen uiteindelijk toch te kiezen voor het voldragen van een ongewenste zwangerschap, zo constateert een recent onderzoeksrapport van het NISO. En als er al voor een abortus gekozen wordt is dat in zeker de helft van de gevallen een buitengewoon pijnlijke en tweestrijdige beslissing. Bovendien blijkt uit de gegevens dat de vrouw in kwestie nogal eens een besluit neemt dat indruist tegen haar algemene opvattingen. Een voorstandster van abortus besluit toch de zwangerschap uit te dragen, een tegenstandster laat toch haar kind weghalen, het gebeurt allemaal, want het is uiteindelijk niet de theorie die beslist.

Mirjam Neele: “De keuzevrijheid die nu bestaat moet niet als een nieuw dogma over ons heen vallen. Abortus is niet enkel een technische zaak. Er liggen een heleboel lagen en gevoelens onder zo'n besluit, van ethiek, van moraal, van hoe je tegen het leven aankijkt, en dat geldt net zo goed voor kerkelijke als niet-kerkelijke mensen. Als mensen zeggen: je kiest voor abortus, maar dan moet je verder niet zeuren, negeren ze dat hele complex van gevoelens.”

In de abortussstrijd ging het om de autonomie van vrouwen en mannen en de maakbaarheid van het menselijk bestaan. Nu die strijd gestreden is en pater Koopmans met zijn pek en zwavel van het toneel is verdwenen ontstaat wellicht de ruimte om ook ter linkerzijde de oude dogma's eens tegen het licht te houden. Want in hoeverre is bij dit soort beslissingen die veelgeprezen autonomie, los van politiek en emancipatie, eigenlijk reëel? En hoever reikt de persoonlijke maakbaarheid van ons bestaan? De anti-abortuslobby begint te seculariseren. Nu de pro-abortuslobby nog.